Een medewerker meldt zich ziek. Je wilt weten welke afspraken moeten worden overgenomen, hoe je contact houdt en wat je voor de medewerker kunt doen. Tegelijk hoef je niet te weten welke diagnose iemand heeft. Een goed verzuimgesprek maakt het vervolg duidelijk zonder van de leidinggevende een medisch beoordelaar te maken.

Dat vraagt meer dan een lijst met verboden vragen. Je moet ook weten welk gesprek je voert: het eerste contact bij de ziekmelding, of een vervolggesprek waarin je werkafspraken maakt op basis van advies van de bedrijfsarts. Wat je in dat tweede gesprek kunt bespreken, kun je niet zomaar naar het eerste telefoontje verplaatsen.

Wat is het doel van een verzuimgesprek?

In een verzuimgesprek bespreken werkgever en medewerker het contact tijdens de afwezigheid, de praktische gevolgen voor het werk en, wanneer dat aan de orde is, afspraken over re-integratie. De medische beoordeling hoort bij de bedrijfsarts. Als leidinggevende beoordeel je dus niet zelf of iemand echt ziek is.

Bij de ziekmelding gaat het vooral om bereikbaarheid, de verwachte duur voor zover bekend en lopende werkzaamheden. Later kan het gesprek gaan over het uitvoeren en aanpassen van re-integratieafspraken. Functionele beperkingen en mogelijkheden bespreek je pas nadat de bedrijfsarts die in kaart heeft gebracht.

Een gesprek over een terugkerend patroon van korte ziekmeldingen heeft een andere aanleiding. Maak daar een afzonderlijk gesprek van, in plaats van het eerste contact direct te vullen met eerdere afwezigheid, verwijten of vermoedens. Ook een functioneringsbeoordeling hoort niet ongemerkt aan een ziekmelding te worden vastgeknoopt.

Bereid het gesprek voor zonder een oordeel klaar te leggen

Bepaal vooraf wat je werkelijk moet regelen. Welke afspraak kan niet wachten? Wie neemt het werk over? Welk contactmoment wil je afspreken? Neem het geldende verzuimprotocol erbij voor de procedure, maar gebruik het niet als reden om medische informatie uit te vragen.

Zorg dat je ongestoord kunt spreken. Voer het telefoongesprek niet op de luidspreker in een gezamenlijke kantoorruimte. Laat alleen mensen aansluiten die voor dit gesprek een duidelijke rol hebben en vertel vooraf wie dat zijn. Een medewerker hoeft niet onverwacht tegenover de leidinggevende, HR en een tweede manager te zitten.

Bij een vervolggesprek lees je de bestaande werkafspraken en het voor jou bestemde advies van de bedrijfsarts. Noteer waar uitvoering nog onduidelijk is. Dat kan een praktische vraag zijn, zoals wie de klanttelefoon overneemt. Het kan ook een vraag zijn die je aan de bedrijfsarts moet terugleggen, omdat je niet kunt bepalen of een voorgestelde taak binnen het advies past.

Een bruikbare opening is: “Vervelend dat je je ziek moet melden. Je hoeft mij niet te vertellen wat je hebt. Ik wil kort afspreken hoe we contact houden en wat we voor het werk moeten overnemen.” Daarmee maak je het doel duidelijk zonder een medisch verhaal te verwachten.

Welke vragen passen bij het eerste contact?

Vraag alleen naar informatie die op dat moment nodig is. De medewerker hoeft geen zekere hersteldatum te geven om een ziekmelding begrijpelijk te maken. Een verwachting kan ontbreken of later veranderen.

