Een medewerker wil een opleiding volgen en de opleider noemt SLIM-scholingssubsidie. Dat is een reden om de mogelijkheden uit te zoeken, maar nog geen reden om met subsidie in je begroting te rekenen. De regeling vergoedt bepaalde opleidingen uit een vastgesteld scholingspakket. De exacte opleiding, de opleider, de inkoopdatum en de situatie van de deelnemer moeten bij elkaar passen.
Stand 13 oktober 2026: het individuele loket staat volgens Uitvoering Van Beleid (UVB) open tot en met 31 december 2026, 17.00 uur. Het budget is echter al overvraagd: het subsidieplafond is op 10 september bereikt. Door afwijzingen of intrekkingen kan ruimte ontstaan, maar UVB kan voor later ingediende aanvragen geen beschikbaar budget verzekeren. Koop daarom geen opleiding in met de aanname dat een open loket ook financiering betekent.
Gaat het om scholing of om leren organiseren?
SLIM-scholingssubsidie is bedoeld voor scholing waarmee mensen instromen, doorgroeien of overstappen naar functies en specialisaties in maatschappelijk cruciale sectoren. Denk aan zorg, techniek, kinderopvang, onderwijs, groen en ICT. Een opleiding in zo’n sector is niet automatisch subsidiabel: de opname in het scholingspakket is bepalend.
Wil je eerst onderzoeken welke vaardigheden je bedrijf nodig heeft, loopbaanadvies aanbieden of een terugkerende leermethode invoeren? Bekijk dan welke ontwikkelplannen bij SLIM mkb passen. Die regeling heeft andere activiteiten, kosten en startvoorwaarden. Een goedgekeurd ontwikkelplan onder SLIM mkb geeft geen automatisch recht op vergoeding van de opleidingen die daaruit volgen.
Deze uitleg gaat over de scholingssubsidie die je als werkgever zelf bij UVB aanvraagt. Er bestaat ook een collectieve route via sectororganisaties en fondsen. Vraag je brancheorganisatie of fonds naar eventuele mogelijkheden, maar controleer welke route wordt gebruikt. De afspraken van een sectoraal loket zijn niet zonder meer de regels voor een individuele aanvraag bij UVB.
Kunnen jouw organisatie en medewerker meedoen?
De scholingssubsidie is niet beperkt tot het mkb. Ook grotere werkgevers kunnen aanvragen. Daarnaast vallen geregistreerde gastouderbureaus en visserijmaatschappen onder de regeling. Een werknemer of werkzoekende vraagt deze subsidie niet zelf aan. Voor een zzp’er zonder personeel is dit evenmin een persoonlijk opleidingsbudget.
Controleer vervolgens voor wie je de opleiding inkoopt. De deelnemer mag niet meer leerplichtig zijn en mag de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. De scholing moet passen bij werkzaamheden die de deelnemer verricht of gaat verrichten. Er moet een werkplek zijn waar het geleerde in de praktijk kan worden gebracht.
Een arbeidsovereenkomst hoeft bij een werkzoekende nog niet te bestaan. Een proefplaatsing of praktijkleerplaats kan passen, met de vereiste afspraken tussen werkgever, deelnemer en gemeente of UWV. Leg die afspraken vast; alleen een toekomstige baan noemen op een opleidingsformulier onderbouwt de situatie niet. Ook voor uitzendkrachten en gedetacheerden zijn mogelijkheden. Spreek dan vooraf af welke werkgever inkoopt en aanvraagt, zodat dezelfde scholing niet tweemaal wordt opgevoerd.
Je hoeft als werkgever niet zelf uit de sector van het Ontwikkelpad te komen. Scholing voor een overstap kan dus mogelijk zijn. Wel moet de verbinding tussen scholing en praktijkwerk kloppen.
Controleer vijf gegevens vóór je een opleiding bestelt
Een Ontwikkelpad laat zien welke functies, specialisaties en opleidingen binnen een sector bij elkaar horen. Het scholingspakket bevat de scholing waarvoor subsidie kan worden aangevraagd. Dat onderscheid doet ertoe: niet iedere opleiding in een Ontwikkelpad staat ook in het scholingspakket.
