Het verzuimpercentage bereken je door de wegens ziekte verzuimde tijd te delen door de beschikbare tijd in dezelfde periode, en de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen. De formule is eenvoudig. De lastige keuzes zitten in wat je telt: kalenderdagen of werkuren, deeltijdcontracten, gedeeltelijke ziekmeldingen en medewerkers die halverwege de maand in dienst komen.

Een bruikbaar cijfer heeft daarom een vaste rekenwijze en een controleerbare onderbouwing. Hieronder werk je een berekening uit met gewogen kalenderdagen. Daarna lees je hoe je perioden samenvoegt en het percentage gebruikt zonder er conclusies over gezondheid, inzet of de oorzaak van verzuim aan te verbinden.

Wat meet het verzuimpercentage?

Verzuimpercentage = verzuimde tijd ÷ beschikbare tijd × 100. Teller en noemer moeten betrekking hebben op dezelfde medewerkers, dezelfde periode en dezelfde tijdseenheid.

De uitkomst beschrijft welk deel van de beschikbare capaciteit in die periode door ziekteverzuim verloren ging. Het is niet het percentage medewerkers dat ziek is geweest. Twee mensen die ieder één dag ontbreken leveren een ander tijdsverlies op dan twee mensen die een hele maand ontbreken, ook al is het aantal mensen gelijk.

Evenmin vertelt het cijfer hoe vaak iemand zich ziek meldt. Eén lange afwezigheid en verschillende korte afwezigheden kunnen hetzelfde verzuimpercentage opleveren. Wil je juist terugkerende ziekmeldingen zorgvuldig bespreken, lees dan de gids over frequent verzuim.

Verwar het percentage ook niet met een WIA-arbeidsongeschiktheidspercentage. UWV bepaalt dat laatste aan de hand van verlies aan verdiencapaciteit. Dat is geen percentage gemiste werkuren dat je rechtstreeks in je verzuimberekening kunt invullen.

Leg eerst de periode, groep en telwijze vast

Het CBS beschrijft zowel een berekening op basis van kalenderdagen als een berekening op basis van werkdagen. Beide zijn bruikbaar, mits je de gekozen methode consequent toepast. Voor een vergelijking met je arbodienst of een externe statistiek moet je ook weten welke methode daarachter zit.

Bij de kalenderdagmethode tel je de kalenderdagen van het dienstverband binnen de meetperiode, gewogen naar de omvang van het contract. Een doorlopende ziekteperiode omvat daarbij ook de tussenliggende weekenddagen. Bij een urenmethode werk je met de beschikbare werkuren en de wegens ziekte verzuimde uren volgens de gekozen registratie. Je kunt geen kalenderdagen in de teller delen door roosteruren in de noemer.

Schrijf vóór de berekening een korte definitie boven je werkblad:

  • Periode: bijvoorbeeld 1 tot en met 30 september 2026. Gebruik de werkelijke lengte van de periode; niet iedere maand of ieder kwartaal heeft evenveel dagen.
  • Groep: bijvoorbeeld alle werknemers op de eigen loonlijst. Laat niet het verzuim van een uitzendkracht meetellen terwijl diens beschikbare tijd ontbreekt, of andersom.
  • Methode: kalenderdagen met deeltijdweging, of een consequent uitgewerkte werkdag- of urenmethode.
  • Afbakening: welke afwezigheid telt als ziekteverzuim en hoe behandelt de rapportage bijzondere registraties? Volgens de CBS-definitie telt ook verzuim langer dan een jaar mee; zwangerschaps- en bevallingsverlof zelf telt niet als ziekteverzuim.
  • Gegevensstand: de datum waarop je de gegevens hebt opgehaald en wie correcties verwerkt.

Neem deze definitie over in volgende rapportages. Verandert de methode, vermeld dat dan bij de cijferreeks. Een verschil door een andere registratie mag niet worden gepresenteerd als een verandering in het werkelijke verzuim.