Onderwerp Voorbeeldvraag Waar let je op?
Verwachte duur “Heb je al een idee hoe lang je afwezig zult zijn?” Accepteer dat dit nog onbekend kan zijn. Vraag niet door naar klachten om zelf een termijn te berekenen.
Bereikbaarheid “Op welk nummer kunnen we je bereiken en welk contactmoment spreken we af?” Maak een concrete afspraak; verwacht niet dat iemand voortdurend beschikbaar is.
Lopend werk “Welke afspraken of werkzaamheden moeten we vandaag overnemen?” Gebruik het antwoord om vervanging te regelen. Maak er geen verzoek van om de taken alsnog af te werken.
Praktische overdracht “Waar staat de informatie die je collega nodig heeft voor die afspraak?” Beperk je tot noodzakelijke informatie. Als de medewerker die niet kan geven, zoek je een andere manier om het werk op te vangen.
Vervolg “We spreken elkaar donderdag om tien uur. Wat doen we als dat contactmoment niet lukt?” Leg vast wie contact opneemt en hoe een wijziging wordt doorgegeven.

Deze vragen zijn een gesprekssteun, geen volledige administratieve checklist. In specifieke situaties kunnen andere noodzakelijke gegevens aan de orde zijn, bijvoorbeeld rond een arbeidsongeval of een toepasselijke Ziektewetregeling. Houd die afhandeling gescheiden van het proberen te achterhalen van de medische oorzaak.

Laat vragen als “Welke medicijnen gebruik je?”, “Wat zegt je specialist?” en “Is het lichamelijk of psychisch?” achterwege. Ook “Wat kun je ondanks je ziekte nog wel doen?” is bij de eerste ziekmelding geen veilige omweg: daarmee ga je zelf mogelijkheden en beperkingen uitvragen. De bedrijfsarts moet die eerst beoordelen.

Je kunt wel belangstelling tonen. Sterkte wensen, rustig luisteren en een stilte laten vallen zijn iets anders dan doorvragen naar een diagnose. Leg ook uit wat de volgende stap in de begeleiding is. Zorg dat de ziekmelding volgens de procedure bij de arbodienst of bedrijfsarts terechtkomt; een vriendelijk telefoongesprek vervangt die stap niet.

Wat als de medewerker zelf medische informatie vertelt?

Je hoeft iemand niet af te kappen zodra die iets persoonlijks zegt. Je kunt erkennen dat de situatie moeilijk is en tegelijk de grens bewaken: “Dank dat je dit vertelt. Je hoeft de medische details niet aan mij uit te leggen. Bespreek die met de bedrijfsarts; ik leg onze praktische afspraken vast.”

Vrijwillig vertellen geeft je bij gewone verzuimbegeleiding geen toestemming om de diagnose te registreren, te delen of te gebruiken voor een eigen oordeel over inzetbaarheid. Noteer dus ook geen medische toelichting in een vrij tekstveld, gespreksverslag of e-mail aan HR. Stuur die informatie evenmin zelf door naar de bedrijfsarts. De medewerker bespreekt de benodigde medische informatie rechtstreeks met de arbodienst of bedrijfsarts.

Informeer collega’s over wat zij voor hun werk moeten weten: afwezigheid, vervanging en gewijzigde afspraken. Een klant heeft doorgaans genoeg aan de naam van de vervanger. Beloof niet dat alles tussen jullie blijft als je werkafspraken met een planner moet delen; wees precies over welke praktische informatie naar wie gaat.

De Autoriteit Persoonsgegevens beschrijft zeer uitzonderlijke situaties waarin noodzakelijke medische informatie met uitdrukkelijke toestemming kan worden gedeeld, bijvoorbeeld zodat directe collega’s weten hoe te handelen bij een noodsituatie. Dat is geen algemene uitzondering voor een verzuimverslag. Behandel zo’n bijzondere situatie apart, met betrokkenheid van de bedrijfsarts of arbodienst.

Maak werkafspraken op basis van het advies van de bedrijfsarts

De bedrijfsarts kan de werkgever informeren over arbeidsongeschiktheid, de verwachte duur, belastbaarheid en benodigde werkaanpassingen. Je hebt daarvoor geen diagnose nodig. Zodra mogelijkheden en beperkingen zijn beoordeeld, bespreek je met de medewerker wat het advies betekent voor concrete werkzaamheden.

