Je wilt dat medewerkers nieuwe vaardigheden ontwikkelen, maar een losse cursus lost het probleem niet op. Misschien is onduidelijk welke kennis straks nodig is, blijven ontwikkelgesprekken liggen of verdwijnt kennis wanneer een ervaren collega vertrekt. Voor zulke ontwikkelvragen kan SLIM mkb passen. De regeling ondersteunt het onderzoeken en organiseren van leren binnen je onderneming.

Stand 9 oktober 2026: de individuele aanvraagronde van 19 augustus tot en met 7 september 2026 is gesloten. Bij overvraging bepaalt een loting de behandelvolgorde. Een plek in die volgorde is nog geen subsidietoekenning. Controleer voor een volgende aanvraag de actuele tijdvakken bij Uitvoering Van Beleid (UVB).

Begin bij je ontwikkelvraag: onderzoek, advies of methode?

SLIM mkb kent drie activiteiten. Je kunt ze combineren, maar iedere activiteit moet een duidelijk doel en resultaat hebben. Gebruik onderstaande vergelijking om je idee af te bakenen.

Jouw vraag Mogelijke activiteit Wat je concreet wilt opleveren
Welke kennis en vaardigheden hebben we nodig, en waar zitten de ontwikkelbehoeften? A: doorlichting van de onderneming. Een onderbouwd opleidings- of ontwikkelplan dat past bij jouw bedrijf.
Welke ontwikkelrichting past bij een medewerker? B: individueel loopbaan- of ontwikkeladvies. Een afgerond adviestraject met een loopbaanadviseur die aan de regelingseisen voldoet.
Hoe zorgen we dat leren een terugkerend onderdeel van het werk wordt? C: een leer- en ontwikkelmethode ontwikkelen of invoeren. Een werkbare aanpak, bijvoorbeeld een cyclus van ontwikkelgesprekken met leerafspraken en opvolging.

Bij A gaat het om de ontwikkelbehoefte vanuit de onderneming. Een algemeen adviesrapport zonder verbinding met jouw werk en medewerkers is daarvoor onvoldoende. Bij B moet de adviseur minimaal vier uur individuele gesprekken met de deelnemer voeren. Groepssessies vervangen die individuele uren niet. Controleer ook opleiding, relevante werkervaring en de vereiste gedragscode van de adviseur.

Bij C moet de methode leren en ontwikkelen structureel in het bedrijf opnemen. Beschrijf daarom wie de aanpak gebruikt, hoe vaak dat gebeurt en hoe medewerkers kennis, vaardigheden of beroepshouding ontwikkelen. Alleen een digitaal platform aanschaffen of een formulier downloaden maakt nog geen onderbouwd leerproject.

Wanneer past je plan niet bij deze route?

Een factuur voor een reguliere cursus of opleiding hoort niet vanzelf bij SLIM mkb. Ook wettelijk verplichte taken, btw en loonverlies doordat medewerkers deelnemen aan activiteiten zijn binnen de kostenregeling voor A en C uitgesloten. Het project een andere naam geven verandert dat niet.

Wil je vooral een opleiding inkopen, onderzoek dan de afzonderlijke SLIM-scholingssubsidie. Die heeft eigen voorwaarden en een vastgesteld scholingspakket. Niet iedere cursus komt daarvoor in aanmerking. UVB meldt op de controledatum bovendien dat het budget voor individuele werkgevers in 2026 al is overvraagd. Een open loket betekent dus ook daar geen verzekerd budget.

Gaat het om begeleiding van een bbl-student, bekijk dan subsidie praktijkleren bij een bbl-traject. Dat is een andere vraag dan het ontwikkelen van een leermethode voor je bedrijf. Houd de kosten en activiteiten van verschillende regelingen afzonderlijk herkenbaar; ga niet uit van dubbele financiering.

Een SLIM mkb-project dat uitsluitend ten goede komt aan bestuurders of eigenaren valt buiten de regeling. Ook een leerproduct dat je voor commerciële verkoop aan anderen ontwikkelt, is niet hetzelfde als een initiatief voor de werkenden in jouw onderneming.

Controleer je onderneming en maak een echte projectbegroting

Deze uitleg richt zich op een individuele mkb-onderneming. Controleer met de mkb-verklaring of je onderneming aan de omvangscriteria voldoet en bekijk de ruimte voor de-minimissteun, het kader voor beperkte staatssteun. Verzamel daarvoor ook informatie over eerder ontvangen steun. Samenwerkingsverbanden hebben een aparte route met andere grenzen en eisen; een aanvraag met een andere onderneming erbij is niet automatisch een individuele aanvraag.

Voor activiteiten A en C geldt momenteel 60% van de subsidiabele kosten, ook voor kleine ondernemingen. De subsidiabele kosten moeten bij deze individuele projecten minimaal € 5.000 bedragen. Dat is een kostengrens, geen minimumsubsidie van € 5.000. UVB vermeldt een maximumsubsidie van € 24.999 per individuele aanvraag; voor landbouwbedrijven is dat € 20.000.

Activiteit B heeft een andere berekening: € 700 per afgerond loopbaan- of ontwikkeltraject. Reken daar niet nogmaals 60% over en behandel het niet als een onbeperkte vergoeding van de adviseursfactuur.

Splits bij A en C de begroting in toegestane externe kosten, eventuele directe loonkosten van medewerkers die het project uitvoeren en de voorgeschreven toeslag van 15% op die kosten. Voor interne loonkosten gelden een eigen berekening en urenonderbouwing. De tijd van een projectmedewerker die de methode ontwikkelt is iets anders dan het loonverlies van deelnemers. Bij externe adviseurs geldt momenteel een subsidiabel maximumuurtarief van € 135 exclusief btw.

