Een medewerker vraagt een collega om steeds het rooster voor te lezen. Een ander loopt vast bij een digitaal formulier of verwisselt aantallen en verpakkingen. Dat zijn redenen om te onderzoeken waar het werk moeilijk wordt. Ze bewijzen op zichzelf niet dat iemand laaggeletterd is. Begin met de taak en jouw uitleg, voer daarna een rustig gesprek en maak hulp concreet.
Wat betekent laaggeletterdheid op het werk?
Laaggeletterdheid gaat over moeite met lezen, schrijven en/of rekenen die het zelfstandig meedoen belemmert. Iemand kan wel lezen en schrijven, maar heeft bijvoorbeeld problemen met een instructie, formulier of bericht. Er kunnen ook moeilijkheden zijn met digitale vaardigheden. Die vaardigheden verschillen per persoon: moeite met lezen betekent niet automatisch dat iemand ook niet kan rekenen.
De begrippen vragen om onderscheid. Iemand die Nederlands leert, kan in een andere taal uitstekend lezen en schrijven. Iemand die vloeiend Nederlands spreekt, kan juist moeite hebben met geschreven informatie. Opleidingsniveau, afkomst, accent of leeftijd vertelt je niet welke hulp deze medewerker nodig heeft. Ook dyslexie en laaggeletterdheid zijn niet hetzelfde. Voor specifieke lees- en spellingproblemen staat meer bij ondersteuning bij dyslexie op het werk.
Als werkgever hoef je geen etiket vast te stellen om een onduidelijk formulier te verbeteren of hulp bij een werktaak aan te bieden. Daar kun je meteen mee beginnen.
Welke signalen zijn aanleiding voor een gesprek?
Kijk naar terugkerende problemen in concrete situaties: velden blijven leeg, een schriftelijke wijziging wordt gemist of een medewerker vraagt telkens hulp bij dezelfde berekening. Vraag ook wat al goed gaat. Misschien begrijpt iemand een mondelinge opdracht wel, maar niet de afkortingen op het werkbriefje.
Trek geen conclusie uit een slordig handschrift, een vergeten bril of het afslaan van een cursus. Een nieuw systeem, onduidelijke instructies, tijdsdruk of onbekende vakwoorden kunnen eveneens een rol spelen. Behandel een verklaring van de medewerker niet als een smoes die jij moet ontmaskeren.
Noteer voor jezelf vóór het gesprek één feitelijk voorbeeld: welke taak, welke informatie en waar liep die vast? Gebruik geen lijst waarop je medewerkers punten geeft voor vermoedelijke laaggeletterdheid. Het doel is een passende vervolgstap vinden, niet collega’s indelen.
Verbeter eerst de informatie die je zelf geeft
Pak het rooster, formulier of de instructie erbij. Is duidelijk wat iemand moet doen, wanneer en bij wie diegene terechtkan? Controleer dit ook met andere gebruikers. Als meerdere collega’s dezelfde stap verkeerd begrijpen, verdient de uitleg direct aandacht.
- Zet de handeling voorop. Schrijf bijvoorbeeld: ‘Vul hier het aantal losse bekers in’ in plaats van ‘Registratie verbruikseenheden’.
- Gebruik dezelfde woorden. Noem een doos niet op het ene scherm een verpakking en op het andere een eenheid. Leg noodzakelijke vaktermen uit.
- Maak stappen zichtbaar. Eén handeling per stap, voldoende ruimte en een herkenbaar voorbeeld helpen bij het volgen van de taak.
- Combineer tekst met uitleg. Laat iets zien en doe het voor. Controleer of een foto of pictogram werkelijk dezelfde betekenis heeft voor de gebruiker.
- Maak hulp bereikbaar. Noem een aanspreekpunt en bied uitleg zonder dat iemand eerst door een ingewikkeld digitaal formulier moet.
Een tekst op taalniveau B1 is geen garantie dat iedereen hem begrijpt. Probeer de instructie samen uit. Vraag bijvoorbeeld: ‘Ik wil weten of mijn uitleg duidelijk is. Hoe zou je hiermee beginnen?’ Maak er geen onverwachte voorleestoets voor collega’s van.
Een respectvol gesprek zonder iemand vast te zetten
Kies een rustig moment onder vier ogen. Praat met een volwassen collega over diens werk. Vermijd kinderlijke oefeningen, grapjes of een gesprek waarin je al hebt besloten wat er aan de hand is.
