Een bericht over duizenden vacatures in Brabant vertelt je nog niet hoe moeilijk jouw volgende medewerker te vinden is. Een onderhoudsmonteur, salarisadministrateur en horecamedewerker bewegen zich in verschillende arbeidsmarkten. Ook de vestiging, werktijden en ervaring die je vraagt, maken verschil. De bruikbare vraag is daarom: welke cijfers helpen bij de personeelsbeslissing die je nu moet nemen?

Voor een werkgever zijn vooral de regionale spanning per beroepsgroep, de ontwikkeling van vacatures, het beschikbare arbeidspotentieel en de eigen wervingsresultaten relevant. Hieronder lees je hoe je die informatie combineert, welke vergelijkingen misgaan en hoe je van een dashboard naar een concrete actie komt. De bronnen zijn gecontroleerd op 31 oktober 2026; de meetperiode staat telkens los van die controledatum.

Begin bij je personeelsvraag

Wie alle cijfers verzamelt, houdt al snel een rapport over zonder besluit. Schrijf eerst op wat je moet kiezen. Zoek je iemand voor een bestaande functie, moet je capaciteit uitbreiden of wil je voorkomen dat vertrekkende medewerkers een gat achterlaten? De benodigde informatie verschilt per vraag.

Je wilt weten Begin met deze informatie Leg er je eigen situatie naast
Hoe lastig wordt het om deze functie te vervullen? UWV-spanning en vacatures voor de passende beroepsgroep en arbeidsmarktregio. Taken, vereiste kennis, uren, rooster, aanbod en eerdere sollicitaties.
Moeten we buiten ons gebruikelijke zoekgebied werven? Dezelfde beroepsgroep in aangrenzende regio’s, met dezelfde meetperiode. Werkelijke reisbaarheid, vestiging, diensten en eventuele aanwezigheidseisen.
Kunnen we mensen opleiden voor het werk? Regionale beroepsinformatie en informatie over werkzoekenden en arbeidspotentieel. Welke taken aan te leren zijn, wie begeleidt en hoeveel tijd daarvoor beschikbaar is.
Hoeveel mensen hebben we straks nodig? Regionale werkgelegenheidsontwikkeling en prognoses als achtergrond. Orderverwachting, productiviteit, rooster, uitstroom en interne doorstroom.
Waarom levert onze vacature weinig op? Regionale cijfers als context, plus je eigen wervingsgegevens. Waar kandidaten afhaken: bereik, sollicitatie, selectie, aanbod of start.

Een arbeidsmarktcijfer kan een aanname toetsen. Het bepaalt niet zelfstandig hoeveel je moet betalen, welke kandidaat geschikt is of wanneer een vacature vervuld zal zijn. Voor de uitvoering van een wervingsaanpak kun je verder met de gids over personeel werven. Deze pagina gaat over de onderbouwing daarvan.

Kies een gebied dat past bij de beslissing

Noord-Brabant is een provincie; een arbeidsmarktregio is een andere indeling. Gebruik het provinciecijfer voor een breed beeld en zoom voor een vacature in op het gebied waar je redelijkerwijs kandidaten verwacht. Een cijfer voor Noordoost-Brabant is geen cijfer voor alle Brabantse werkgevers. Een dashboard met ‘Eindhoven’ kan bovendien een gemeente, arbeidsmarktregio of ander samenwerkingsgebied bedoelen. Lees het geografische label voordat je vergelijkt.

Tel losse regio-overzichten niet zomaar op tot een provincietotaal. Controleer eerst of de gebieden samen precies de provincie afdekken, zonder overlap of gemeenten buiten de provincie. Ook moeten periode, definitie en eenheid gelijk zijn. Als de bron rechtstreeks Noord-Brabant aanbiedt, gebruik dan die selectie voor de provincievraag.

Voor je eigen werving mag het zoekgebied juist over regiogrenzen lopen. Een werkgever in Tilburg kan kandidaten uit andere regio’s bereiken. Een statistische regiogrens zegt niets over de haalbaarheid van een vroege dienst of een dagelijkse reis. Gebruik naast de cijfers daarom de feitelijke werkplek en werktijden. De gids over werken in Brabant helpt om regionale zoekroutes en loketten uit elkaar te houden.

Controleer ook waar een telling mensen of werk indeelt. Een overzicht van werkende inwoners naar woonplaats en een overzicht van banen bij bedrijven naar werklocatie beschrijven verschillende dingen. Mensen kunnen buiten hun woongemeente werken. Een groot aantal banen in een gebied betekent daardoor niet dat daar evenveel geschikte inwoners zonder werk beschikbaar zijn.

Wat zegt de UWV-spanningsindicator?