Begroot daarnaast wat je zelf betaalt: het niet-gesubsidieerde aandeel, uitgesloten kosten en eventuele kosten boven de grenzen. Controleer ook of de offerte echt is toegesneden op je onderneming en welke concrete werkzaamheden en resultaten daartegenover staan.

Fictief voorbeeld: kennisoverdracht in een servicebedrijf

Een servicebedrijf met achttien medewerkers merkt dat nieuwe collega’s voor storingen steeds dezelfde twee ervaren monteurs nodig hebben. De eigenaar wil een terugkerende manier van leren organiseren. Dit is een fictief projectvoorstel om te laten beoordelen, geen voorbeeld van een verleende subsidie.

  • Ontwikkelvraag: hoe leren monteurs storingen beoordelen en hun afwegingen aan elkaar uitleggen?
  • Voorgestelde activiteit: C, een methode met praktijkopdrachten, nabesprekingen en individuele leerafspraken ontwikkelen en invoeren.
  • Oplevering: uitgewerkte rollen en werkwijze, enkele geteste opdrachten, een gespreksformat en een planning voor herhaald gebruik.
  • Eigenaar: de teamleider zorgt voor toepassing; een medewerker beheert de opdrachten en verwerkt verbeteringen.
  • Evaluatie: tijdens de proefuitvoering vastleggen welke onderdelen gebruikt worden, wat deelnemers lastig vinden en welke aanpassingen nodig zijn. Daarna beoordelen of de aanpak bruikbaar is voor andere teams.

Het bedrijf vraagt een externe adviseur voor 100 uur tegen een fictief tarief van € 100 exclusief btw. Stel dat deze werkzaamheden volledig subsidiabel zijn en de projectvoorwaarden worden gehaald. Dan ziet een eenvoudige A/C-begroting zonder interne loonkosten er zo uit:

Rekenstap Bedrag
Externe projectkosten: 100 × € 100 € 10.000
Voorgeschreven toeslag: 15% × € 10.000 € 1.500
Subsidiabele kosten in dit voorbeeld € 11.500
Mogelijke subsidie: 60% × € 11.500 € 6.900
Niet-gesubsidieerd deel van deze grondslag € 4.600

Die € 4.600 is niet automatisch de volledige eigen kasuitgave. Btw, een eventuele losse vakcursus en andere uitgesloten kosten staan buiten deze subsidiegrondslag. De toeslag is een voorgeschreven berekeningspost; boek daar niet nog eens dezelfde overhead bovenop als afzonderlijke subsidiabele kosten. Zonder verlening draagt het bedrijf zijn verplichtingen zelf.

Leg vóór uitvoering vijf beslissingen vast

  1. Wat verandert er in het leren? Schrijf op welk probleem je oplost, voor welke medewerkers en met welk resultaat. Een algemene wens zoals ‘meer ontwikkeling’ is onvoldoende concreet.
  2. Welke activiteit past? Koppel werkzaamheden en resultaten aan A, B of C. Haal losse cursussen en andere uitgesloten posten uit de begroting.
  3. Wie voert uit en wie neemt over? Reserveer tijd, wijs een projecteigenaar aan en bepaal wie de aanpak na vertrek van de adviseur gebruikt.
  4. Wanneer mag het project starten? De subsidiabele initiatiefperiode begint de dag na de datum van het verleningsbesluit. Kosten buiten die periode zijn niet subsidiabel. Stem opdrachten en planning daarop af; het indienen van een aanvraag geeft nog geen startdekking.
  5. Hoe toon je uitvoering aan? Leg vooraf vast welke resultaten, uren, facturen en betaalbewijzen je bewaart en hoe je bruikbaarheid beoordeelt.

Een individueel project duurt in beginsel maximaal twaalf maanden. Neem bij vertraging of inhoudelijke wijzigingen contact op met UVB; pas niet stilzwijgend doel, activiteiten of planning aan. Ook wanneer een subsidie onder € 25.000 automatisch wordt vastgesteld, moet je kunnen aantonen dat je het project volgens de afspraken hebt uitgevoerd.

Gebruik je plan vervolgens voor het officiële activiteitenplan, de begroting en de overige verplichte aanvraagstukken. Controleer daarbij eerdere SLIM-projecten: een nog niet vastgestelde subsidie voor A of C kan een nieuwe aanvraag voor die activiteiten blokkeren. Een goed uitgewerkt plan is nodig voor de beoordeling, maar neemt budgetgrenzen en overige voorwaarden niet weg.

Veelgestelde vragen

Vergoedt SLIM mkb een cursus voor mijn medewerkers?

Opleidingskosten zijn binnen de kostenregeling voor A en C uitgesloten. Voor bepaalde opleidingen bestaat de afzonderlijke SLIM-scholingssubsidie, met eigen voorwaarden, scholingspakket en budget. Een opleidingsplan binnen SLIM mkb maakt de latere cursus niet automatisch subsidiabel.

Geldt voor kleine bedrijven nog 80% subsidie?

Nee. Bij SLIM mkb geldt sinds 2025 voor activiteiten A en C ook voor kleine ondernemingen 60% van de subsidiabele kosten. Voor activiteit B geldt een vast bedrag van € 700 per afgerond adviestraject.

Kan ik meteen na de aanvraag met subsidiabele werkzaamheden beginnen?

De subsidiabele initiatiefperiode begint de dag na de datum van het besluit tot subsidieverlening. Kosten buiten die periode komen niet voor subsidie in aanmerking. Stem je planning en verplichtingen af op die grens en het risico dat geen subsidie wordt verleend.

Is een inloting hetzelfde als een toekenning?

Nee. De loting bepaalt bij overvraging de behandelvolgorde. Daarna wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld en moet voldoende budget beschikbaar zijn.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (9)