Bij een loonwaardemeting onderzoekt een deskundige hoe een werknemer het werk in een concrete functie uitvoert. De deskundige vergelijkt de prestaties met die van een gemiddelde werknemer met een vergelijkbare opleiding en ervaring. Daarvoor zijn een werkplekbezoek, gesprekken en gegevens over de taken nodig. De uitkomst wordt onderbouwd in een rapport.
Voor een werkgever begint een goede voorbereiding dus bij het werk: wat doet de medewerker werkelijk, onder welke omstandigheden en wat geldt als een goed resultaat? Deze gids behandelt de meting voor gemeentelijke loonkostensubsidie. Ook UWV gebruikt loonwaardebepaling bij loondispensatie, maar de regeling en het besluit daarover zijn anders.
Wat zegt een loonwaardepercentage?
De loonwaarde beschrijft de arbeidsprestatie in de onderzochte functie en werkomstandigheden. Het is geen diagnose, arbeidsongeschiktheidspercentage of oordeel over iemands waarde als collega. Een percentage vertelt evenmin hoeveel uren iemand medisch kan werken.
Een uitkomst bij de ene baan kun je niet zonder meer overnemen bij een andere baan. Taken, hulpmiddelen, begeleiding en de vergelijking met de normfunctie kunnen verschillen. Ook een gewijzigde werkwijze binnen hetzelfde bedrijf kan aanleiding zijn om opnieuw naar de loonwaarde te kijken.
Bij loonkostensubsidie gebruik je het percentage niet als korting op het werknemersloon. De gemeente gebruikt de vastgestelde loonwaarde voor haar besluit over de subsidie. Het rapport is daarvoor een onderbouwing; het is niet zelf de subsidiebeschikking. Hoe het percentage doorwerkt in het bedrag staat in de berekening van loonkostensubsidie.
Wie regelt de meting en wanneer gebeurt die?
Bespreek met je gemeentelijke contactpersoon wie de loonwaardemeting uitvoert en wanneer die nodig is. Voor deze regeling wijst de gemeente een loonwaardedeskundige aan. Zij moet de kwaliteit en voldoende onafhankelijkheid van deze deskundige waarborgen. Zelf een bureau inschakelen betekent daarom niet automatisch dat de gemeente diens uitkomst overneemt.
Voor de meting moet er daadwerkelijk werk zijn dat de deskundige kan beoordelen. Stem af wanneer een werkplekbezoek een bruikbaar beeld geeft. Meld bijvoorbeeld dat de medewerker net een nieuwe taak leert, dat de normale werkvoorraad ontbreekt of dat een machine tijdelijk uitvalt. De deskundige beoordeelt welke gegevens en observaties dan nodig zijn.
Er geldt geen algemene regel dat iedere werknemer eerst een vast aantal weken moet proefdraaien voordat een loonwaardemeting mogelijk is. Een proefplaatsing en tijdelijk forfaitaire loonkostensubsidie zijn afzonderlijke mogelijkheden met eigen voorwaarden. Maak daarover vooraf afspraken met de gemeente; leid uit een geplande meting geen toestemming af om iemand onbetaald te laten werken.
Bereid de meting voor met werknemer en leidinggevende
Vertel de medewerker waarom de meting plaatsvindt, wie langskomt en dat de medewerker zelf wordt gesproken. Vraag welke uitleg of ondersteuning nodig is om aan het gesprek mee te doen. De werknemer moet het eigen beeld kunnen geven, ook als dat afwijkt van het beeld van de leidinggevende.
Verzamel vervolgens onderstaande informatie. Je hoeft geen eigen loonwaardepercentage te berekenen. Het doel is dat de deskundige de dagelijkse praktijk kan onderzoeken.