Zo reken je met deeltijd en gedeeltelijk verzuim

Voor de kalenderdagmethode heb je per medewerker de omvang van het dienstverband, de dagen in dienst binnen de periode en de verzuimperioden nodig. Bij een volledige werkweek van 40 uur is een contract van 32 uur bijvoorbeeld 0,8 fte. Gebruik de volledige werkweek die bij het dienstverband hoort; 40 uur is geen algemene norm.

  1. Bereken de beschikbare dagen. Vermenigvuldig het aantal kalenderdagen in dienst binnen de meetperiode met de deeltijdfactor. Dertig dagen bij 0,8 fte levert 24 gewogen beschikbare dagen op.
  2. Bereken de verzuimde dagen. Vermenigvuldig de ziektedagen binnen diezelfde periode met de deeltijdfactor én met het geregistreerde verzuimaandeel. Tien dagen bij 0,8 fte en 50% verzuim levert 10 × 0,8 × 0,5 = 4 gewogen verzuimdagen op.
  3. Tel beide kolommen afzonderlijk op. Deel het totaal aan gewogen verzuimdagen door het totaal aan gewogen beschikbare dagen. Vermenigvuldig de uitkomst met 100.

De deeltijdfactor corrigeert de omvang van het contract; het verzuimaandeel corrigeert het deel daarvan dat door ziekte uitvalt. Dat zijn verschillende correcties. Wie 20 uur werkt bij een volledige werkweek van 40 uur en volledig ziek is, heeft een deeltijdfactor van 0,5 en een verzuimaandeel van 1. Die medewerker is niet automatisch voor 50% ziek omdat het contract deeltijd is.

Verandert het contract of het verzuimaandeel gedurende de maand, splits de registratie dan in tijdvakken. Vier dagen volledig verzuim en daarna zes dagen voor de helft zijn samen zeven volledig verzuimde dagequivalenten vóór deeltijdweging: 4 × 1 + 6 × 0,5. Gebruik niet het percentage dat toevallig op de laatste dag van de maand in het systeem staat voor de hele maand.

Neem het verzuimaandeel over uit de gecontroleerde verzuimregistratie. Leid het niet zelf af uit een diagnose of alleen uit iemands aanwezigheid op de werkplek. Bij re-integratie kan aanwezigheid iets anders betekenen dan volledig hervat werk. Laat onduidelijkheden over de verwerking van gedeeltelijke hervatting of arbeidstherapeutisch werk eerst oplossen met de verantwoordelijke voor de registratie en de arbodienst.

Werk je al met daadwerkelijk verzuimde uren en de bijbehorende beschikbare uren van iedere medewerker? Dan zit de deeltijdomvang al in die uren. Nogmaals vermenigvuldigen met een deeltijdfactor zou dubbel corrigeren.

Rekenvoorbeeld: vier werknemers, één nieuwe collega

Een fictief klein bedrijf berekent het verzuim over september 2026. De maand heeft 30 kalenderdagen. Drie werknemers zijn de hele maand in dienst; een vierde begint op 16 september en is dus 15 kalenderdagen in dienst. De contractomvang verandert niet tijdens de maand. Alle hieronder genoemde verzuimdagen vallen binnen het dienstverband en september. Andere afwezigheid speelt in dit voorbeeld niet mee.

Werknemer Omvang en dagen in dienst Gewogen beschikbare dagen Verzuimregistratie Gewogen verzuimdagen
A 1 fte, 30 dagen 30 × 1 = 30 3 kalenderdagen, volledig 3 × 1 × 1 = 3
B 0,8 fte, 30 dagen 30 × 0,8 = 24 10 kalenderdagen, 50% 10 × 0,8 × 0,5 = 4
C 0,5 fte, 30 dagen 30 × 0,5 = 15 4 kalenderdagen, volledig 4 × 0,5 × 1 = 2
D 1 fte, 15 dagen 15 × 1 = 15 Geen verzuim 0
Totaal 84 9

Het verzuimpercentage is 9 ÷ 84 × 100 = 10,7%, afgerond op één decimaal. Dit is een rekenvoorbeeld, geen normaal of gewenst verzuimniveau.

