Een groter scherm kan een deel van het werk makkelijker maken, terwijl een foutmelding buiten beeld blijft. Extra licht kan helpen om een etiket te lezen, maar tegelijk hinderlijk weerkaatsen op het werkblad. Een werkplek toegankelijk maken voor een slechtziende medewerker vraagt daarom om meer dan één hulpmiddel bestellen.

Bekijk samen hoe de medewerker informatie waarneemt, de gebruikte middelen bedient en zich door de werkomgeving verplaatst. Deze gids helpt werkgevers om daar concrete afspraken en onderzoeksvragen van te maken. De uitkomst moet passen bij de persoon, de taken en de omstandigheden op die werkplek.

Begin bij de medewerker en de werkhandeling

Slechtziendheid kan verschillende gevolgen hebben. Iemand kan bijvoorbeeld moeite hebben met details, contrast, een deel van het gezichtsveld of fel licht. Wat in één situatie zichtbaar is, hoeft onder andere omstandigheden niet goed waarneembaar te zijn. Een algemene indruk van hoeveel iemand nog ziet, vertelt daarom onvoldoende over het werk.

Vraag welke werkhandelingen lastig zijn en welke oplossingen de medewerker al gebruikt. Neem bestaande vaardigheden en hulpmiddelen als uitgangspunt. Stel niet vast wat iemand wel of niet kan op basis van een diagnose of een losse demonstratie.

Praktische vragen voor het eerste gesprek zijn:

  • Welke informatie moet je voor deze taak kunnen lezen, herkennen of controleren?
  • Waar lukt dat nu goed, en waar kost het veel moeite of ontstaat onzekerheid?
  • Verandert dit bij ander licht, een andere werkplek of later tijdens de werkzaamheden?
  • Welke instelling, hulp of werkwijze gebruik je al?
  • Welke taak of route moeten we eerst samen bekijken?

Maak de medewerker medeonderzoeker van de praktische oplossing, zonder die verantwoordelijk te maken voor alle technische beoordeling. Bij ziekte en re-integratie beoordeelt de bedrijfsarts de medische belastbaarheid. De leidinggevende vertaalt het relevante advies naar werkafspraken en voert niet zelf een oogonderzoek uit.

Breng visuele informatie buiten het beeldscherm in kaart

Loop een gewone werkhandeling langs. Denk aan een papieren opdracht, een productetiket, een meetwaarde, de bediening van een apparaat en de informatie die een collega aanwijst. Vraag bij ieder onderdeel wat er herkend moet worden en hoe nauwkeurig dat moet.

Een bruikbaar alternatief hangt af van de taak. Vergroting kan bij een document helpen, terwijl een overzichtelijke indeling of een andere presentatie nodig is om de juiste informatie terug te vinden. Onderzoek bijvoorbeeld:

  • een digitaal beschikbaar document in plaats van alleen een kleine papieren afdruk;
  • goed onderscheidbare labels met een vaste plaats en duidelijke tekst;
  • een hulpmiddel voor vergroting of voorlezen dat met het betreffende materiaal werkt;
  • een tekstuele of gesproken aanduiding naast een kleurcode of lampje;
  • een bedieningswijze waarbij de medewerker de gekozen instelling ook kan controleren.

Behoud bij markeringen en labels de noodzakelijke product- en veiligheidsinformatie. Laat aanpassingen aan apparatuur of veiligheidsaanduidingen beoordelen voordat ze worden gebruikt. Een voelbare markering die een knop herkenbaar maakt, vertelt bijvoorbeeld nog niet of de actuele instelling of een storing ook waarneembaar is.

Spreek in overleg uit wat alleen zichtbaar wordt getoond. “Deze rode lijn” geeft weinig informatie als iemand de presentatie niet kan volgen. Benoem welke waarde of ontwikkeling je bedoelt en deel de onderliggende informatie tijdig in een bruikbaar formaat. Vraag hoe iemand hulp wil krijgen; neem een handeling of begeleiding niet ongevraagd over.

Onderzoek verlichting, schittering en werkhouding samen

Er is geen universele lamp of lichtinstelling voor iedere slechtziende medewerker. Beoordeel het licht bij de echte taak: waar valt het op, wat weerspiegelt, ontstaan er schaduwen en blijft de omgeving goed waarneembaar? Meer licht kan nodig zijn, maar hinderlijk licht kan het werk juist moeilijker maken.

