Bij een bbl-traject werkt een student in je bedrijf en volgt die daarnaast onderwijs. De subsidie praktijkleren kan bijdragen aan de begeleiding. Een bbl-contract of een erkenning als leerbedrijf is op zichzelf nog geen complete onderbouwing: opleiding, periode, uren en werkelijk gegeven begeleiding moeten op elkaar aansluiten.
Stand 9 oktober 2026: aanvragen is nu gesloten. RVO vermeldt voor de volgende ronde 2 juni 2027 om 09.00 uur tot en met 17 september 2027 om 17.00 uur. Die ronde hoort bij studiejaar 2026/2027. Gebruik de tussenliggende maanden om het leertraject en de registratie goed te organiseren.
Controleer eerst welk leertraject je begeleidt
Deze route is bedoeld voor mbo-bbl. Het traject moet op een volledig erkend diploma zijn gericht. Controleer met de school de opleidingscode en de inschrijving in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) voor de subsidieperiode. Een bol-stage, los EVC-traject of uitsluitend een keuzedeel valt niet onder deze bbl-subsidie.
De loopbaanbegeleidende leerweg (LBL, voorheen derde leerweg) heeft een afzonderlijke subsidieroute. RVO vermeldt op de controledatum dat ook die gesloten is en dat een nieuwe regeling wordt voorbereid. Neem een LBL-traject dus niet op als bbl omdat de student bij jou werkt. Is nog onduidelijk welk leertraject past, begin dan bij leren op de werkvloer zonder startkwalificatie.
Vraag de school vóór de start om de juiste opleidingsgegevens. Vergelijk die met de SBB-erkenning van je leerbedrijf: die moet gelden voor de betreffende opleiding én de periode waarvoor je begeleiding opvoert. Een erkenning voor een andere opleiding is onvoldoende. Laat een ontbrekende of afwijkende registratie direct met school en SBB uitzoeken; tel de betreffende periode niet alvast als subsidiabel.
Leg de praktijkovereenkomst en de uren naast elkaar
De praktijkovereenkomst, ook POK of BPV-overeenkomst genoemd, wordt door school, student en leerbedrijf ondertekend. Controleer de BPV-begin- en einddatum, het aantal praktijkuren per studiejaar, de begeleiding, leerdoelen en beoordeling. Je arbeidsovereenkomst met de student vervangt deze onderwijsafspraken niet.
Voor een volledig studiejaar geldt bij mbo-bbl een norm van minimaal 610 klokuren beroepspraktijkvorming. De school biedt minimaal 200 begeleide onderwijsuren per studiejaar. Schooluren zijn iets anders dan praktijkuren in jouw bedrijf. Spreek met school af hoe je de onderbouwing van het onderwijsprogramma en de aanwezigheid kunt krijgen.
Bij een kortere begeleidingsperiode beoordeel je de BPV-urennorm naar rato van die periode. Voor precies een half studiejaar geeft RVO als voorbeeld 6/12 × 610 = 305 klokuren. Dit is een andere berekening dan de subsidiefactor begeleidingsweken/40. Gebruik die factor dus niet om zelf de urennorm te verlagen. Laat bij een afwijkend of verkort traject school en zo nodig RVO bevestigen welke norm en stukken gelden.
Tel werkelijk begeleide weken per studiejaar
Het mbo-studiejaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Een opleiding die over die grens heen loopt, verdeel je over afzonderlijke studiejaren. Voor de berekening tellen maximaal 40 begeleide weken per studiejaar mee. Meer werken levert via deze basisberekening geen hogere subsidie op.
- Hele week geen begeleiding? Niet meetellen, bijvoorbeeld bij volledige afwezigheid of een bedrijfssluiting.
- Een deel van de week afwezig? Een week kan meetellen als daadwerkelijk praktijkbegeleiding is gegeven. Daarnaast moet over de subsidieperiode aan de BPV-urennorm zijn voldaan.
- Alleen ingeroosterd of salaris betaald? Dat bewijst niet dat praktijkbegeleiding heeft plaatsgevonden.
- Opleiding of praktijkperiode stopt? Sluit de registratie af bij de werkelijke situatie en controleer de overeenkomst en onderwijsinschrijving. Na diplomering tellen de daaropvolgende weken niet meer mee voor die opleiding, ook als de student bij je blijft werken. Tel ook geen weken buiten de geldige praktijkovereenkomst mee.
Leg daarom twee uitkomsten vast: het totaal aan BPV-uren en het aantal aantoonbaar begeleide weken. Controleer bij studievertraging ook de nominale opleidingsduur. Extra opleidingsjaren betekenen niet automatisch extra subsidiabele begeleiding.