Twee snelle berekeningen zouden hier misgaan. Vier werknemers maal 30 dagen geeft een te grote noemer: de deeltijdcontracten en de latere start ontbreken daarin. En 3 + 10 + 4 = 17 ziektedagen optellen geeft een te grote teller: de deeltijdweging en het gedeeltelijke verzuim ontbreken. Een fout in teller en noemer heft elkaar niet vanzelf op.

De vier labels dienen alleen om de som te kunnen controleren. Een echte rapportage aan het team hoeft niet te laten zien wie hoeveel dagen heeft verzuimd. Zeker bij weinig medewerkers kan iemand ook zonder naam herkenbaar zijn. Bepaal daarom wie de detailregistratie nodig heeft en welke informatie geschikt is om breder te delen.

Controleer de grensgevallen voordat je het cijfer deelt

Vraag bij een onverklaarbaar verschil met een eerdere rapportage om de achterliggende teller en noemer. Met alleen het afgeronde percentage kun je een fout nauwelijks terugvinden. Loop vervolgens deze controles langs:

Situatie Controle in de kalenderdagberekening
Ziekte begon vóór de meetperiode Neem de ziektedagen binnen de meetperiode mee. Alleen nieuwe ziekmeldingen selecteren mist lopend verzuim.
Medewerker is aan het einde nog ziek Neem de dagen tot en met het einde van de meetperiode mee. Wacht niet op een herstelmelding om het geval in de berekening op te nemen.
Herstel midden in de periode Controleer of de hersteldatum de eerste herstelde dag is. Tel die dan niet nog als ziektedag mee.
In- of uitdiensttreding Beperk zowel beschikbare dagen als verzuimdagen tot het dienstverband binnen de periode. Controleer wat het systeem met de laatste dag in dienst bedoelt.
Wijziging van uren of verzuimaandeel Gebruik afzonderlijke tijdvakken, zonder gaten of dubbeltelling. Pas een nieuwe waarde niet achteraf op eerdere dagen toe.
Geen beschikbare tijd Bij een noemer van nul is geen percentage te berekenen. Toon ‘niet van toepassing’ of een toelichting, niet automatisch 0%.

Controleer daarnaast of je export onbedoeld alleen actieve medewerkers bevat. Een werknemer die inmiddels uit dienst is, kan wel degelijk hebben meegeteld in de afgelopen maand. Bewaar de rekenwijze en correcties bij de rapportage, zodat een later aangepast cijfer verklaarbaar blijft.

Tel tijd op voordat je percentages samenvoegt

Voor een kwartaal, jaar of bedrijfstotaal tel je de verzuimde tijd en de beschikbare tijd op. Bereken daarna opnieuw het percentage. Neem niet zonder meer het gemiddelde van maandpercentages of teampercentages: een maand met meer capaciteit hoort zwaarder mee te tellen.

Een apart fictief voorbeeld maakt dat zichtbaar. In periode één zijn er 10 gewogen verzuimdagen op 100 beschikbare dagen: 10%. In periode twee zijn dat 10 op 200: 5%. Samen is het 20 ÷ 300 × 100 = 6,7%. Het gewone gemiddelde van 10% en 5% is 7,5% en geeft hier dus niet het verzuimpercentage over de gezamenlijke periode.

Hetzelfde geldt voor teams en individuele medewerkers. Bewaar daarom de ongeronde teller en noemer, en rond pas het eindresultaat af. Bij het samenvoegen moeten definities en perioden aansluiten en mag dezelfde medewerker of hetzelfde tijdvak niet dubbel meetellen.

Let ook op de taal bij veranderingen. Een daling van 6% naar 4% is een daling van twee procentpunt. Het verzuimpercentage ligt dan ongeveer een derde lager dan eerst. ‘Twee procent lager’ zegt iets anders.

Wat kun je met de uitkomst besluiten?