UWV deelt voor de spanningsindicator het geschatte aantal openstaande vacatures door het aantal personen dat op hetzelfde moment korter dan zes maanden een WW-uitkering ontvangt. Het resultaat geeft een aanwijzing voor de verhouding tussen vraag en aanbod. Een hogere waarde wijst op meer druk bij het vinden van personeel.

Die noemer is belangrijk. De indicator telt niet alle werklozen, alle werkzoekenden of iedereen die van baan wil veranderen. ‘Drie vacatures per werkzoekende’ is dus een verkorte omschrijving die je alleen kunt begrijpen met de gebruikte definitie erbij. Bereken ook niet zelf een vergelijkbare verhouding met een ander werkzoekendencijfer en presenteer die vervolgens als de UWV-indicator.

Gebruik het dashboard Spanningsindicator voor de regio en beroepsgroep die bij je functie passen. Een sector en een beroep zijn niet hetzelfde: een financieel medewerker kan bijvoorbeeld bij een zorgorganisatie, bouwbedrijf of groothandel werken. Alleen de sector van je bedrijf kiezen kan een deel van de concurrentie om dezelfde vakkennis buiten beeld laten.

UWV meldt dat dit dashboard op de eerste werkdag van maart, juni, september en december wordt bijgewerkt. De uitkomst gaat over een afgelopen periode. Een recent geopende dashboardpagina betekent niet dat de gegevens de arbeidsmarkt van vandaag meten.

Een concreet Brabants voorbeeld, met de juiste begrenzing

UWV beschrijft voor de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant in het tweede kwartaal van 2026 ruim drie vacatures per werkzoekende volgens deze indicator. In hetzelfde kwartaal van 2023 waren dat er ruim vijf. Het regionale beeld is dus minder gespannen dan op dat eerdere moment, terwijl UWV de arbeidsmarkt nog steeds als krap beschrijft.

Dat is bruikbare achtergrond voor een personeelsplan, maar geen bewijs dat jouw specifieke functie gemakkelijk te vervullen is. Het cijfer omvat de regio als geheel. Bekijk daarom de beroepsgroep en je eigen reacties op vacatures voordat je bijvoorbeeld besluit de werving korter te plannen. Gebruik het regionale voorbeeld ook niet als actueel provinciecijfer: zowel het gebied als het kwartaal is afgebakend.

Houd openstaande vacatures en nieuwe vacatures uit elkaar

Bij vacatures kom je twee verschillende soorten cijfers tegen. Openstaande vacatures beschrijven een voorraad op een meetmoment, of een gemiddelde voorraad als de publicatie dat zo definieert. Ontstane vacatures beschrijven een stroom gedurende een periode. Kijk in de toelichting of het om een kwartaalultimo, kwartaalgemiddelde of andere meetwijze gaat.

Het verschil is praktisch. Een functie kan al maanden openstaan en op meerdere meetmomenten meetellen. Dat maakt het nog geen reeks verschillende nieuwe banen. Omgekeerd kan tijdens een kwartaal veel worden geworven terwijl de voorraad op het eind nauwelijks verandert, omdat er ook veel vacatures worden vervuld of ingetrokken.

Fictief rekenvoorbeeld: een afgebakende markt begint een periode met 100 openstaande vacatures. Er ontstaan 40 nieuwe vacatures en 35 vacatures verdwijnen door vervulling of intrekking. Als er verder niets verandert, eindigt de periode met 105 openstaande vacatures. De voorraad groeit met 5, terwijl er 40 nieuwe vacatures ontstonden. Deze verzonnen aantallen leggen alleen het verschil tussen voorraad en stroom uit; het zijn geen Brabantse cijfers.

Maak daarnaast onderscheid tussen een telling van online advertenties en een schatting van de totale vacaturemarkt. Lees wat de bron telt en hoe dubbeltellingen of niet-online geworven functies worden behandeld. Het aantal zoekresultaten op een vacaturesite kun je niet zonder die controle vergelijken met een officiële vacaturestatistiek.

Voor een trend is dezelfde periode van het vorige jaar vaak een nuttige aanvulling op het vorige kwartaal. UWV beschrijft bij de landelijke ontwikkeling in het tweede kwartaal van 2026 bijvoorbeeld een seizoenseffect door extra vraag voor de zomer. Neem een kwartaalstijging dus niet meteen over als bewijs van een structurele omslag. Controleer of de reeks voor seizoeninvloeden is gecorrigeerd.

Werkloosheid, WW en arbeidspotentieel beantwoorden andere vragen

Het CBS rekent iemand tot de werkloze beroepsbevolking als die persoon geen betaald werk heeft, recent werk heeft gezocht en direct beschikbaar is. De beroepsbevolkingscijfers betreffen inwoners van 15 tot 75 jaar, met de afbakening die het CBS daarbij hanteert. Een WW-cijfer beschrijft een uitkeringssituatie. Die begrippen kun je niet onderling uitwisselen.

