In Noord-Nederland is het project Ondernemend in Leefstijl van start gegaan, met een subsidie van 1.937.322 euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en nationale cofinanciering. Werkgevers, mkb-ondernemers en kennisinstellingen gaan onderzoeken welke leefstijlinterventies op de werkvloer echt werken, meldt SNN, dat het Europese geld in het noorden verdeelt. Is er voor werkgevers in Brabant en Limburg iets vergelijkbaars? Het korte antwoord is nee, en daarom loont het om te kijken welke routes er wel zijn.

Wat er in het noorden gebeurt

De aftrap was op 22 oktober in het provinciehuis van Drenthe in Assen. Het project ontwikkelt een programma dat werkgevers helpt de juiste leefstijlinterventies te vinden. Eerst wordt in kaart gebracht wat er in een organisatie speelt, daarna worden passende interventies gekozen en ingezet, en vervolgens wordt gemeten wat ze opleveren.

De ambities zijn concreet. Er worden minimaal twaalf leefstijlondernemers ondersteund en ten minste negen werkgevers voeren een pilot uit. Samen moeten ze minimaal 2.050 medewerkers bereiken, onder meer in de zorg en het welzijn, transport en logistiek en de metalektro. De onderzoekers kijken naar werkvermogen, verzuim en werkgeluk, en naar de opbrengst voor werkgevers. Ze willen onderbouwen of elke geïnvesteerde euro er minimaal twee oplevert. Technologie Centrum Noord-Nederland is penvoerder, met onder meer het UMCG, de Rijksuniversiteit Groningen en NHL Stenden in het consortium.

Waarom er in het zuiden geen tegenhanger is

Brabant, Limburg en Zeeland hebben een eigen EFRO-programma, OPZuid, dat wordt uitgevoerd door Stimulus. Gezondheid is daarin een van de vijf transities waar het programma zich op richt. Maar Stimulus meldt dat de openstelling van 2026 de laatste van dit programma is, en dat die zich op een ander thema richt, namelijk defensie en dual-use toepassingen. Een ronde voor vitaliteit op de werkvloer zit er in deze periode dus niet meer in.

Bovendien is EFRO-geld geen subsidie die een losse werkgever aanvraagt. Het gaat naar samenwerkingsverbanden van minstens twee partners met een innovatief project. In het noordelijke project doen negen werkgevers mee aan een pilot, maar de aanvraag ligt bij het consortium. Ook als er in het zuiden een vergelijkbare ronde kwam, zou je er als mkb-werkgever vooral via een pilot aan mee kunnen doen.

Wat je in Brabant en Limburg wel kunt doen

Wie wil investeren in de gezondheid van medewerkers, heeft in het zuiden een paar andere ingangen.

Wat je van het noorden kunt leren

Ook zonder subsidie is de opzet van Ondernemend in Leefstijl bruikbaar. Het project begint niet bij een interventie maar bij de vraag wat er in de organisatie speelt. Pas daarna wordt iets gekozen, en daarna wordt gemeten. Veel werkgevers doen het andersom. Ze kopen een vitaliteitsprogramma in en vragen zich achteraf af of het iets heeft opgeleverd.

De projectleiding zegt het zelf ook. Er zijn veel initiatieven op het gebied van leefstijl en vitaliteit, maar het is voor werkgevers niet eenvoudig om te bepalen wat bij hun organisatie past en wat het oplevert. Wie in Brabant of Limburg nu begint, kan de uitkomsten uit het noorden de komende jaren goed gebruiken. Het doel van twee euro per geïnvesteerde euro is een maatstaf waar je ook je eigen aanpak tegen kunt leggen.