Vergelijk met de medewerker mogelijke veranderingen, zoals de positie van bureau en scherm, afscherming van daglicht of regelbare taakverlichting. Bekijk zowel het werkvlak als de ruimte eromheen. Een geschikte plek in de ochtend kan bij een andere zonnestand anders uitpakken. Laat zo nodig een gespecialiseerd verlichtings- of werkplekonderzoek uitvoeren.

Neem ook de houding mee. Moet de medewerker vooroverbuigen om iets te lezen, of voortdurend heen en weer kijken tussen papier en scherm? Probeer inrichting en hulpmiddel samen uit. Een groter scherm, andere schermpositie of documenthouder is pas een passende keuze als de taak én de werkhouding ermee geholpen zijn.

Laat technische eisen aan de verlichting en de werkplek beoordelen voor het betreffende werk. Een luxgetal uit een algemene tabel bewijst niet dat de individuele werkplek daarmee bruikbaar is. Omgekeerd vervangt een persoonlijke voorkeur geen beoordeling van de geldende veiligheids- en werkplekeisen.

Controleer digitale taken van aanmelden tot bevestiging

Vergroting, aangepaste kleuren, toetsenbordbediening of spraakondersteuning kunnen verschillende behoeften ondersteunen. Welke combinatie bruikbaar is, moet blijken in de gebruikte software. Bij vergroting is soms maar een klein deel van het scherm tegelijk zichtbaar. Overzicht en vindbare meldingen zijn dan net zo belangrijk als leesbare letters.

Laat de medewerker met de beoogde instellingen een representatieve taak proberen. Begin bij aanmelden, inclusief een eventuele beveiligingsstap. Bekijk daarna zoeken, invullen, controleren, wijzigen en afronden. Geef ook een foutmelding aandacht: kan de medewerker ontdekken wat verkeerd is en dit herstellen?

Vraag IT en de leverancier om te onderzoeken of informatie bij vergroting verdwijnt, of bediening met het toetsenbord werkt en of de gebruikte ondersteunende technologie toegang heeft tot de benodigde onderdelen. De mogelijkheid om de startpagina te vergroten bewijst niet dat het hele proces bruikbaar is.

Lever documenten met herkenbare structuur en echte tekst. Alleen een screenshot van een tabel of een scan van een instructie kan onvoldoende zijn. Bij voorlezen moeten volgorde en betekenis behouden blijven. Zet belangrijke informatie niet uitsluitend in kleur; voeg een duidelijke tekst of ander bruikbaar signaal toe.

Test ook de combinatie met dagelijkse omstandigheden. Kan iemand wisselen tussen de gebruikelijke toepassingen? Blijven instellingen behouden op een gedeelde werkplek? Is gesproken uitvoer te gebruiken zonder vertrouwelijke informatie hoorbaar te maken voor anderen? Laat benodigde ondersteuning en gegevensbescherming samen beoordelen.

Maak routes en dagelijks gebruik voorspelbaar

Neem meer mee dan de route van de voordeur naar het bureau. De medewerker moet ook de benodigde vergaderruimte, voorraadplek, pauzeruimte en andere voorzieningen kunnen bereiken en gebruiken. Bespreek welke route bekend is, waar herkenningspunten ontbreken en welke veranderingen eerst uitleg of begeleiding vragen.

Onderzoek zo nodig met een deskundige of aanpassingen aan contrast, verlichting, aanduidingen of inrichting helpen. Geef spullen een vaste plek en houd doorgangen vrij. Spreek af dat tijdelijke opslag, een schoonmaakkar of een veranderde meubelopstelling niet ongemerkt de afgesproken route blokkeert. Meld geplande wijzigingen voordat de medewerker ermee wordt geconfronteerd.

Maak ook de dagelijkse bediening onderdeel van de rondgang. Het vinden van de lift of koffiemachine is iets anders dan de juiste knop en terugmelding kunnen gebruiken. Leg een knelpunt vast als concrete handeling, bijvoorbeeld “de gekozen verdieping kunnen controleren”, zodat een uitvoerder weet wat opgelost moet worden.