Begin met de vraag of de verandering uit de registratie of uit het verzuim komt. Controleer de methode, de personeelsomvang en de perioden. Het percentage kan ook dalen doordat de beschikbare capaciteit groeit, terwijl het aantal gewogen verzuimdagen gelijk blijft. Zet teller en noemer daarom naast het percentage.

Bekijk daarna het patroon. Komt het tijdsverlies vooral uit een langlopende afwezigheid, of zijn er veel afzonderlijke perioden? Dat vraagt om andere vervolgstappen, maar geeft nog geen medische verklaring. Zeker in een klein team kan één langdurige afwezigheid het totaal sterk veranderen. Een maandcijfer alleen is dan een smalle basis voor een oordeel over het bedrijf.

Vergelijk externe cijfers alleen met aandacht voor sector, bedrijfsgrootte, meetperiode en definitie. Een jaargemiddelde is geen zuivere meetlat voor één maand. Ook cijfers uit een werkgeversregistratie en een enquête onder werknemers zijn niet automatisch gelijkwaardig; het RIVM wijst onder meer op verschillen in populatie en vraagstelling. Noteer welke bron je gebruikt en welke verschillen blijven bestaan.

Er is geen universeel percentage waarmee je vaststelt dat het werk gezond is of dat medewerkers zich terecht ziekmelden. Een laag cijfer bewijst niet dat arbeidsrisico’s ontbreken. Een hoger cijfer bewijst niet dat medewerkers ongemotiveerd zijn, of dat werkdruk de oorzaak is. Medische beoordeling en begeleiding horen bij de bedrijfsarts; daarvoor heb je als werkgever geen diagnoses in je rekentabel nodig.

Gebruik de rapportage om gerichte vragen over het werk te stellen en bestaande maatregelen te volgen. Zijn roosters uitvoerbaar, zijn hulpmiddelen beschikbaar en worden bekende risico’s aangepakt? De gids over ziekteverzuim voorkomen helpt om zulke bevindingen aan een concrete aanpak te verbinden. Beoordeel die aanpak op uitvoering en bescherming; een latere daling van het percentage bewijst op zichzelf niet dat jouw maatregel die heeft veroorzaakt.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je verzuim bij deeltijd en gedeeltelijke ziekte?

Bij de kalenderdagmethode vermenigvuldig je de dagen in dienst met de deeltijdfactor voor de noemer. Voor de teller vermenigvuldig je de ziektedagen met diezelfde deeltijdfactor én het geregistreerde verzuimaandeel. Tien ziektedagen bij 0,8 fte en 50% verzuim leveren dus vier gewogen verzuimdagen op. Deel het gezamenlijke verzuim door de gezamenlijk beschikbare tijd. Gebruik je al werkelijk verzuimde en beschikbare uren, corrigeer die dan niet nogmaals voor deeltijd.

Tellen weekenden mee in het verzuimpercentage?

Dat hangt af van de telwijze. Bij de kalenderdagmethode tellen weekenddagen mee in de beschikbare dagen en, bij een doorlopende ziekteperiode, ook in de ziektedagen. Bij een werkdag- of urenmethode volg je de betreffende werkdag- of urenregistratie. Meng deze methoden niet. Een ziekmelding op vrijdag betekent bovendien niet dat je zonder controle kunt aannemen dat iemand het hele weekend ziek bleef: gebruik de geregistreerde begin- en hersteldatum.

Kun je van maandpercentages een gemiddeld jaarpercentage maken?

Tel voor het jaar de verzuimde tijd van alle maanden op en deel die door de som van de beschikbare tijd. Vermenigvuldig daarna met 100. Het gewone gemiddelde van maandpercentages is niet betrouwbaar als de beschikbare capaciteit per maand verschilt, bijvoorbeeld door maandlengte, deeltijd of personeelswisselingen. Bewaar daarom de ongeronde tellers en noemers. Vergelijk het uiteindelijke cijfer alleen met cijfers die qua periode, populatie en definitie voldoende aansluiten.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 30 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (9)