Open bij Ontwikkelpaden per sector het onderdeel met subsidiabele scholing. Vergelijk de officiële gegevens met de offerte of inschrijving, en bewaar de gebruikte versie bij je dossier.
| Wat controleer je? | Wat moet je vastleggen? |
|---|---|
| Exacte opleiding | De naam en opleidingscode. Een vergelijkbare cursusnaam of commerciële pakketnaam is onvoldoende. |
| Opleidingsvorm | De leerweg of het soort scholing. Een volledige opleiding, certificaat, keuzedeel of praktijkverklaring zijn verschillende mogelijkheden. |
| Opleider | Bij overheidserkenning: de instelling moet de betreffende opleiding mogen verzorgen. Bij branchewaardering: controleer de opleider die in het scholingspakket bij de opleiding staat. |
| Subsidiabele periode | De datum vanaf wanneer en, waar vermeld, tot wanneer de scholing subsidiabel is. Vergelijk die met factuurdatum en startdatum. |
| Subsidiepercentage | Het percentage dat bij deze scholing hoort. Leid dit niet alleen af uit een algemene reclameclaim van ‘tot 90%’. |
Een NLQF-niveau beschrijft het niveau van de kwalificatie. Dat niveau alleen geeft geen recht op SLIM. Bij opleidingen met branchewaardering moet je ook de officiële opname en de juiste aanbieder controleren. Gebruik geen oude toezegging dat een aangevraagde NLQF-inschaling wel voldoende zal zijn; de tijdelijke mogelijkheid voor een nog niet afgeronde inschaling is in augustus 2026 geëindigd.
Wijkt een code af of is een opleiding uit het pakket verdwenen? Vraag de opleider om de exacte officiële onderbouwing en leg de concrete opleiding, factuurdatum en startdatum voor aan UVB voordat je op subsidie rekent. Er bestaan regels voor wijzigingen in scholingspakketten; een oude download of een soortgelijke opvolger bewijst niet dat jouw aankoop voldoet.
Welke kosten tellen mee, en welke vallen af?
De regeling ziet op externe scholingskosten die de opleider factureert: les-, cursus-, college- en examengeld. Ook verplicht gestelde literatuur kan meetellen als die direct nodig is om de scholing te volgen en af te ronden. Laat deze posten duidelijk specificeren.
Btw is niet subsidiabel. Zet daarnaast loon tijdens de les, reiskosten, vervanging op de werkvloer en eigen begeleiding afzonderlijk in je bedrijfsbegroting. Deze horen niet bij de genoemde scholingskosten. Een factuur met één totaalbedrag voor een breed opleidingsarrangement moet je dus eerst uitsplitsen.
Er zijn ook inhoudelijke uitsluitingen. Scholing die op grond van wetgeving, een cao of een bevoegde regeling verplicht is om het werk te kunnen blijven doen, komt niet voor deze subsidie in aanmerking. Een verplichting bijhouden is daarmee een andere vraag dan iemand voor een nieuwe functie opleiden. Laat bij twijfel beoordelen welke verplichting precies geldt. Scholing door de werkgever zelf en bepaalde verbonden partijen is eveneens uitgesloten; een interne factuur maakt interne training niet tot subsidiabele externe scholing.
Controleer andere financiering vóór de aankoop. Kosten die al via deze of een andere regeling een subsidie of financiële bijdrage krijgen of zullen krijgen, zijn uitgesloten. Ga dus niet zonder beoordeling een vergoeding uit een fonds, een collectieve SLIM-route en een individuele SLIM-aanvraag stapelen. Leg per deelnemer en opleiding vast welke bijdrage is aangevraagd of toegezegd.
Kan noodzakelijke Nederlandse taalscholing erbij?
Ja, wanneer de Nederlandse taalscholing nodig is voor de functie of specialisatie en wordt gecombineerd met subsidiabele scholing uit het Ontwikkelpad. Een losse taalcursus valt hier niet onder. De taalscholing mag maximaal evenveel kosten als de functiegerichte scholing; dan is taal maximaal de helft van de gezamenlijke kosten.
UVB verlangt dat de factuur voor taalscholing afkomstig is van de opleider die ook de subsidiabele scholing verzorgt. Een aparte factuur mag, mits de koppeling met de functiegerichte opleiding duidelijk is. Leg ook vast waarom de taalondersteuning voor het werk nodig is.
Hoeveel subsidie kun je berekenen?
Gebruik de subsidiabele kosten exclusief btw als grondslag. De hoofdregel is 90% bij NLQF-niveau 1, 2 of 3 en 40% bij niveau 4 of hoger. Voor een mbo-keuzedeel dat met een wettelijk erkend certificaat kan worden afgerond geldt sinds de wijziging van mei 2026 90%. Controleer ook daarbij de vermelding in het scholingspakket.