Maak algemene omschrijvingen uitvoerbaar. “We doen het rustig aan” vertelt een planner weinig. Bespreek welke taak iemand gaat uitvoeren, welke taken erbuiten blijven, binnen welke afgesproken werktijden dat gebeurt en wie de werkomstandigheden regelt. Vraag bijvoorbeeld: “We hebben afgesproken dat je deze administratie doet zonder klanttelefoon. Hoe organiseren we dat aan de balie en wie neemt de telefoontjes over?”

Bespreek ook wat er in de uitvoering gebeurt. Komt er toch extra werk binnen? Is de afgesproken vervanging aanwezig? Wordt iemand steeds onderbroken? Zulke concrete omstandigheden kun je als werkgever onderzoeken en aanpassen. Trek daaruit niet zelf de medische conclusie dat iemand meer of minder belastbaar is dan geadviseerd.

Is het advies niet duidelijk genoeg voor de voorgestelde werkzaamheden, vraag dan verduidelijking aan de bedrijfsarts. Veranderen de mogelijkheden of ontstaat twijfel of het werk nog past, laat die beoordeling opnieuw bij de bedrijfsarts plaatsvinden. Maak geen eigen opbouwschema op basis van hoe fit iemand klinkt aan de telefoon.

Voorbeeld: een afspraak zonder klantcontact moet ook zonder klantcontact worden uitgevoerd

Fictief voorbeeld. Bij een klein autoverhuurbedrijf meldt een medewerker zich ziek. Er staan die middag twee reserveringen open. De eigenaar vraagt waar de bevestigingen zijn opgeslagen en regelt dat een collega de klanten helpt. De medewerker weet nog niet hoe lang de afwezigheid zal duren. Ze spreken af wanneer de eigenaar opnieuw belt; een terugkeerdatum wordt niet ingevuld.

Later adviseert de bedrijfsarts in dit voorbeeld afgebakende administratieve werkzaamheden zonder klantcontact, binnen de afzonderlijk afgesproken werktijden. Dit is een verondersteld advies voor de casus, geen advies voor andere zieke medewerkers. De eigenaar en medewerker spreken af dat de medewerker afgeronde verhuurdossiers controleert en dat een collega de balie en telefoon verzorgt.

In het vervolggesprek blijkt dat de telefoon toch geregeld wordt doorgeschakeld. De eigenaar kan dat niet oplossen met “geef gewoon beter je grenzen aan”. De afgesproken werkomgeving is niet gerealiseerd. Eerst moet de doorschakeling worden aangepast en de vervanging daadwerkelijk beschikbaar zijn.

Afspraak Wie regelt het? Wat bespreken zij bij het vervolg?
Alleen de afgesproken afgeronde dossiers worden aangeboden; nieuwe klantvragen gaan naar een collega. De eigenaar verdeelt het werk en informeert de collega. Kwamen er toch andere taken bij en hoe is daarop gereageerd?
De klanttelefoon wordt niet doorgeschakeld naar de medewerker. De eigenaar past de routering aan en controleert die. Werkte de afgesproken telefoonopvang in de praktijk?
Als het werk ondanks deze inrichting niet passend lijkt, wordt dat besproken met de bedrijfsarts. Werkgever en medewerker zorgen dat de vraag bij de bedrijfsarts terechtkomt. Is er verduidelijking of aangepast advies nodig?

De casus laat geen bewezen herstel of snellere terugkeer zien. Hij maakt wel duidelijk wat een leidinggevende zelf moet organiseren. Een afspraak over aangepast werk is pas bruikbaar wanneer ook collega’s, planning en telefooninstellingen daarop aansluiten.

Leg afspraken vast, geen medisch gespreksverslag

Schrijf een korte samenvatting waarmee de betrokkenen het vervolg kunnen uitvoeren. Neem datum, deelnemers, noodzakelijke werk- en contactafspraken, verantwoordelijke en volgend contactmoment op. Leg vast wat nog onduidelijk is en wie dat uitzoekt. Laat de medewerker de samenvatting controleren en corrigeer feitelijke onjuistheden.

