Wat levert een leerwerktraject maatschappelijk op in verhouding tot de middelen die je erin steekt? De SROI-methode kan helpen om die vraag te onderzoeken. Je brengt veranderingen voor betrokken mensen en organisaties in beeld, waardeert die en vergelijkt de geschatte maatschappelijke waarde met de investering. De kwaliteit zit vooral in de onderbouwing: een nauwkeurige deling maakt onzekere aannames niet zekerder.

Welke SROI bedoel je?

Social Return on Investment als impactanalyse onderzoekt de maatschappelijke waarde van activiteiten. Daarbij gebruik je geld als gemeenschappelijke rekeneenheid, ook voor veranderingen die geen verkoopprijs hebben. Een ratio van 2:1 betekent dat de analyse twee euro maatschappelijke waarde raamt per geïnvesteerde euro. Het betekent niet dat de onderneming twee euro op haar bankrekening ontvangt.

Bij social return in een aanbesteding gaat het om afspraken met een opdrachtgever, bijvoorbeeld over werk of ontwikkeling voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Daar wordt de afkorting SROI eveneens gebruikt. De contractueel geaccepteerde waarde van een plaatsing is echter geen gemeten maatschappelijk rendement. Een impactratio voldoet ook niet vanzelf aan een contractvoorwaarde. Zoek je die uitvoeringsvraag, lees dan over je SROI-verplichting invullen.

Hier gaat het om de analysemethode. Social Value International biedt daarvoor de Guide to SROI aan. Die handleiding is in 2012 herzien; zij wordt aangevuld met richtlijnen en de huidige principes van Social Value International. De oude publicatiedatum maakt de handleiding niet tot een actuele tabel met standaardbedragen: waarden, gegevens en aannames moet je voor je eigen analyse onderbouwen.

Begin bij een besluit en bepaal wie gevolgen ondervindt

Schrijf op waarvoor je de analyse nodig hebt. Wil je een traject verbeteren, een investering voorbereiden of verantwoorden wat er is gebeurd? Kies vervolgens de activiteit, doelgroep en periode. Een afgebakend leerwerktraject vraagt een andere analyse dan de maatschappelijke waarde van je hele onderneming.

Maak duidelijk of je een prognose maakt of achteraf evalueert. Een prognose gebruikt verwachte uitkomsten. Een evaluatie steunt op informatie over gerealiseerde veranderingen, maar bevat vaak nog schattingen over hun waarde, oorzaak en duur. Vermeld per onderdeel wat is waargenomen en wat is aangenomen.

Betrek de mensen die gevolgen ondervinden: deelnemers, medewerkers, samenwerkingspartners en waar relevant andere groepen. Vraag welke positieve én negatieve veranderingen zij ervaren. De financier bepaalt niet alleen wat belangrijk is. Een kortere begeleiding kan voor een organisatie goedkoper zijn, terwijl deelnemers juist ondersteuning missen.

Leg vast welke gevolgen voldoende belangrijk zijn om mee te nemen en waarom je andere buiten beschouwing laat. Het ontbreken van een gemakkelijke europrijs is geen goede reden om een belangrijk nadeel te laten verdwijnen. Social Value International benadrukt juist het betrekken van belanghebbenden en het opnemen van relevante, ook onbedoelde veranderingen.

Onderbouw de verandering voordat je haar waardeert

Verbind de ingezette middelen en activiteiten aan de uitkomsten die je wilt onderzoeken. Een theory of change helpt om die redenering zichtbaar te maken. Het aantal trainingen is iets anders dan een betere positie op de arbeidsmarkt. Voor die laatste uitkomst heb je passende gegevens nodig. De uitwerking van een meetopzet staat bij sociale impact meten.

Houd de investering volledig en zonder dubbeltellingen bij. Neem de middelen mee die binnen de gekozen afbakening nodig zijn: betaalde uitvoering, relevante interne tijd en bijdragen in natura. Tel een subsidie en de daarmee betaalde personeelskosten niet als twee afzonderlijke investeringen. Het zijn dan de financiering en de besteding van hetzelfde geld.

Vervolgens bepaal je hoe je een uitkomst waardeert. Bij een inkomensverandering kun je de werkelijke verandering in besteedbaar inkomen onderzoeken. Voor een uitkomst zonder marktprijs gebruik je een onderbouwde financiële benadering, vaak een proxy genoemd. Dat is een schatting van waarde voor een bepaalde groep in een bepaalde situatie, geen universeel prijskaartje aan een mens.

Noteer bij iedere waardering de bron, doelgroep, eenheid, periode en wat de waarde precies omvat. Een jaarwaarde voor een grote verbetering kun je niet ongewijzigd toepassen op een kleine verbetering die drie maanden duurt. Een bedrag uit een ander land of een oude studie vraagt eveneens beoordeling. Bespreek met betrokkenen of de verhouding tussen de gekozen waarden hun ervaringen weerspiegelt.