De regeling schrijft voor dat een individuele aanvraag lager is dan € 25.000; UVB hanteert in de vragen en antwoorden maximaal € 24.999 per aanvraag. Meerdere aanvragen zijn mogelijk. UVB vermeldt daarnaast maximaal € 100.000 per jaar per werkgever. Een berekening binnen die grenzen blijft afhankelijk van voorwaarden én beschikbaar budget.
| Fictieve vergelijking | NLQF-niveau 3 | NLQF-niveau 4 |
|---|---|---|
| Subsidiabele functiegerichte scholing | € 3.000 | € 3.000 |
| Noodzakelijke, subsidiabele Nederlandse taalscholing | € 1.000 | € 1.000 |
| Totale subsidiegrondslag | € 4.000 | € 4.000 |
| Toepasselijk percentage in dit voorbeeld | 90% | 40% |
| Berekende subsidie | € 3.600 | € 1.600 |
| Resterend aandeel werkgever in deze kosten | € 400 | € 2.400 |
Dit zijn verzonnen bedragen voor twee denkbeeldige opleidingen, geen offertes of toegekende subsidies. Aangenomen is dat beide opleidingen en de taalondersteuning volledig voldoen; het niveau-4-voorbeeld is geen keuzedeel waarvoor de uitzondering geldt. Btw en andere uitgesloten kosten zitten niet in de tabel. Ook die betaal je waar van toepassing zelf. Zonder subsidie blijft de volledige rekening voor jouw organisatie.
De opleiding moet kosteloos zijn voor de deelnemer. Je mag het resterende aandeel dus niet bij de medewerker neerleggen. Controleer ook bestaande opleidingsafspraken: een terugbetalingsafspraak mag die kosteloosheid niet alsnog ongedaan maken.
In welke volgorde regel je aankoop, aanvraag en start?
Bij de individuele scholingssubsidie moet je de opleiding vóór indiening hebben ingekocht én betaald. Dat maakt voorfinanciering noodzakelijk. Een offerte is geen factuur en een opdrachtbevestiging is geen betaalbewijs.
- Toets eerst de scholing, deelnemer en financiering. Leg de vijf opleidingsgegevens vast en bekijk de actuele budgetmelding. Beoordeel of je de kosten ook kunt dragen bij afwijzing.
- Koop in binnen de subsidiabele periode. De factuurdatum geldt als inkoopdatum. Een latere subsidieaanvraag herstelt een te vroege aankoop niet.
- Betaal en maak het dossier compleet. De factuur moet aan de aanvragende werkgever zijn gericht. Alleen bewijs van een deelbetaling is volgens UVB onvoldoende. Bij een meerjarige opleiding kan een afzonderlijke aanvraag per studiejaar mogelijk zijn, met een duidelijke jaarfactuur en betaalbewijs.
- Dien de volledige aanvraag in. Gebruik de individuele scholingsroute in het subsidieportaal. De ontvangstdatum van de volledige aanvraag bepaalt de behandelvolgorde; hier wordt niet geloot.
- Controleer de startdatum. De opleiding moet uiterlijk binnen dertien weken na indiening zijn gestart. De start mag ook al hebben plaatsgevonden, mits de scholing binnen de geldende subsidiabele periode is ingekocht en gestart.
Wacht dus niet automatisch op een verleningsbesluit voordat iemand begint: zo kun je de starttermijn missen. Tegelijk geeft starten geen zekerheid over de subsidie. Maak vóór aankoop afspraken met de opleider over uitstel, annulering en restitutie. Eventuele annuleringsrechten komen uit die afspraken; ze zijn geen algemene garantie van de subsidieregeling.
Maak één controleerbaar dossier per deelnemer en opleiding
Bewaar de officiële pakketgegevens, inschrijving, factuur, betaalbewijs en afspraken over kosteloze deelname bij elkaar. Controleer op factuur of bijlage in ieder geval de deelnemer, opleidingsnaam, juiste code, opleider, startdatum en gespecificeerde kosten. Voor overheidserkende scholing zijn onder meer de leerweg en het BRIN-nummer van belang; bij branchewaardering vraagt UVB andere opleidings- en opleidergegevens. Laat de opleider de officiële factuureisen van UVB controleren.