Het verschil zit vaak in één zin. “Medewerker is nog te onzeker om klanten te helpen” is een interpretatie die iets over de persoon suggereert. In de voorbeeldcasus is een bruikbare notitie: “Afgesproken werkzaamheden zijn zonder klantcontact. De klanttelefoon werd toch doorgeschakeld. De eigenaar past de routering vandaag aan; bij het volgende contact controleren we of dit is uitgevoerd.”

Bewaar de afspraken op de daarvoor bestemde plek en beperk toegang tot mensen die de informatie nodig hebben voor hun rol. De planner heeft bijvoorbeeld de werkafspraak en vervanging nodig, niet een volledig persoonlijk gesprek. Maak geen extra schaduwdossier in een teamchat of een breed gedeelde map.

Een schriftelijke afspraak maakt een medische vraag niet alsnog toegestaan. Ook een ondertekend verslag geeft je geen algemene toestemming om gezondheidsgegevens te bewaren. Het doel van de notitie is dat je het werk en de begeleiding zorgvuldig kunt organiseren.

Spreek af wanneer je terugkomt op de afspraken

Sluit af door kort samen te vatten: wat doet de werkgever, wat is met de medewerker afgesproken, wat moet nog worden uitgezocht en wanneer is het volgende contact? Bepaal een passend contactmoment. Een standaard dagelijkse belronde is niet voor iedere situatie nodig; helemaal niets afspreken laat beide partijen in onzekerheid.

Bij re-integratie waarvoor een Plan van aanpak is opgesteld, horen ook formele voortgangsgesprekken. UWV beschrijft dat werkgever en werknemer minstens eenmaal per zes weken bespreken hoe de re-integratie verloopt en het plan zo nodig bijstellen. Die termijn is geen reden om een probleem met de afgesproken werkzaamheden zes weken te laten liggen. Gewoon contact en noodzakelijke aanpassingen kunnen eerder nodig zijn.

Loopt een afspraak niet, onderzoek dan eerst wat er gebeurt. Was duidelijk wat iedereen zou doen? Heeft de werkgever de afgesproken omstandigheden geregeld? Is verduidelijking van het advies nodig? Een gemist telefoontje of verschil van mening leidt niet automatisch tot een sanctie. Houd een eventuele beoordeling van verplichtingen gescheiden van het gesprek waarin je probeert het probleem te begrijpen. Bij vastgelopen re-integratie kunnen werkgever en werknemer een deskundigenoordeel bij UWV aanvragen.

Vergeet naast het contact de afzonderlijke administratieve afhandeling niet. Voor specifieke situaties zijn er aparte uitlegpagina’s over ziekmelding bij loonkostensubsidie en ziekte melden bij een no-riskpolis. Die regelingen veranderen de medische grens in het verzuimgesprek niet.

Veelgestelde vragen

Mag ik een zieke medewerker vragen wat die nog wel kan doen?

Bij de eerste ziekmelding mag je niet zelf functionele mogelijkheden en beperkingen gaan uitvragen. De bedrijfsarts moet die eerst in kaart brengen. Daarna kun je bespreken hoe het advies wordt vertaald naar concrete taken, werktijden en werkomstandigheden. Bij de ziekmelding kun je wel vragen welke lopende afspraken of werkzaamheden moeten worden overgenomen.

Mag ik medische informatie noteren als de medewerker die zelf vertelt?

Bij gewone verzuimbegeleiding niet. Vrijwillig vertellen of toestemming geven maakt het vastleggen of delen van een diagnose niet toegestaan. Noteer noodzakelijke werk- en contactafspraken. Medische informatie bespreekt de medewerker rechtstreeks met de bedrijfsarts of arbodienst. Zeer uitzonderlijke situaties, zoals noodzakelijke noodinformatie voor directe collega’s, vragen een afzonderlijke beoordeling en zijn geen algemene uitzondering voor een gespreksverslag.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 29 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (8)