Ziekteverzuim voorkomen begint bij werk dat veilig en gezond kan worden uitgevoerd. Als werkgever heb je invloed op de belasting, de werkplek, roosters, omgangsvormen en de toegang tot deskundige hulp. Je kunt niet alle ziekte voorkomen. Wel kun je arbeidsrisico’s aanpakken en zorgen dat medewerkers eerder hulp krijgen als werk en gezondheid knellen.

Daarvoor is meer nodig dan een gezondheidsactie of een jaarlijkse blik op het verzuimpercentage. Een bruikbaar preventieplan verbindt de risico’s in jouw bedrijf aan maatregelen, verantwoordelijken en controle op de uitvoering. Deze gids helpt je die samenhang te organiseren. De procedure na een ziekmelding en individuele re-integratieafspraken zijn andere onderdelen van je verzuimbeleid.

Begin bij arbeidsrisico’s, ook als bijna niemand ziek is

Neem je risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het bijbehorende plan van aanpak erbij. Daarin horen de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van het werk te staan, met maatregelen en termijnen. Bekijk of ze nog passen bij de actuele werkzaamheden, werkplekken en bezetting. Een nieuwe machine, andere openingstijden of een veranderde werkstroom kan nieuwe risico’s opleveren.

Gebruik de RI&E als basis, niet alleen een lijst met ziekmeldingen. Een laag verzuimpercentage bewijst niet dat er geen risico’s zijn. Medewerkers kunnen bijvoorbeeld een onhandige tilsituatie oplossen door extra inspanning, zonder zich ziek te melden. Je hoeft niet te wachten op uitval voordat je zo’n situatie laat beoordelen en verbetert.

Loop met medewerkers door het werk zoals het werkelijk gebeurt. Neem ook pieken, late diensten, thuiswerk en tijdelijke krachten mee waar die relevant zijn. Vraag waar de veilige werkwijze lastig uitvoerbaar wordt en welke bestaande maatregelen niet worden gebruikt. Een hulpmiddel dat ergens in het gebouw staat, is nog niet op het juiste moment beschikbaar.

Onderwerp Wat onderzoek je in het werk? Welk besluit kan nodig zijn?
Fysieke belasting en werkplek Tillen, duwen, herhaalde handelingen, langdurige houdingen en de bruikbaarheid van hulpmiddelen. Werkmethode of inrichting laten aanpassen, met passende deskundige beoordeling en instructie.
Werkbelasting en herstel Werk dat structureel niet past, pauzes die niet uitvoerbaar zijn en onvoorziene verlenging van diensten. Werkvolume, bezetting of rooster aanpassen; arbeids- en rusttijden en cao-afspraken meenemen.
Psychosociale arbeidsbelasting Werkdruk, agressie, pesten, discriminatie en seksuele intimidatie. Gerichte maatregelen, duidelijke gedragsafspraken, veilige meldmogelijkheden en passende opvolging organiseren.
Andere blootstelling Bijvoorbeeld lawaai, gevaarlijke stoffen of andere risico’s die bij de werkzaamheden horen. Zo nodig verdiepend onderzoek en passende beheersmaatregelen laten bepalen. Een algemeen teamgesprek is geen blootstellingsmeting.

Dit overzicht vervangt geen volledige RI&E. Betrek de preventiemedewerker en passende arbodeskundigen bij risico’s die je niet zelf goed kunt beoordelen. Laat ook vaststellen of toetsing of verdiepend onderzoek nodig is. Betrek medewerkers en de aanwezige ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging tijdig bij het beleid en de maatregelen.

Kies op risico en pak het probleem bij de bron aan

Niet iedere verbetering kan tegelijk, maar urgentie wordt niet alleen bepaald door wat makkelijk of goedkoop is. Beoordeel met de juiste deskundigheid hoe ernstig de mogelijke schade is, wie aan het risico wordt blootgesteld en hoe vaak. Een ernstig veiligheidsrisico wacht niet op een volgend kwartaaloverleg of een nieuwe verzuimrapportage.

Kijk eerst of je de oorzaak kunt wegnemen of het werk anders kunt inrichten. Kan een handmatige verplaatsing vervallen? Kan een geschikt hulpmiddel de belasting beperken? Welke organisatorische afspraken zijn daarnaast nodig? Voorlichting en persoonlijke bescherming zijn geen vanzelfsprekende vervanging voor een betere werkmethode. Volg de maatregelenvolgorde en specifieke regels die voor het risico gelden.