Voorkom dat twee posten hetzelfde voordeel bevatten. Een brede welzijnswaarde kan bijvoorbeeld al een verbetering omvatten die je daarnaast los wilt waarderen. Ook minder gebruik van een voorziening is niet automatisch een direct vrijvallend budget. De maatschappelijke waardering en een aantoonbare kasbesparing vragen verschillende onderbouwing.

Claim alleen het deel dat je kunt onderbouwen

Een verandering na deelname is niet volledig aan jouw activiteit toe te schrijven. De SROI-methode vraagt daarom om onderzoek naar andere verklaringen en gevolgen. De volgende begrippen helpen je om de raming te begrenzen.

Begrip Wat onderzoek je? Praktische betekenis
Deadweight Welk deel zou ook zonder de activiteit zijn gebeurd? Gebruik passende vergelijkingsgegevens, trends en informatie van betrokkenen.
Attribution Welk deel hangt samen met de bijdrage van anderen? Maak duidelijk welk aandeel je aan externe bijdragen toerekent en dus aftrekt.
Displacement, of verdringing Gaat winst voor de ene groep ten koste van een uitkomst elders? Onderzoek ook wie daardoor nadeel ondervindt.
Drop-off Hoe neemt de resterende bijdrage in latere jaren af? Pas een onderbouwde afname toe als je uitkomsten meerdere jaren meetelt.

Dit zijn geen vier standaardkortingen die je uit een lijst kiest. Leg per uitkomst vast welke gegevens de schatting dragen en of correcties elkaar overlappen. Een algemene vergelijkingsschatting kan bijvoorbeeld al bijdragen van andere organisaties bevatten. Trek die bijdrage dan niet nogmaals af. Behandel een partner die al uit de opgenomen investering wordt betaald evenmin automatisch als een volledig externe bijdrage.

Bij verdringing kun je de benadeelde groep afzonderlijk opnemen of een passende correctie verwerken. Doe niet beide voor hetzelfde nadeel. En een hoog percentage invullen is op zichzelf geen bewijs van voorzichtigheid: de gekozen correctie moet bij de uitkomst passen.

Maak ook het verschil tussen drop-off en discontering zichtbaar. Drop-off gaat over afnemende uitkomsten of een afnemende bijdrage daaraan. Discontering rekent waarde op verschillende momenten terug naar één waarderingsmoment. Voor beide zijn afzonderlijke aannames nodig.

Rekenvoorbeeld: van een ruwe waarde naar een begrensde raming

Alle aantallen, bedragen, percentages en termijnen hieronder zijn fictief. Een sociale onderneming verkent een traject naar passend betaald werk. Voor de uitleg rekenen we één verwachte uitkomst door: een verbeterde inkomenspositie bij twintig deelnemers. Dit is een vereenvoudigde deelberekening, geen complete SROI van het traject. Andere belangrijke uitkomsten en nadelen moeten in een werkelijke analyse ook worden onderzocht.

We nemen € 50.000 aan middelen op het startmoment aan. In dit rekenmodel zijn er daarna geen aanvullende uitvoeringskosten. Voor de inkomensuitkomst gebruiken we € 3.000 per persoon per jaar, na veronderstelde veranderingen in belasting, uitkeringen en werkgerelateerde kosten. Dat bedrag is verzonnen voor de uitleg en is geen norm voor de waarde van werk.

De ruwe jaarwaarde is 20 × € 3.000 = € 60.000. We veronderstellen dat 25% ook zonder het traject zou ontstaan. Van de resterende waarde rekenen we 20% toe aan externe ondersteuning die buiten de opgenomen investering valt. Daarna corrigeren we 10% voor veronderstelde verdringing van inkomenskansen van andere werkzoekenden. Voor dit voorbeeld nemen we aan dat deze correcties niet overlappen.

  • Na deadweight: € 60.000 × 0,75 = € 45.000.
  • Na externe attribution: € 45.000 × 0,80 = € 36.000.
  • Na displacement: € 36.000 × 0,90 = € 32.400.

De percentages worden hier achtereenvolgens op de resterende waarde toegepast. Ze worden niet opgeteld tot één aftrek van 55%. Evenmin bewijst deze rekensom dat de gekozen aandelen kloppen; daarvoor zou het bedrijf onderzoeksgegevens nodig hebben.

Vervolgens nemen we aan dat deze uitkomst drie jaar doorwerkt, met vanaf het tweede jaar jaarlijks 20% drop-off. We tellen steeds dezelfde oorspronkelijke groep door, dus geen nieuwe deelnemers. Alle jaarwaarden plaatsen we voor de berekening aan het einde van het betreffende jaar. Met een uitsluitend voor dit voorbeeld gekozen discontovoet van 3% rekenen we terug naar het startmoment.

Jaar Waarde na correcties en drop-off Contante waarde op het startmoment
1 € 32.400 € 32.400 ÷ 1,03 = € 31.456,31
2 € 32.400 × 0,80 = € 25.920 € 25.920 ÷ 1,03² = € 24.432,09
3 € 25.920 × 0,80 = € 20.736 € 20.736 ÷ 1,03³ = € 18.976,38

De som is afgerond € 74.864,77, berekend met de ongeronde tussenuitkomsten. De gebruikelijke verhouding tussen contante waarde en investering wordt in dit deelmodel: € 74.864,77 ÷ € 50.000 = ongeveer 1,50:1. Dat is geraamde waarde van de opgenomen uitkomst per euro investering, onder deze aannames. Het is geen ontvangen opbrengst en geen gevalideerde ratio voor een echt bedrijf.