Rekenvoorbeeld: 36 begeleide weken in 2026/2027
Fictief voorbeeld voor de voorbereiding. Een groothandel begeleidt Noor tijdens een mbo-bbl-opleiding. Stel dat na afloop van studiejaar 2026/2027 het volgende uit het dossier blijkt: de erkenning, overeenkomst en inschrijving dekken de volledige periode, het schoolprogramma voldoet en Noor heeft 900 BPV-uren gemaakt. Van de 40 geplande begeleidingsweken vallen vier volledige weken zonder begeleiding af. Er blijven 36 aantoonbare weken over.
| Controle | Uitkomst in het voorbeeld |
|---|---|
| BPV-urennorm volledig studiejaar | 900 werkelijke BPV-uren is meer dan 610 uur. |
| Begeleidingsweken | 40 gepland − 4 volledig zonder begeleiding = 36 weken. |
| Aandeel volledige leerplaats | 36 ÷ 40 = 0,90. |
| Rekenmaximum bij het nu vermelde bedrag | 0,90 × € 2.800 = € 2.520. |
Dit is geen voorspelling van de toekenning. RVO vermeldt nu € 2.800 als maximum voor een volledige leerplaats; het maximum wordt jaarlijks vastgesteld. Het uiteindelijke bedrag hangt bovendien af van het beschikbare budget en de goedgekeurde aanvragen binnen de categorie. De begroting moet dus ook kloppen als minder wordt toegekend. In dit voorbeeld zijn eventuele aanvullende subsidies buiten beschouwing gelaten.
Let vooral op wat de berekening niet oplost: 36 begeleide weken repareren geen ontbrekende erkenning, ongeldige overeenkomst of onvoldoende onderwijsuren. Controleer die voorwaarden eerst en bereken daarna pas een bedrag.
Maak van de voorwaarden werkafspraken
Wijs één dossierhouder aan, bijvoorbeeld de personeelsadministratie. De praktijkopleider registreert de uitvoering; de dossierhouder controleert of alles per student, opleiding en studiejaar terug te vinden is. Gebruik dit als compact afsprakenblad:
- Vóór de start: dossierhouder vergelijkt opleidingscode, erkenningsperiode, ROD-gegevens en ondertekende POK met de school. Leg vast wie afwijkingen oplost.
- Iedere week: praktijkopleider legt werkelijke aanwezigheid en begeleiding vast. Verwijs bijvoorbeeld naar een oefenopdracht, beoordeling of voortgangsnotitie. Noteer bij afwezigheid welke dagen of uren ontbreken.
- Iedere maand: dossierhouder vergelijkt de aanwezigheidsregistratie met de begeleidingsstukken. Vraag ontbrekende informatie op zolang de betrokkenen de uitvoering nog kunnen toelichten.
- Bij een wijziging: bespreek een andere opleiding, onderbreking of eerdere afronding meteen met school. Controleer welke overeenkomst, registratie en subsidieperiode daardoor veranderen.
- Na afloop van de begeleiding in het studiejaar: maak afzonderlijke totalen voor uren en begeleide weken. Laat de praktijkopleider deze controleren voordat de aanvraag wordt voorbereid.
Een urenstaat laat aanwezigheid zien; een BPV-werkboek, uitgevoerde opdracht of evaluatie onderbouwt wat de begeleiding inhield. Je mag daarvoor je eigen administratie gebruiken. Bewaar de relevante subsidiedocumenten vijf jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt. Zorg dat de dossierhouder ze ook kan terugvinden als de praktijkopleider vertrekt.
Plan bij de overgang naar augustus een korte overdracht: sluit het vorige studiejaar af en start een nieuwe telling. Houd de leerafspraken doorlopend bruikbaar, maar schuif ontbrekende weken of uren niet ongemerkt door naar een andere aanvraagperiode. Informeer de student vóór de aanvraag welke persoonsgegevens je hiervoor met RVO deelt. Werk daarna de voorbereiding en indiening van de subsidieaanvraag af.
Veelgestelde vragen
Kan ik subsidie krijgen als ik minder dan 40 weken begeleid?
Dat kan, mits het traject aan de overige voorwaarden voldoet. Het aantal begeleide weken bepaalt het aandeel van een volledige leerplaats. Controleer daarnaast afzonderlijk de BPV-urennorm die bij de begeleidingsperiode hoort.
Telt een week met één begeleide praktijkdag mee?
Een week waarin daadwerkelijk praktijkbegeleiding is gegeven kan meetellen. Het aantal dagen in die week is daarvoor niet doorslaggevend, maar over de subsidieperiode moet wel aan de BPV-urennorm zijn voldaan.
Is alleen een arbeidscontract genoeg voor het subsidiedossier?
Nee. Je hebt ook een geldige, door de benodigde partijen ondertekende praktijkovereenkomst nodig, plus bewijs van aanwezigheid en van de werkelijk gegeven praktijkbegeleiding.
Kan ik op 9 oktober 2026 al aanvragen voor studiejaar 2026/2027?
Nee, het loket is gesloten. RVO vermeldt als volgende aanvraagperiode 2 juni 2027 om 09.00 uur tot en met 17 september 2027 om 17.00 uur. Je vraagt achteraf aan voor de begeleiding in het betreffende studiejaar.
Bronnen en controle
Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.
Bekijk de bronnen (9)
- RVO: voorwaarden mbo-bbl
- RVO: veelgestelde vragen en berekening
- RVO: administratie en controle
- RVO: subsidiehoogte en actuele aanvraagperiode
- Subsidieregeling praktijkleren: artikelen 1, 4, 5, 13, 15, 17 en 23
- RVO: afzonderlijke route loopbaanbegeleidende leerweg
- BOVAG: praktijkleren 2026 (gelezen ter vergelijking)
- OAZ: praktijkleren (gelezen ter vergelijking)
- RVO: tips voor aanvragers, diploma en periodegrenzen