Bij psychosociale arbeidsbelasting moet de werkgever beleid voeren om de risico’s te voorkomen of te beperken. Een cursus omgaan met stress neemt een structureel onuitvoerbare planning niet weg. Omgekeerd vraagt ongewenst gedrag om meer dan een ruimere planning: ook normen, bescherming en een zorgvuldige behandeling van meldingen zijn nodig.

Werkdruk is één mogelijke oorzaak die je gericht kunt onderzoeken. De gids over werkdruk verminderen door het werk anders te organiseren helpt om dat specifieke knelpunt uit te werken. In je preventieplan verbind je die aanpak met andere arbeidsrisico’s en bewaak je de gezamenlijke prioriteiten.

Individuele ondersteuning kan naast werkmaatregelen zinvol zijn. Zorg wel dat medewerkers niet zelf een onveilig werkproces hoeven op te lossen door fitter of weerbaarder te worden. Een aanbod voor vitaliteit op de werkvloer vervangt je verantwoordelijkheid voor gezonde arbeidsomstandigheden niet.

Bespreek werksignalen zonder een medisch dossier aan te leggen

Signalen kunnen aanleiding geven om het werk te bekijken: terugkerende fouten bij een haastige overdracht, overwerk, een hulpmiddel dat wordt overgeslagen of medewerkers die melden dat een taak moeilijk vol te houden is. Het zijn geen diagnoses. Trek uit een verandering in gedrag niet de conclusie dat iemand een burn-out of andere aandoening heeft.

Stel concrete vragen over het werk: ‘Bij welke handeling loopt het vast?’, ‘Welke hulp ontbreekt?’ en ‘Wat moet er veranderen om deze taak goed uit te voeren?’ Luister naar de medewerker en bespreek wat je als werkgever kunt aanpassen. Maak een gesprek over het werk niet afhankelijk van het vertellen van een medische oorzaak.

Vraag geen lijst met diagnoses, behandelingen, medicijngebruik of andere medische bijzonderheden op voor je preventieplan. Een toestemmingsvakje maakt een medische vragenlijst voor de werkgever niet alsnog geschikt. Gezondheidskundige beoordeling hoort bij de bedrijfsarts. Die kan adviseren over het werk zonder medische gegevens of privé-informatie met de werkgever te delen.

Leg in het gezamenlijke actieoverzicht het werkprobleem en de maatregel vast: bijvoorbeeld dat de beschikbare kar niet door het gangpad past en wie dat oplost. Bewaar daarin geen verhalen over de gezondheid van individuele medewerkers. Ook een overzicht zonder namen kan in een klein team herkenbaar zijn. Beperk daarom de gegevens en toegang en laat rapportages op herleidbaarheid beoordelen.

Wil je ervaringen breder onderzoeken, bepaal dan eerst welke werkgerichte vraag je wilt beantwoorden. Een medewerkerstevredenheidsonderzoek kan aanvullende informatie geven, maar vervangt de RI&E niet. Wacht bij een bekend risico niet met handelen tot een vragenlijst is afgerond.

Maak de bedrijfsarts bereikbaar vóór een ziekmelding

Medewerkers moeten zonder jouw toestemming de bedrijfsarts kunnen bezoeken met vragen over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook wanneer zij nog niet verzuimen of klachten hebben. Dat kan bijvoorbeeld via een open spreekuur. Zorg dat deze toegang in de praktijk duidelijk is: geef de contactroute, leg uit hoe iemand een afspraak maakt en controleer of de informatie nog klopt.

Je hoeft als leidinggevende dus niet eerst vast te stellen of een vraag ‘ernstig genoeg’ is. Evenmin hoort een medewerker eerst medische details aan jou te geven om toegang te krijgen. Maak met de arbodienst of bedrijfsarts heldere afspraken over bereikbaarheid en privacy. Het basiscontract is daarbij een vertrekpunt; controleer welke dienstverlening daadwerkelijk is afgesproken en georganiseerd.