Ga niet experimenteren in een risicovolle situatie om te zien of iets lukt. Bij machines, intern verkeer, hoogteverschillen of andere gevaren hoort een beoordeling binnen de veiligheidsaanpak. Organiseer bij een onveilige situatie direct een veilige werkwijze of ander passend werk terwijl de oplossing wordt onderzocht.

Bespreek alarmering en ontruiming afzonderlijk

De werkgever moet bedrijfshulpverlening organiseren die aansluit bij de risico’s. Bekijk met de medewerker, preventiemedewerker en bhv-organisatie hoe waarschuwingen worden waargenomen en hoe de medewerker bij een noodsituatie veilig handelt. Veronderstel niet dat een bekende dagelijkse route ook bij een ontruiming voldoende is.

Laat eventuele ondersteuning beoordelen en organiseren, inclusief de bezetting op verschillende werktijden en de afwezigheid van een vaste collega. Houd rekening met veranderingen in routes of inrichting. Oefenen gebeurt volgens de beoordeelde veiligheidsaanpak, niet door een medewerker onverwacht te laten zoeken.

Werkinstructies moeten bruikbaar zijn voor de taak en de bijbehorende risico’s. Geef waar passend mondelinge uitleg en een veilige demonstratie naast toegankelijke documenten. Leg vast welke instructie is gegeven en ontvangen en actualiseer die bij relevante veranderingen. Een verstuurde handleiding laat nog niet zien of iemand ermee kan werken.

Een praktisch proefblad voor de werkplek

Gebruik onderstaand blad voor een afgebakende taak. Het is een eigen werkhulpmiddel, geen medische test of keurmerk voor toegankelijkheid. Neem de omstandigheden op, zodat een geslaagde proef aan een bureau niet onbedoeld als bewijs voor alle andere werkplekken wordt gebruikt.

Onderdeel Wat leg je vast?
Taak en informatie Welke handeling moet lukken? Welke tekst, melding, waarde of instelling moet de medewerker daarbij kunnen waarnemen?
Omstandigheden Locatie, tijdstip/licht, apparaat, softwareversie, documenten en gebruikte ondersteuning.
Te proberen verandering Bijvoorbeeld een andere opstelling, instelbare vergroting of toegankelijker document. Noteer ook wat gelijk blijft.
Controle Kan de medewerker de taak uitvoeren, de uitkomst controleren en herstellen als iets fout gaat? Welke inspanning of hulp blijft nodig?
Grenzen en vervolg Wat is nog niet onderzocht? Welke veiligheids- of technische beoordeling is nodig? Wie regelt dat en wanneer?
Werkbare tussenoplossing Hoe gaat de taak verantwoord verder zolang het probleem openstaat? Wie is bereikbaar bij uitval van het hulpmiddel?
Besluit Behouden, aanpassen of een alternatief onderzoeken. Leg eigenaar, uitvoering en nieuw controlemoment vast.

Beoordeel meer dan snelheid. Een taak kan lukken doordat iemand veel moet zoeken, voortdurend hulp vraagt of zich sterk inspant. Bespreek de ervaring van de medewerker en plan voldoende oefenruimte bij een nieuwe werkwijze. Trek uit een eerste kennismaking met software geen conclusie over de blijvende mogelijkheden.

Fictief voorbeeld: een order kunnen controleren

Mila werkt in de orderadministratie van een groothandel. In dit fictieve voorbeeld gebruikt zij vergroting op haar computer. Het lezen van orderregels lukt, maar bij het opslaan merkt zij een melding buiten het vergrote beeld niet op. Daarnaast heeft zij op zonnige middagen last van reflecties op haar werkplek.

De leidinggevende, Mila en IT kiezen als proef één volledige taak: een fictieve order openen, het aantal wijzigen, de wijziging controleren en terugvinden of de order is opgeslagen. Ze gebruiken geen echte klantorder om een onbekende bediening uit te proberen.