Een mogelijke opening is: ‘Bij de nieuwe voorraadlijst zijn twee keer de aantallen in de verkeerde kolom gekomen. Die kolommen lijken ook veel op elkaar. Ik wil samen bekijken waar het lastig wordt. Zit het in de woorden, de berekening, het scherm of iets anders?’
Vraag vervolgens: ‘Hoe doe je dit nu? Wat helpt je al? Wat zou je zelf makkelijker willen kunnen?’ Laat de medewerker uitspreken. Diegene hoeft geen schoolgeschiedenis, privéproblemen of medische verklaring te geven om samen de werktaak te bespreken.
Maak je aanbod specifiek: ‘Ik kan het formulier aanpassen en een moment regelen om ermee te oefenen. Als je daarnaast beter wilt leren lezen of rekenen, kunnen we samen kijken naar lessen voor volwassenen. Je kunt ook eerst zelf met een aanbieder praten.’
Staat iemand er niet voor open? Ga niet doorvragen totdat diegene jouw vermoeden bevestigt. Vraag of je later op het aanbod mag terugkomen en leg uit welke ondersteuning bereikbaar blijft. Bespreek noodzakelijke werkinstructies en veiligheid wel meteen. Beloof niet dat elke werkfout zonder gevolgen blijft; wees duidelijk over de taakvereisten én over wat jij doet om die haalbaar te maken.
Werktaakblad: van probleem naar passende hulp
Gebruik dit blad samen voor één taak tegelijk. De voorbeelden zijn fictief en vormen geen test. Kies alleen de rij die past; meerdere soorten hulp kunnen nodig zijn.
| Werktaak en concrete vraag | Eerst verbeteren op het werk | Mogelijke aanvullende hulp |
|---|---|---|
| Een rooster lezen. Is de datum lastig, de betekenis van een afkorting of het vinden van de juiste dienst? | Volledige dag en datum, vaste indeling en wijzigingen duidelijk aangeven. Samen de eigen dienst terugvinden. | Oefenen met lezen of tijdsaanduidingen als daar de leervraag ligt. |
| Een overdracht schrijven. Is onduidelijk wat erin hoort of is het opschrijven zelf moeilijk? | Een kort formulier met vaste vragen en een ingevuld voorbeeld. Laat overbodige vrije tekst weg. | Schrijfoefening met passende werkvoorbeelden; zo nodig advies over een ondersteunend hulpmiddel. |
| Een voorraad tellen. Gaat het om tellen, vermenigvuldigen of het verschil tussen dozen en losse stuks? | Eenheden uitschrijven, verpakking en losse aantallen apart tonen en een controlestap afspreken. | Rekenondersteuning rond de benodigde bewerkingen, eventueel met een passend rekenhulpmiddel. |
| Verlof digitaal aanvragen. Zit het probleem in lezen, inloggen of het gebruik van het programma? | De route voordoen op een oefenscherm en een korte stappenkaart beschikbaar maken. | Uitleg over dit systeem of lessen digitale vaardigheden. Laat wachtwoorden bij de medewerker. |
Vul daarna vijf afspraken in: de taak die makkelijker moet worden, de aanpassing, wie die regelt, het oefenmoment en hoe jullie controleren of de oplossing helpt. Schrijf bijvoorbeeld ‘dienstwijziging zelfstandig kunnen vinden’, in plaats van ‘taalachterstand wegwerken’. Dat eerste maakt duidelijk waarop je terugkomt.
Regel een eerste stap naar ondersteuning
Voor hulp bij lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden kan de medewerker terecht bij Startpunt Ik wil leren. Aanmelden kan ook via het gratis telefoonnummer 0800 023 44 44. Een Taalhuis of Taalpunt in de buurt kan daarna contact opnemen. Bied aan samen te bellen als de medewerker dat wil; stuur niet alvast een personeelsdossier door.
Een werkgever die de aanpak binnen het bedrijf wil organiseren, kan via Taal werkt! van Stichting Lezen en Schrijven advies zoeken. Ook een brancheorganisatie of opleidingsfonds kan helpen om passend aanbod te vinden. Controleer steeds de actuele voorwaarden. Gratis bellen of advies betekent niet dat elk lestraject gratis is of dat jouw bedrijf subsidie krijgt.