| Voorbereiden | Wat leg je klaar? | Wie levert de informatie? |
|---|---|---|
| Werkelijke taken | Wat de medewerker doet, welke taken samenhangen en hoe de beschikbare werktijd over het werk is verdeeld. | Medewerker en direct leidinggevende, naast de functieomschrijving. |
| Normaal resultaat | Welke aantallen, kwaliteit en werkwijze gebruikelijk zijn bij vergelijkbaar werk. Noteer de herkomst van cijfers. | Leidinggevende, met bijvoorbeeld werkinstructies of productiegegevens. |
| Ondersteuning | Hulpmiddelen, aangepaste instructies, begeleiding en afspraken over werkverdeling of planning. | Medewerker en begeleider. |
| Omstandigheden | Verschillen in moeilijkheid van opdrachten, storingen, wachttijd en veranderingen in de onderzochte periode. | Medewerker en leidinggevende. |
| Praktische gegevens | Functie, contracturen, gebruikelijke voltijdse arbeidsduur en een contactpersoon voor ontbrekende informatie. | Werkgever of personeelsadministratie. |
Kies gegevens die iets zeggen over vergelijkbaar werk. Veertig eenvoudige dossiers zijn niet vanzelf vergelijkbaar met veertig ingewikkelde dossiers. Noteer ook over welke periode een telling gaat en of daarin iets ongebruikelijks gebeurde. Losse productiecijfers zonder die context kunnen een verkeerd beeld geven.
Laat de gebruikelijke ondersteuning tijdens de observatie beschikbaar. Hulpmiddelen weghalen of iemand speciaal voor de bezoekdag extra werk laten doen geeft geen eerlijk beeld van het werk zoals het is georganiseerd. Veiligheidsafspraken blijven uiteraard gelden.
Zo verloopt een loonwaardemeting
- Werkplek en werkzaamheden bekijken. De deskundige observeert hoe de medewerker de taken uitvoert en onder welke omstandigheden.
- De medewerker spreken. Onderwerpen zijn het dagelijkse werk, wat goed of lastig gaat, benodigde ondersteuning en de eigen ervaring met de taken.
- De werkgever spreken. De deskundige vraagt naar de werkzaamheden, de gebruikelijke prestatie bij vergelijkbaar werk en de feitelijke uitvoering door deze medewerker.
- Vergelijken en onderbouwen. De deskundige kiest een normfunctie, beoordeelt de prestaties per hoofdtaak en berekent de loonwaarde.
- Terugkoppelen en reacties vastleggen. Werknemer en werkgever krijgen gelegenheid hun zienswijze te geven. Het rapport bevat beide reacties.
- Rapport naar de gemeente. De gemeente gebruikt het onderzoek voor de vaststelling en het besluit binnen de regeling.
Vraag vooraf wanneer je terugkoppeling krijgt en hoe je informatie kunt aanvullen. Als een gesprek of werkplekobservatie ontbreekt, moet het rapport aangeven welke vervolgactie nodig is. Een afgesproken bezoekdatum is dus niet hetzelfde als een gegarandeerde datum voor de subsidiebeschikking.
De normfunctie: met welk werk wordt vergeleken?
De deskundige vergelijkt de medewerker niet met de snelste collega. De normfunctie gaat uit van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De samenstelling van de werkzaamheden moet zo goed mogelijk aansluiten.
De voorgeschreven werkwijze kijkt eerst naar functies binnen het eigen bedrijf. Daarna komen functies binnen de bedrijfstak of sector en vervolgens de Nederlandse arbeidsmarkt in beeld. Voor een passende bestaande normfunctie moet de tijdsbesteding aan de hoofdtaken voor ten minste 60% overeenkomen. Dat is een eis aan de vergelijkbaarheid van het takenpakket, geen minimale productiviteitseis voor de medewerker.
Is zo geen passende normfunctie te vinden, dan wordt een normfunctie samengesteld uit hoofdtaken, met dezelfde volgorde van zoeken. Een identieke functienaam is daarom niet genoeg. Vraag in de terugkoppeling welke werkzaamheden zijn vergeleken en waarom de gekozen norm past. Het rapport moet die keuze en de gebruikte bron toelichten.
Tempo, kwaliteit en netto werktijd
De uniforme methode werkt met maximaal vijf hoofdtaken die samen de volledige tijdsbesteding vertegenwoordigen. Per hoofdtaak worden drie onderdelen met de norm vergeleken:
- Tempo: hoeveel eenheden of diensten worden in de relevante periode geproduceerd of uitgevoerd?
- Kwaliteit: welk deel van die productie voldoet aan de vereiste kwaliteit en is bruikbaar?
- Netto werktijd: hoeveel tijd wordt besteed aan handelingen die bij de hoofdtaak horen?
Netto werktijd is dus niet simpelweg het aantal contracturen. De deskundige moet vaststellen welke tijd bij de uitvoering hoort en hoe de vergelijking met de norm wordt gemaakt. Hetzelfde geldt voor herstelwerk, extra uitleg of onderbrekingen: beschrijf wat er gebeurt en laat toelichten hoe het is verwerkt.
