Over tien weken gaat de pseudo-eindheffing in, en een groot deel van de werkgevers weet nog niet wat die gaat kosten. Uit onderzoek van leasemaatschappij Arval onder 408 beslissers over leasebeleid blijkt dat 43 procent niet weet wat de heffing voor de eigen organisatie betekent, meldt e-automarkt op basis van Nederland Elektrisch. Slechts 14 procent heeft het mobiliteitsbeleid al aangepast, en evenveel organisaties hebben de kosten doorgerekend. Het onderzoek ging over organisaties met minstens tien voertuigen. Juist een mkb-werkgever met twee of drie auto’s van de zaak kan het zich niet veroorloven om het te laten liggen.
Wat de pseudo-eindheffing is
Vanaf 1 januari 2027 betaal je als werkgever een extra heffing over een auto op benzine of diesel die je aan een werknemer ter beschikking stelt, als die auto ook privé wordt gebruikt. De heffing is volgens de Rijksoverheid elk jaar 12 procent van de catalogusprijs van de auto. De maatregel is vastgelegd in het Belastingplan 2026 en staat dus vast.
Drie dingen maken de heffing breder dan veel werkgevers denken. Woon-werkverkeer geldt als privégebruik, dus een auto waarmee de medewerker alleen naar het werk en terug rijdt, valt er ook onder. Dat is anders dan bij de bijtelling, waar de grens bij 500 kilometer privé per jaar ligt. Alleen een auto die echt uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, blijft buiten schot. Verder mag je de heffing niet doorberekenen aan de werknemer. En de bijtelling die de werknemer zelf betaalt, blijft gewoon bestaan. De heffing komt er dus bovenop en vervangt niets.
Wat het per auto kost
De Rijksoverheid geeft zelf het voorbeeld van een auto van 30.000 euro. Daarover betaal je 3600 euro per jaar, 300 euro per maand. Voor andere catalogusprijzen werkt het hetzelfde.
| Catalogusprijs | Heffing per jaar | Heffing per maand |
|---|---|---|
| 30.000 euro | 3600 euro | 300 euro |
| 40.000 euro | 4800 euro | 400 euro |
| 50.000 euro | 6000 euro | 500 euro |
| Drie auto’s van 40.000 euro | 14.400 euro | 1200 euro |
Berekend met 12 procent van de catalogusprijs, het tarief per 1 januari 2027. Het gaat om de catalogusprijs, niet om de huidige waarde of het leasebedrag. Een auto die drie jaar oud is, kost aan heffing dus net zoveel als op de eerste dag.
Overgangsrecht en uitzonderingen
Een fossiele auto die je al vóór 2027 aan een werknemer ter beschikking hebt gesteld, valt onder een overgangsregeling. Volgens de Rijksoverheid betaal je daarvoor tot 16 september 2030 geen heffing. Het kabinet stelt in het Belastingplan 2027 voor om dat overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030, zodat het niet meer midden in een maand afloopt. Dat staat in de factsheets bij het Belastingplan 2027, net als drie andere aanpassingen.
- Een vervangende auto omdat de vaste auto in de garage staat, valt de eerste 14 dagen buiten de heffing, ook als de vaste auto elektrisch is.
- Een fossiele auto die je één keer per kalenderjaar voor hooguit 7 dagen ook voor privé ter beschikking stelt, meestal een huurauto, valt er tot en met 2030 buiten. Huur je dezelfde auto in dat jaar nog een keer, dan geldt de heffing voor beide periodes.
- Handgeschakelde lesauto’s vallen er helemaal buiten.
Het Belastingplan 2027 ligt nog bij de Tweede Kamer, dus deze versoepelingen zijn nog voorstellen. De kern van de heffing staat wel vast. Belangrijk voor je planning is dat het overgangsrecht vastzit aan een auto die al vóór 2027 ter beschikking is gesteld. Loopt een leasecontract in 2027 af en krijgt de medewerker opnieuw een fossiele auto, dan geldt voor die nieuwe auto de volle heffing.
Elektrisch, een vergoeding of afwachten
De heffing is bedoeld om werkgevers naar elektrische auto’s te duwen, en voor een nieuwe auto van de zaak is dat financieel ook de logische keuze. Een volledig elektrische auto valt buiten de heffing, en de werknemer heeft er een lagere bijtelling voor. De vraag is vooral wat je doet met de contracten die in 2027 en 2028 aflopen. Arval waarschuwt in hetzelfde onderzoek dat levertijden van elektrische auto’s oplopen en de onderhandelingsruimte bij leasemaatschappijen kleiner wordt naarmate organisaties later beslissen. Een auto die in januari besteld wordt, staat er niet in januari.
Voor een medewerker die de auto vooral voor woon-werkverkeer gebruikt, kan een reiskostenvergoeding een alternatief zijn. Het kabinet stelt in het Belastingplan 2027 voor de onbelaste reiskostenvergoeding met 2 cent te verhogen naar maximaal 25 cent per kilometer. Dat is goedkoper dan een fossiele auto met heffing, maar het is een arbeidsvoorwaarde die je niet zomaar afpakt. Overleg dat op tijd met de medewerker.
Wat je in elk geval nu doet, is een lijst maken van alle auto’s van de zaak met brandstof, catalogusprijs, de datum waarop de auto aan de werknemer is gegeven en de einddatum van het contract. Dan zie je in één oogopslag welke auto’s onder het overgangsrecht vallen, welke contracten in 2027 aflopen en wat de heffing per jaar wordt. Het is een middag werk, en volgens het onderzoek van Arval heeft maar 14 procent van de organisaties die doorrekening al gemaakt.