Het overzicht Geregistreerde Werkzoekenden UWV, afgekort GWU, kijkt weer naar mensen die bij UWV geregistreerd staan. Daarbinnen maakt UWV onderscheid tussen mensen met en zonder werk in loondienst. UWV waarschuwt bovendien dat niet iedere werkzoekende geregistreerd is: mensen die vanuit een baan zoeken en mensen zonder uitkering kunnen buiten het overzicht vallen.

Het CBS-begrip onbenut arbeidspotentieel is breder dan werkloosheid. Het omvat werklozen, mensen zonder werk die óf recent hebben gezocht óf beschikbaar zijn, en deeltijdwerkers die meer willen werken en daarvoor op korte termijn beschikbaar zijn. Het gaat dus deels om extra uren van mensen die al werken. Een aantal personen uit deze groep is geen aantal volledige arbeidsplaatsen dat je direct kunt invullen.

Voor werkgevers zijn dit aanwijzingen om andere mogelijkheden te onderzoeken. Kunnen huidige medewerkers meer uren werken als het rooster verandert? Is er een instapfunctie die past bij iemand die nog moet leren? Welke bereikbaarheid of begeleiding maakt deelname mogelijk? Leg zulke vragen voor aan medewerkers of regionale partners. De cijfers vertellen niet welke individuele kandidaat beschikbaar, geschikt of geïnteresseerd is.

Tel GWU, WW en onbenut arbeidspotentieel niet bij elkaar op als één ‘beschikbare kandidatenpool’. Groepen kunnen elkaar overlappen en zijn anders gedefinieerd. Vraag bij twijfel een regionale arbeidsmarktadviseur welke uitsplitsing bij je vraag past. Voor de inrichting van een toegankelijker selectieproces biedt inclusief werven verdere handvatten.

Gebruik banengroei voor planning, niet als vacaturetelling

Een prognose over banen helpt bij een gesprek over de komende jaren. Zij voorspelt niet hoeveel geschikte sollicitanten jij volgende maand krijgt. Noteer bij een prognose de uitgangsperiode, eindperiode, aannames en eventuele scenario’s. Leg er je eigen verwachte werk, vervanging en opleidingsduur naast.

Banen zijn bovendien geen personen en ook geen voltijdsequivalenten. Eén persoon kan meerdere banen hebben. Een deeltijdbaan telt als baan, maar levert een andere omvang aan werk op dan een voltijdbaan. Maak voor je bezetting dus een eigen berekening in uren en taken. Gebruik bij sectorcijfers ook de juiste selectie: werknemersbanen en banen inclusief zelfstandigen zijn verschillende totalen.

Een stabiel aantal banen betekent evenmin dat niemand wordt aangenomen. Medewerkers vertrekken, wisselen intern van rol of worden vervangen. Voor een werkgever met weinig groei kan behoud en vervanging daardoor juist de grootste personeelsvraag zijn. Breng daarom in kaart waar kennis kan verdwijnen en welke werkzaamheden moeten doorlopen, zonder uit een regionaal groeipercentage een bedrijfsprognose af te leiden.

Waar haal je de cijfers voor Brabant vandaan?

Begin met een bron die past bij je vraag. Via de UWV-datasets kun je onder meer informatie over vacatures, spanning, WW en geregistreerde werkzoekenden downloaden. De dashboards helpen bij het bekijken en selecteren; de download maakt het mogelijk je vergelijking later terug te vinden. Noteer de gekozen filters bij het bestand.

ArbeidsmarktInZicht voor Noord-Brabant bundelt regionale informatie en biedt ingangen op thema, sector en beroep. Ook Regio West-Brabant verwijst naar dit platform voor analyses en het downloaden van informatie. Controleer bij iedere grafiek afzonderlijk de oorspronkelijke bron en meetperiode. Twee grafieken op dezelfde pagina hoeven niet over hetzelfde kwartaal te gaan.

Gebruik de begrippen en toelichtingen van het CBS om te begrijpen wat wordt geteld. Een landelijk cijfer is nuttig als vergelijkingspunt, maar krijgt niet vanzelf een Brabantse betekenis. Ontbreekt een lokale uitsplitsing, vermeld die beperking in je besluit. Een iets breder, goed gedefinieerd cijfer is bruikbaarder dan een zelf geconstrueerd lokaal getal waarvan de basis onduidelijk is.

Let bij oude exports op twee gemelde wijzigingen

Op de controledatum meldt UWV dat de vacature- en spanningsreeksen zijn herzien na de overstap naar een andere leverancier van vacaturedata in december 2025. Bestanden die vóór 18 december 2025 zijn gedownload, moeten volgens UWV opnieuw worden opgehaald. Een oud cijfer uit je presentatie kan daardoor afwijken van hetzelfde kwartaal in de huidige reeks.