Dezelfde oorzaak mag niet dubbel meetellen. Als één onderbreking door extra uitleg al in het lagere tempo is verwerkt, mag diezelfde invloed niet nogmaals als verlies aan netto werktijd worden afgetrokken. Vraag bij onduidelijke uitkomsten naar deze samenhang, niet alleen naar de afzonderlijke percentages.
De prestaties per hoofdtaak worden gewogen naar het aandeel in de totale werktijd. De deskundige telt die bijdragen op tot de loonwaarde, afgerond op een heel percentage. Twee taakpercentages zomaar middelen is daarom onjuist als de medewerker veel meer tijd aan de ene taak besteedt dan aan de andere.
Fictief voorbeeld: een meetbezoek bij een archiefdienst
Evi werkt in dit verzonnen voorbeeld 24 uur per week bij een archiefdienst. Haar werk bestaat uit documenten voorbereiden en scannen, en de gescande bestanden controleren en indexeren. Zij gebruikt een vaste instructiekaart en vraagt haar begeleider om hulp bij onduidelijke documentkenmerken.
Voor het bezoek maken Evi en haar leidinggevende een overzicht van de werkelijk uitgevoerde werkzaamheden. Ze schrijven niet alvast op dat Evi een bepaald loonwaardepercentage heeft. Ze leggen drie concrete vragen voor:
- Vergelijkbare opdrachten: de hoeveelheid nietjes, beschadigingen en afwijkende formaten verschilt per doos. Welke dossiers zijn geschikt om tempo en kwaliteit eerlijk te vergelijken?
- Een scannerstoring: op dinsdag konden ook andere medewerkers tijdelijk niet scannen. Hoe wordt deze omstandigheid onderscheiden van verschillen in Evi’s taakuitvoering?
- Extra uitleg: bij onduidelijke documentkenmerken geeft de begeleider uitleg. Is de invloed daarvan één keer verwerkt en blijft zichtbaar onder welke begeleiding Evi werkt?
Bij de terugkoppeling blijkt dat de conceptbeschrijving het indexeren nauwelijks noemt, terwijl dat structureel onderdeel van Evi’s werk is. Evi licht haar dagindeling toe; de leidinggevende levert het taakoverzicht aan. Zij vragen de deskundige te beoordelen of de taakverdeling en normfunctie daarop moeten worden aangepast.
Dit voorbeeld geeft geen officiële score of voorspelde subsidie. Het laat zien welke informatie je kunt aanleveren om een meting controleerbaar te maken. De deskundige blijft verantwoordelijk voor de methodische beoordeling; de gemeente beslist binnen de regeling.
Lees het rapport met deze controlewijzer
Het voorgeschreven rapport bevat meer dan één eindpercentage. Gebruik onderstaande vragen bij de terugkoppeling. Vul achter ieder open punt een naam en afgesproken reactiedatum in, zodat een vraag niet tussen werkgever, deskundige en gemeente blijft liggen.
| Onderdeel | Controlevraag | Bij onduidelijkheid |
|---|---|---|
| Onderzoeksbasis | Kloppen functie, uren, onderzoeksdata en de beschrijving van gesprekken en observatie? | Lever de juiste gegevens aan en vraag hoe ontbrekend onderzoek wordt aangevuld. |
| Normfunctie | Zijn vergelijkbare werkzaamheden gekozen en is uitgelegd waar de norm vandaan komt? | Vraag om toelichting op taakinhoud en vergelijkbaarheid. |
| Taken en prestaties | Is al het werk opgenomen en zijn tijdsverdeling, tempo, kwaliteit en netto werktijd onderbouwd? | Noem precies welke taak, waarneming of berekeningsstap onduidelijk is. |
| Werkomstandigheden | Zijn begeleiding, aanpassingen en voorzieningen beschreven waaronder de prestatie tot stand komt? | Geef aan welke voorwaarde ontbreekt of anders is weergegeven. |
| Reacties en vervolg | Staan de zienswijzen van werkgever én werknemer en het advies over herbeoordeling erin? | Vraag om verwerking van de eigen reactie en onderbouwing van het vervolgadvies. |
Wat als je het niet eens bent met de meting?