Soms wordt een netto-SROI gebruikt: eerst de investering van de contante waarde aftrekken en daarna delen door de investering. Hier zou dat ongeveer 0,50 zijn. Vermeld altijd welke formule je gebruikt, zodat 1,50 en 0,50 niet als tegenstrijdige uitkomsten worden gelezen. De centen in de tabel maken alleen het narekenen mogelijk; de invoer verdient geen schijn van die precisie.

Laat zien welke aannames de conclusie veranderen

De gevoeligheidscontrole is in dit voorbeeld beslissend. Verlagen we alleen de veronderstelde jaarwaarde van € 3.000 naar € 1.800, dan wordt de verhouding ongeveer 0,90:1. Houden we € 3.000 aan, maar verhogen we alleen deadweight van 25% naar 50%, dan wordt de verhouding afgerond 1,00:1; ongerond is zij ongeveer 0,998. Het positieve verschil is in dat scenario dus verdwenen.

Deze scenario’s zijn geen betrouwbaarheidsinterval en vertellen niet hoe waarschijnlijk de aannames zijn. Ze laten zien welke onzekerheid nader onderzoek verdient. Het bedrijf zou eerst de inkomensverandering en de situatie zonder traject beter moeten onderbouwen voordat het de oorspronkelijke 1,50 als argument voor uitbreiding gebruikt.

Onderzoek daarnaast de looptijd, afname, investering en belangrijke negatieve uitkomsten. Verleng de berekening niet naar vijf jaar omdat de ratio dan hoger wordt. Zijn vervolgkosten nodig om een uitkomst te behouden, neem die mee. Houd wijzigingen in hoeveelheden, waarde en correcties onderling consistent.

Vergelijk ook niet zomaar ratio’s van verschillende ondernemingen. Een analyse met andere groepen, perioden, uitkomsten en waarderingskeuzes kan een hoger getal geven zonder dat de aanpak beter is. Zelfs binnen dezelfde onderneming vraagt een vergelijking om overeenkomende afbakeningen en een toelichting op veranderde aannames.

Gebruik de analyse om te kiezen en laat haar passend controleren

Een bruikbare analyse laat zien wie voordeel of nadeel ondervindt, welke veranderingen zwaar wegen en waar bewijs ontbreekt. Koppel daar besluiten aan: welke activiteit verdient aanpassing, welke informatie ga je verzamelen en wanneer beoordeel je de raming opnieuw? Bewaar de invoer, bronnen, aannames en versies van het rekenbestand.

Niet iedere impactvraag vraagt om monetarisering. Als de verandering zelf nog onduidelijk is, helpt eerst een betere meetopzet. Social Value International onderscheidt ook waardering zonder geldbedragen voor een social-value- of impactrapport. Voor een SROI-berekening is een geldelijke waardering nodig. Kun je belangrijke uitkomsten niet verantwoord waarderen, leg die beperking uit en presenteer een gedeeltelijke berekening niet als het volledige maatschappelijke resultaat.

Stem de controle af op het gebruik. Het huidige verificatieprincipe van Social Value International verlangt onafhankelijke assurance wanneer resultaten naar externe doelgroepen gaan of belangrijke besluiten ondersteunen. Dat is een eis binnen dat kader, geen algemene wettelijke keuringsplicht voor iedere interne impactnotitie. Laat duidelijk blijken wat is gecontroleerd en door wie.

Neem in de uiteindelijke impactrapportage de ratio op naast de afbakening, belangrijkste aannames en gevoeligheidsuitkomsten. Zo kan een lezer beoordelen wat het getal betekent en welk besluit het werkelijk ondersteunt.

Veelgestelde vragen

Betekent een SROI-ratio onder 1 dat een activiteit geen maatschappelijke waarde heeft?

Nee. Het betekent dat de geraamde waarde die in deze berekening is opgenomen lager is dan de opgenomen investering. Controleer eerst de afbakening, gegevens en aannames. Een ontbrekende belangrijke uitkomst kan de berekening onvolledig maken, maar is geen reden om zonder bewijs extra waarde toe te voegen. Gebruik naast de ratio ook de ervaringen, nadelen en overige relevante uitkomsten bij je besluit.

Over hoeveel jaren moet je een SROI-analyse berekenen?

Er is geen vaste termijn die voor iedere activiteit past. Onderbouw per uitkomst hoe lang zij naar verwachting voortduurt en welke inzet daarvoor nodig blijft. Laat latere jaren vervallen als je ze niet verantwoord kunt onderbouwen. Werk je met verschillende tijdstippen, maak dan de afname van uitkomsten, eventuele vervolgkosten en de gebruikte discontering zichtbaar.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 23 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (11)