Daarnaast meldt de GWU-pagina wijzigingen in de WW- en GWU-cijfers vanaf januari 2026 door een nieuwe dataomgeving. Daarbij zijn ook veranderingen in de indeling van opleidingsniveau beschreven. UWV adviseert die cijfers opnieuw te downloaden. Vergelijk dus niet ongemerkt een oud lokaal bestand met een nieuwe export. Bewaar de download- en versiedatum en beoordeel een trend opnieuw als de bron een herziening meldt.

Van regionaal cijfer naar een besluit over je vacature

Onderstaande werkwijze is een eigen praktisch hulpmiddel. Zij geeft geen automatische wervingsscore en voorspelt geen plaatsingskans. Gebruik haar om te kiezen wat je eerst moet uitzoeken.

  1. Beschrijf de functie in werk. Noteer de belangrijkste taken, noodzakelijke kwalificaties, uren en werkplek. Kies daarna de best passende beroepsgroep in de bron.
  2. Leg het regionale beeld vast. Bewaar spanning en vacatureontwikkeling voor dezelfde regio en periode. Vergelijk met dezelfde periode een jaar eerder en, als dat nuttig is, met een aangrenzende regio.
  3. Bekijk waar je eigen werving vastloopt. Zijn er nauwelijks reacties, vallen mensen uit tijdens de selectie of worden aanbiedingen afgewezen? Houd echte kandidaten, gesprekken en aanbiedingen apart van advertentieweergaven.
  4. Kies een aanpassing die bij dat probleem past. Onderzoek bijvoorbeeld het bereik, een onnodige functie-eis, het rooster, de reactiesnelheid of de ruimte om iemand op te leiden. Krapte alleen bewijst niet welke aanpassing werkt.
  5. Spreek af wat je gaat volgen. Leg de verandering, verantwoordelijke en evaluatiedatum vast. Vergelijk daarna niet alleen het aantal reacties, maar ook de aansluiting op het werk en de redenen voor afhaken.

Fictieve toepassing: een technisch bedrijf in Oss

Een fictief technisch bedrijf in Oss zoekt een medewerker die onderhoud kan voorbereiden en storingen kan helpen oplossen. Het bedrijf heeft een vacature uitstaan, maar krijgt weinig passende reacties. De volgende aantallen zijn volledig verzonnen: in zes weken reageren twaalf unieke kandidaten, vier gaan op gesprek en twee krijgen een aanbod. Beide aanbiedingen worden afgewezen.

Het bedrijf leest het genoemde UWV-bericht over Noordoost-Brabant. Dat de regionale spanning is afgenomen, betekent niet dat het eigen aanbod goed aansluit. Eerst moet worden bepaald welke beroepsgroep de feitelijke taken het best dekt. Daarna legt het bedrijf de regionale informatie naast de eigen gegevens: het probleem zit in dit voorbeeld niet alleen vóór het eerste gesprek, maar ook bij het accepteren van het aanbod.

Stel dat één kandidaat een ander rooster wil en de andere onvoldoende duidelijkheid krijgt over de begeleiding. Dat zijn fictieve afwijsredenen, geen conclusies uit de UWV-cijfers. De werkgever onderzoekt dan of het rooster bespreekbaar is en beschrijft concreet wie een nieuwe medewerker begeleidt. Vervolgens wordt bij nieuwe gesprekken nagegaan of die punten nog een bezwaar vormen. Met twee afwijzingen is niet bewezen dat hetzelfde voor alle kandidaten geldt.

Levert de volgende periode vooral kandidaten op die een noodzakelijke vaardigheid missen, dan verandert de beslisvraag. Is die vaardigheid aan te leren en is er tijd voor begeleiding? Pas dan heeft het zin een opleidingsroute uit te werken. Het regionale cijfer blijft achtergrond; de eigen waarnemingen bepalen welke aanname je verder onderzoekt.

Bewaar bij ieder cijfer genoeg om het terug te vinden

Een bruikbare notitie bevat de bron en link, het gekozen gebied, de beroeps- of sectorselectie, de meetperiode, de eenheid en de downloaddatum. Schrijf er ook bij of het een telling, schatting of prognose betreft. Noteer een ontbrekende of afgeschermde waarde als onbekend; maak er geen nul van.

Sluit je analyse af met een besluitzin: ‘Omdat we dit zien, onderzoeken of veranderen we dit; deze vraag staat nog open.’ Daarmee voorkom je dat ‘de Brabantse arbeidsmarkt is krap’ het eindpunt wordt. Je wilt uiteindelijk weten welke personeelskeuze je gaat maken en welke informatie daarvoor nog ontbreekt.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 31 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (11)