Vraag Afspraak voor onderzoek
Is de terugmelding waarneembaar? IT onderzoekt met de leverancier hoe de melding en de focus van de bediening werken bij de gebruikte vergroting. Mila probeert de gewijzigde uitvoering opnieuw.
Kan Mila de invoer zelf controleren? De proef bevat ook een onjuiste oefeninvoer die hersteld moet worden. De ordergegevens en opslagstatus moeten beide controleerbaar zijn.
Blijft de werkplek bruikbaar bij ander daglicht? De facilitair verantwoordelijke vergelijkt met Mila een andere schermpositie en afscherming. Zo nodig volgt gespecialiseerd advies. De proef gebeurt ook op een moment waarop de reflectie optreedt.
Wat gebeurt er zolang de melding niet goed werkt? De leidinggevende regelt een afgesproken controle met een beschikbare collega. Deze tijdelijke taak krijgt tijd en een vervanger; IT blijft eigenaar van de technische oplossing.

Dit voorbeeld heeft geen vooraf beloofde uitkomst. Als alleen de reflectie wordt opgelost, blijft de digitale melding een open knelpunt. En als de leverancier de toepassing bijwerkt, moet de afgesproken taak opnieuw worden geprobeerd. De aanschaf van een hulpmiddel, de bruikbaarheid ervan en het dagelijkse beheer zijn afzonderlijke stappen.

Regel onderzoek, ondersteuning en beheer

Bij een visuele beperking kan gespecialiseerd werkplekonderzoek helpen om inrichting, licht, hulpmiddelen en werkzaamheden samen te beoordelen. Bespreek wie welk onderzoek doet en welke praktische informatie de deskundige nodig heeft. Laat medische beoordeling bij de daarvoor bevoegde professional en beperk gedeelde informatie tot wat noodzakelijk en rechtmatig is.

Bij een benodigde aanpassing wegens een handicap of chronische ziekte geldt de plicht tot doeltreffende aanpassingen, tenzij die onevenredig belastend zijn. Onderzoek de behoefte en geschikte alternatieven samen met de medewerker. Een verzoek is niet afgedaan met “we hebben al een groter scherm”.

Voor de uitvoering en eventuele financieringsroute kun je verder met werkplekaanpassingen bespreken en organiseren. Een mogelijke vergoeding is geen garantie en bepaalt niet op zichzelf wat je als werkgever moet aanpassen.

Wijs na de keuze een beheerder aan voor instellingen, documenten, verlichting en storingen. Controleer opnieuw bij gewijzigde taken, een verhuizing of software-update. Gebruik de concrete proefhandelingen als geheugensteun. Voor het meenemen van toegankelijkheid in de algemene inrichting en inkoop is er de gids over een toegankelijke werkplek.

Veelgestelde vragen

Is een groter beeldscherm voldoende voor een slechtziende medewerker?

Dat hangt af van de taak en de medewerker. Vergroting kan helpen, maar ook overzicht, meldingen, bediening en de werkhouding vragen aandacht. Probeer de volledige handeling, inclusief controleren en fouten herstellen, met de beoogde instellingen en ondersteuning.

Hoeveel licht is nodig op de werkplek?

Er is geen universele lichtinstelling voor iedere slechtziende medewerker. Beoordeel onder meer het werkvlak, schaduwen, reflecties, daglicht en de omgeving. Laat de individuele behoefte en de technische eisen voor het betreffende werk samen beoordelen, zo nodig met gespecialiseerd verlichtingsonderzoek.

Moet iedere slechtziende medewerker een schermlezer gebruiken?

Nee. Sommige medewerkers gebruiken vergroting, aangepaste instellingen, spraakondersteuning of een combinatie. Ga uit van de gebruikte vaardigheden en bespreek wat bij de concrete taken past. De toepassing moet met de gekozen ondersteuning bruikbaar zijn, ook bij aanmelden en foutmeldingen.

Hoe regel je veiligheid bij verplaatsen en ontruimen?

Bespreek de dagelijkse routes én noodsituaties met de medewerker en de veiligheidsorganisatie. Laat beoordelen welke waarschuwingen, inrichting en eventuele hulp nodig zijn. Regel ook vervanging en dekking op verschillende werktijden. Oefenen gebeurt volgens een veilige, beoordeelde aanpak.

Wanneer moet je de aanpassingen opnieuw bekijken?

Bij veranderingen in taken, software, apparatuur, verlichting of inrichting, en wanneer de medewerker nieuwe knelpunten meldt. Test relevante handelingen opnieuw. Een hulpmiddel dat is geleverd of eerder werkte, blijft niet zonder beheer vanzelf bruikbaar.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (9)