De bedrijfsarts heeft ook een preventieve adviesrol en kan de werkplek bezoeken. Vraag daarom niet uitsluitend om hulp nadat iemand is uitgevallen. Bespreek met de arbodienst welke deskundigheid nodig is voor de risico’s uit je RI&E. Een technisch probleem, fysieke belasting en psychosociale arbeidsbelasting kunnen verschillende deskundigheid vragen.

Houd individuele medische ondersteuning en collectieve verbetering uit elkaar. Je kunt bijvoorbeeld de inrichting van een werkstation verbeteren zonder te weten welke medewerker welke klachten heeft. Wanneer iemand persoonlijk advies nodig heeft, loopt dat via de bedrijfsarts; in het bedrijfsbrede plan bewaak je de maatregelen voor het werk.

Geef elke maatregel een eigenaar, middelen en een controlemoment

Voeg geen los document toe dat naast je RI&E blijft liggen. Werk de preventiemaatregelen uit in, of herkenbaar gekoppeld aan, het bestaande plan van aanpak. Dat is iets anders dan het individuele Plan van aanpak bij re-integratie van een zieke werknemer.

Leg per risico vast wat moet veranderen, wie het besluit mag nemen en wie het uitvoert. Benoem daarnaast de benodigde tijd en middelen, de termijn en het moment waarop je controleert of de maatregel voldoende werkt. Een verantwoordelijke zonder budget of beslissingsruimte kan een probleem meestal niet oplossen.

Maak onderscheid tussen een tijdelijke voorziening en een structurele oplossing. Laat beoordelen of de tijdelijke werkwijze voldoende bescherming biedt. Noteer wanneer die eindigt, wat ervoor in de plaats komt en wie ingrijpt wanneer de planning niet wordt gehaald. Een openstaande bestelling is geen uitgevoerde maatregel.

Plan ook uitleg en oefenen. Als medewerkers moeten leren werken met een andere inrichting of een hulpmiddel, moet die tijd passen naast hun overige werk. Bespreek welke productie of dienstverlening tijdelijk wordt aangepast. Voorkom dat de invoering van een preventiemaatregel zelf alleen met extra haast kan worden gehaald.

Voorbeeld: een magazijn kiest eerst een werkmaatregel

Een fictieve kleine groothandel ziet dat medewerkers bij de inpaktafel vaak dozen vanaf de vloer verplaatsen. Tijdens de laatste verzendronde gebeurt dit gehaast. De eigenaar overweegt een sportvergoeding als preventieactie, maar de preventiemedewerker vraagt eerst aandacht voor de werkwijze en inrichting. Er zijn nog geen verzuimresultaten die de oorzaak of een oplossing aantonen.

De eigenaar laat de fysieke belasting en werkopstelling beoordelen. De precieze gewichten, frequentie, werkhoogtes en omstandigheden moeten daarbij worden meegenomen; dit voorbeeld geeft geen veilige tilnorm. Ook laat hij nagaan waarom het beschikbare hulpmiddel niet op tijd bij de tafel staat. Het plan krijgt drie samenhangende onderdelen:

Onderdeel Eigenaar en uitvoering Controle
Belasting verminderen De eigenaar reserveert budget voor de op deskundig advies gekozen inrichting en hulpmiddelen. Tot die zijn ingevoerd, laat hij een veilige tijdelijke werkwijze vaststellen. De preventiemedewerker controleert met medewerkers en de deskundige of de oplossing bij de echte handelingen past en nieuwe risico’s voorkomt.
Verzendpiek beheersen De planner controleert welke werkzaamheden vóór de laatste ophaaltijd uitvoerbaar zijn. De eigenaar beslist welke latere orders een andere verzendafspraak krijgen. Wordt de veilige werkwijze ook bij de piek gevolgd? Wordt de druk niet naar orderinvoer of chauffeurs verplaatst?
Instructie en gebruik organiseren Vier medewerkers krijgen in twee groepen van twee elk 45 minuten uitleg en oefentijd. De planner past daarvoor de werkplanning aan en organiseert vervanging waar dat nodig is. Iedereen kan met de gekozen oplossing werken; hulpmiddelen zijn bereikbaar, bruikbaar en onderhouden. Nieuwe medewerkers krijgen dezelfde instructie.