Voor de aanvraag zijn ook naam, geboortedatum en BSN van deelnemers nodig. Verzamel die via een beveiligde route en beperk de toegang tot mensen die de aanvraag verzorgen. Een derde of niet-tekenbevoegde medewerker heeft een schriftelijke machtiging nodig. Bewaar na verzending de ontvangstbevestiging en het projectnummer.
Bij grote scholingsopdrachten geldt een aanvullende controle: vanaf € 50.000 verlangt de regeling onder meer een offerteprocedure met minstens drie aangevraagde en beoordeelde offertes, of een passende aanbestedingsprocedure. Voor opleidingen waarvan het lesgeld wettelijk is vastgesteld bestaat een uitzondering. Splits een opdracht niet kunstmatig om onder die grens te blijven.
Wat moet je na toekenning kunnen aantonen?
UVB controleert steekproefsgewijs of de deelnemer is gestart en de scholing kosteloos heeft kunnen volgen. Daarvoor is een prestatieverklaring beschikbaar die de deelnemer en opleider ondertekenen. Regel vooraf wie deze kan aanleveren; wacht niet tot een medewerker of contactpersoon uit beeld is.
Als individuele werkgever hoef je geen apart verzoek tot vaststelling in te dienen. De actuele regeling noemt automatische vaststelling binnen 35 weken na indiening. Dat neemt de plicht om bewijs te bewaren en relevante veranderingen te melden niet weg.
Gaat de opleiding vóór de start toch niet door, meld dit dan bij UVB. Een terugbetaling door de opleider kan gevolgen hebben voor de subsidie. Een diploma behalen is geen voorwaarde voor deze scholingssubsidie; daadwerkelijk beginnen en voldoen aan de overige voorwaarden wel. Gebruik voortijdig stoppen daarom niet als reden om alsnog de opleidingsrekening naar de medewerker door te schuiven.
De praktische uitkomst van je voorbereiding is een eenvoudig beslisblad: welke deelnemer, welke scholing en opleider, welke periode, welk bedrag, welke andere financiering en welk bewijs. Ontbreekt een van die antwoorden, los dat dan eerst op met de opleider of UVB. Zo neem je een opleidingsbesluit op basis van controleerbare voorwaarden.
Veelgestelde vragen
Kan ik een willekeurige vakcursus met SLIM-scholingssubsidie betalen?
Nee. De scholing moet in het subsidiabele scholingspakket staan. Controleer ook de juiste opleider, opleidingsvorm, code en periode. Een cursus die inhoudelijk past bij je werk of een NLQF-niveau heeft, is daardoor nog niet automatisch subsidiabel.
Kan ik SLIM-scholingssubsidie combineren met een lopend SLIM mkb-project?
Dat kan in beginsel, omdat de regelingen verschillende doelen en kosten betreffen. Toets de scholing afzonderlijk en houd de kosten gescheiden. Dezelfde kosten dubbel laten vergoeden is niet toegestaan.
Moet mijn medewerker de opleiding afmaken om de subsidie te behouden?
De regeling verplicht niet dat een diploma wordt behaald. De opleiding moet wel daadwerkelijk zijn gestart en kosteloos zijn aangeboden. Meld het als de opleiding niet doorgaat en bespreek met UVB wat een restitutie of andere wijziging betekent.
Heeft aanvragen nog zin als het budget is overvraagd?
UVB meldt op 13 oktober 2026 dat het plafond voor individuele werkgevers op 10 september is bereikt. Door afwijzingen of intrekkingen kan ruimte ontstaan, maar beschikbaar budget voor later ingediende aanvragen is niet verzekerd. Begroot een nieuwe opleiding daarom niet alsof de bijdrage vaststaat.
Bronnen en controle
Inhoud gecontroleerd op 13 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.
Bekijk de bronnen (9)
- SLIM-regeling: hoofdstuk 3, geldend vanaf 23 mei 2026
- UVB: scholingssubsidie en actuele budgetmelding
- UVB: aanvraagcriteria en factuureisen voor werkgevers
- UVB: vragen en antwoorden voor individuele werkgevers
- UVB: uitvoeren en verantwoorden als werkgever
- Rijksoverheid: Ontwikkelpaden en scholingspakketten per sector
- Rijksoverheid: wijzigingen scholingssubsidie mei 2026
- NTI: scholingssubsidie, gelezen ter vergelijking
- Omnyacc: scholingssubsidie 2026, gelezen ter vergelijking