Bespreek vóór een aanmelding met medewerker en aanbieder:
- Wat wil de medewerker leren en past het aanbod bij diens startpunt? Nederlands leren als tweede taal kan om ander onderwijs vragen dan beter leren lezen in een taal die iemand al spreekt.
- Wie geeft de begeleiding, individueel of in een groep, en kan die aansluiten op relevante werktaken?
- Wanneer zijn de lessen en de oefenmomenten? Wie betaalt welke kosten en welke afspraken gelden over werktijd?
- Wie regelt de eerste afspraak en hoe krijgt de medewerker die informatie op een begrijpelijke manier?
- Welke voortgangsinformatie is voor de werkgever nodig, wie krijgt die en wat blijft tussen deelnemer en aanbieder?
Een collega kan helpen met een werkformulier. Maak die collega niet ongemerkt verantwoordelijk voor een compleet lees- of rekentraject. Reserveer voor begeleiding tijd en schakel voor onderwijs iemand in met passende deskundigheid.
Is een taaltest nodig?
Niet om duidelijke instructies te maken of ondersteuning aan te bieden. Als een screening nuttig lijkt, overleg dan met een deskundige over doel, geschiktheid, afname en vervolg. De screeningsinstrumenten van Stichting Lezen en Schrijven geven een indicatie, geen vastgesteld taalniveau. Ze zijn bovendien bedoeld voor specifieke doelgroepen: Nederlandstaligen en mensen die Nederlands later leerden en op A2-niveau kunnen spreken. Gebruik een uitslag niet als diagnose of als zelfstandige uitspraak over geschiktheid voor een functie. Regel vóór het screenen welke hulp daarna beschikbaar is.
Veilig werken kan niet wachten op een cursus
Als een medewerker een veiligheidsinstructie niet begrijpt, moet je de werksituatie nu veilig organiseren. Alleen een document laten ondertekenen is onvoldoende om te weten of de uitleg is begrepen. Stem voorlichting af op het werk en de risico’s uit de RI&E, geef passende instructie en herhaal die waar nodig.
Laat een deskundige instructeur in een veilige oefensituatie controleren of de medewerker de handelingen en stopmomenten begrijpt. Als zelfstandig uitvoeren nog niet verantwoord is, organiseer dan een veilige andere werkwijze, passende begeleiding of tijdelijk ander werk. Laat iemand niet onder productiedruk ‘even proberen’ met een gevaarlijke machine.
Vereenvoudig de uitleg zonder waarschuwingen, noodzakelijke stappen of functiegebonden eisen weg te laten. Registreer welke instructie is gegeven en door wie en aan wie. Een leertraject kan aanvullen wat nodig is, maar vervangt jouw verantwoordelijkheid voor veilige uitvoering niet.
Fictief voorbeeld: dozen en stuks in een cateringbedrijf
Els zet materialen klaar voor vergaderingen. Op de voorraadlijst staat ‘6 × 8 bekers’. Ze noteert 6 bij het totale aantal. De leidinggevende vraagt hoe zij de lijst leest. Els vertelt dat ze niet weet of de eerste kolom dozen of losse bekers bedoelt en dat ze vermenigvuldigen lastig vindt. Dat gesprek stelt geen laaggeletterdheid vast, maar maakt twee concrete problemen bespreekbaar.
Ze spreken het volgende af:
- De planner past de lijst aan: ‘6 dozen’, ‘8 bekers per doos’ en ‘48 bekers totaal’ komen in afzonderlijke, benoemde velden. De planner controleert de opzet ook met de andere gebruikers.
- Els oefent met haar werkbegeleider: op een rustig moment vergelijken ze een oefenlijst met echte verpakkingen en een rekenmachine. Ze spreken af hoe ze het resultaat controleert.
- Els kiest een vervolgstap: ze wil informatie over rekenlessen voor volwassenen. De leidinggevende biedt aan het eerste telefoongesprek samen te voeren en bespreekt daarna de rooster- en kostenafspraken.
- Ze plannen een terugkoppeling: bij de volgende bespreking bekijken ze of Els de eenheden kan onderscheiden, de berekening met het hulpmiddel kan uitvoeren en weet wanneer ze hulp vraagt.