De oefentijd kost in dit fictieve plan drie medewerkeruren: vier maal 45 minuten. De begeleider is voor twee sessies samen anderhalf uur nodig. Dat is in totaal vierenhalf uur aan personele inzet, exclusief voorbereiding, deskundige beoordeling, ombouw en vervanging. Die onderdelen moeten dus afzonderlijk in de planning en begroting passen.

De eigenaar plant na de invoering een controle tijdens een gewone werkdag én tijdens een verzendpiek. Blijkt dat het hulpmiddel onder tijdsdruk opnieuw wordt overgeslagen, dan is ‘instructie gegeven’ geen reden om het risico af te sluiten. Hij moet onderzoeken of beschikbaarheid, inrichting, instructie of planning nog tekortschiet.

Dit voorbeeld bewijst niet dat het verzuim daalt. Het laat zien hoe een bedrijf een herkenbaar arbeidsrisico aanpakt en controleert of de maatregel uitvoerbaar is. Individuele gezondheidsvragen kunnen ondertussen rechtstreeks met de bedrijfsarts worden besproken.

Beoordeel uitvoering en risico’s, niet alleen verzuimcijfers

Spreek vooraf af waaraan je merkt dat de aanpak verder komt. Gebruik informatie die past bij het risico: is de technische aanpassing uitgevoerd, is hulp beschikbaar, kan het rooster worden gevolgd en ervaren medewerkers dat de taak beter uitvoerbaar is? Waar metingen of een deskundige beoordeling nodig zijn, vervangt een positief teamgesprek die niet.

Bekijk vervolgens of de maatregel voldoende bescherming biedt en geen nieuw probleem veroorzaakt. Een verbeterde werkplek kan bijvoorbeeld toch onbruikbaar zijn voor een andere taak. Een rustiger rooster op één afdeling kan samengaan met extra werk elders. Vraag betrokken medewerkers om zulke gevolgen te melden en koppel terug wat je ermee doet.

Verzuimcijfers kunnen een aanvullend signaal zijn, maar vertellen niet vanzelf waarom iemand ziek is. Zeker in een klein bedrijf kan één langdurige afwezigheid het totaal sterk beïnvloeden. Een daling na invoering van een maatregel bewijst evenmin dat die maatregel de oorzaak is. Trek geen medische conclusies uit cijfers en maak geen ranglijst van ‘gezonde’ en ‘ongezonde’ medewerkers.

Werk het plan bij wanneer maatregelen niet zijn uitgevoerd, onvoldoende werken of de omstandigheden veranderen. Leg vast wat blijft gelden, wat opnieuw moet worden beoordeeld en wie het vervolg regelt. Zo blijft verzuimpreventie verbonden met het dagelijkse werk, ook in perioden waarin niemand zich ziek meldt.

Veelgestelde vragen

Kun je als werkgever alle ziekteverzuim voorkomen?

Nee. Je hebt invloed op de arbeidsomstandigheden en de organisatie van het werk, maar niet op alle oorzaken van ziekte. Richt preventie op risico’s die je kunt aanpakken en op tijdige deskundige ondersteuning. Ook bij een goede aanpak kunnen medewerkers ziek worden. Een laag verzuimpercentage bewijst daarom niet dat het werk veilig is, en ziekte bewijst niet dat een medewerker of werkgever tekortgeschoten is.

Mag een medewerker al naar de bedrijfsarts voordat die ziek is?

Ja. Medewerkers moeten zonder toestemming van de werkgever de bedrijfsarts kunnen bezoeken met vragen over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als zij nog niet verzuimen of klachten hebben. Dat kan bijvoorbeeld via een open spreekuur. Maak de contactroute bekend en regel de toegang met de arbodienst of bedrijfsarts. Een medewerker hoeft daarvoor niet eerst medische details aan de leidinggevende te vertellen.

Hoe weet je of je preventieplan werkt?

Controleer eerst of de afgesproken maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en bruikbaar zijn in het dagelijkse werk. Beoordeel daarna of het risico voldoende wordt beperkt, met medewerkers en waar nodig deskundigen of metingen. Kijk ook naar nieuwe problemen of verschuiving van belasting. Verzuimcijfers zijn aanvullende signalen; een daling bewijst op zichzelf niet dat jouw maatregel die heeft veroorzaakt. Pas het plan aan als uitvoering, bescherming of omstandigheden daarom vragen.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 29 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (12)