Blijkt de nieuwe lijst nog onduidelijk, dan wordt die aangepast. Blijft rekenen moeilijk, dan bespreken ze andere of aanvullende ondersteuning. Er is geen vooraf beloofde datum waarop Els een bepaald niveau moet hebben bereikt. De casus is een voorbeeld van afspraken, geen gemeten resultaat.
Leg werkafspraken vast, geen etiket
Gegevens over begeleiding en scholing zijn persoonsgegevens. Bepaal vooraf het doel en de passende AVG-grondslag. Bewaar alleen wat daarvoor nodig is, maak duidelijk wie erbij kan en hoe lang je het bewaart. Een volledig intakeverslag of alle antwoorden op een test zijn niet vanzelf nodig om een oefenmoment te plannen.
Een bruikbare notitie is bijvoorbeeld: ‘Voorraadlijst aangepast; oefenen met eenheden op afgesproken moment; planner controleert formulier; evaluatie met medewerker.’ Zet geen onbevestigd label ‘laaggeletterd’ in een breed gedeeld rooster. Bespreek met de aanbieder welke noodzakelijke informatie kan worden teruggekoppeld en informeer de medewerker daarover. Instemming met hulp is geen vrijbrief om diens gegevens te verspreiden.
Kijk bij de opvolging zowel naar de medewerker als naar de organisatie. Zijn de instructies duidelijker? Is de afgesproken oefentijd echt beschikbaar? Kan de medewerker de relevante taak uitvoeren en hulp inschakelen? Een gevolgde cursus is op zichzelf geen bewijs dat elke taak nu zelfstandig lukt. Laat ondersteuning aansluiten op wat de praktijk laat zien.
Veelgestelde vragen
Hoe weet je of een medewerker laaggeletterd is?
Dat kun je niet vaststellen aan één fout, een vergeten bril of iemands opleiding. Terugkerende problemen met geschreven informatie of berekeningen kunnen aanleiding zijn voor een gesprek over concrete werktaken. Vraag wat lastig is en controleer ook je eigen uitleg. Laat een eventuele screening deskundig begeleiden; een indicatie is geen diagnose of niveaubepaling.
Is moeite met Nederlands hetzelfde als laaggeletterdheid?
Nee. Een medewerker kan in een andere taal goed lezen en schrijven, maar het Nederlands nog leren. Andersom kan iemand vloeiend Nederlands spreken en moeite hebben met lezen of rekenen. Kies ondersteuning op basis van de individuele leervraag, niet op basis van afkomst of accent.
Waar kan een medewerker hulp krijgen?
Via Startpunt Ik wil leren kan iemand ondersteuning in de buurt zoeken voor lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Aanmelden kan via de website van Stichting Lezen en Schrijven of het gratis nummer 0800 023 44 44. Bespreek met de aanbieder wat past, wanneer het plaatsvindt en wat de kosten zijn. Niet ieder traject is kosteloos.
Wat als een medewerker geen cursus wil?
Vraag of je later op het aanbod mag terugkomen en houd praktische hulp bereikbaar. Verbeter ondertussen de informatie en uitleg op het werk. Noodzakelijke instructies en veiligheidsafspraken moet je wel direct bespreken. Onderzoek wat de medewerker nodig heeft om de taak verantwoord uit te voeren, zonder een verklaring over diens achtergrond af te dwingen.
Bronnen en controle
Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.
Bekijk de bronnen (12)
- Stichting Lezen en Schrijven: wat is laaggeletterdheid?
- Stichting Lezen en Schrijven: Taal werkt! voor bedrijven
- Stichting Lezen en Schrijven: communicatie op de werkvloer
- Stichting Lezen en Schrijven: herkennen op de werkvloer
- Stichting Lezen en Schrijven: een gesprek beginnen en hulp aanbieden
- Stichting Lezen en Schrijven: screeningsinstrumenten en hun grenzen
- Stichting Lezen en Schrijven: Startpunt Ik wil leren
- SER: Samen werken aan taal, toelichting op het advies uit 2019
- Arboportaal: voorlichting over gezondheidsrisico’s
- Autoriteit Persoonsgegevens: de AVG in het kort
- Werkgeverslijn: aandacht voor beperkte basisvaardigheden (geraadpleegd ter vergelijking)
- STL: hulp bij laaggeletterdheid (geraadpleegd ter vergelijking)