Maak onderscheid tussen een feitelijke fout en een verschil van inzicht. “Het rapport noemt orderverwerking, maar ik doe ook dagelijks retourcontrole” is een concrete aanvulling. “Het percentage voelt te hoog” geeft de deskundige veel minder houvast. Verwijs naar een taak, periode, werkinstructie of waarneming en stel een gerichte vraag.
Werkgever en werknemer hoeven niet dezelfde reactie te geven. In het rapport is ruimte voor beide zienswijzen. Dat een van beiden het oneens is, betekent niet automatisch dat er geen rapport of besluit kan komen. Vraag om een inhoudelijke reactie op het bezwaar tegen de onderbouwing en bewaar wat je hebt aangeleverd.
Reageren op het rapport is iets anders dan formeel bezwaar maken tegen een gemeentelijk besluit. Ben je het met dat besluit niet eens, volg dan de bezwaarroute en termijn in de beschikking. Wacht daarmee niet tot alle informele gesprekken zijn afgerond. Vraag bij twijfel welke stap nodig is om tijdig te reageren.
Wanneer wordt de loonwaarde opnieuw bekeken?
Voor gemeentelijke loonkostensubsidie bepaalt de gemeente in overleg met werknemer en werkgever wanneer de loonwaarde opnieuw wordt vastgesteld. Er is niet voor elke werknemer dezelfde jaarlijkse meetplicht. Het rapport bevat een advies over de verwachte ontwikkeling en een passend moment voor herbeoordeling, met een toelichting.
Noteer bij het vervolg ook welke veranderingen je tussentijds moet bespreken. Denk aan wezenlijk andere taken, een andere verdeling van werkzaamheden of gewijzigde ondersteuning. Leg vast wie contact opneemt met de gemeente en vraag wat de verandering betekent voor een eventuele nieuwe meting en de subsidie. Een werkgeversinschatting vervangt geen nieuwe vaststelling.
Houd ten slotte de meting en de financiële herberekening uit elkaar. Een subsidiebedrag kan wijzigen door de wettelijke berekeningsbasis zonder dat een nieuwe loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Voor de administratieve route en de stukken die daarbij horen kun je verder met loonkostensubsidie aanvragen.
Veelgestelde vragen
Is een loonwaardemeting hetzelfde als een medische keuring?
Nee. De meting gaat over de uitvoering van concrete werkzaamheden in vergelijking met een normfunctie. Zij stelt geen diagnose en is geen beoordeling van hoeveel uren iemand medisch kan werken.
Mag de werkgever zelf de loonwaarde vaststellen?
Niet voor een gemeentelijk besluit over loonkostensubsidie. De gemeente laat de loonwaarde onderzoeken door een aangewezen deskundige. De werkgever levert informatie en krijgt gelegenheid een zienswijze te geven.
Moet een werknemer eerst een vaste periode proefdraaien?
Er is geen algemene vaste proefduur voor een loonwaardemeting. Stem met de gemeente en deskundige af wanneer de feitelijke werkzaamheden een bruikbaar beeld geven. Een proefplaatsing heeft afzonderlijke voorwaarden en is niet automatisch toegestaan.
Wat doe je als het loonwaarderapport niet klopt?
Benoem de concrete fout of onduidelijke vergelijking en lever relevante informatie aan bij de terugkoppeling. Laat de eigen reactie vastleggen. Een reactie op het rapport is geen formeel bezwaar tegen het latere gemeentelijke besluit; volg daarvoor de route en termijn in de beschikking.
Wordt de loonwaarde ieder jaar opnieuw gemeten?
Niet automatisch. Bij gemeentelijke loonkostensubsidie bepaalt de gemeente in overleg met werknemer en werkgever wanneer een nieuwe vaststelling plaatsvindt. Bespreek tussentijdse veranderingen in taken of ondersteuning via de afgesproken contactpersoon.
Bronnen en controle
Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.
Bekijk de bronnen (9)
- Rijksoverheid: Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021, artikelen 1–6
- Rijksoverheid: Regeling loonkostensubsidie Participatiewet 2021 en rapportagemodel
- Staatscourant 2024, 39498: gewijzigd rapportagemodel vanaf 1 januari 2025
- Participatiewet, artikel 10d: vaststelling en herbeoordeling
- Uniforme Loonwaardemethodiek: werkwijze voor werkgevers
- Uniforme Loonwaardemethodiek: uitleg voor werknemers
- Uniforme Loonwaardemethodiek: achtergrond en organisatie
- Adviesnu: loonwaardemeting, gelezen ter vergelijking
- AWVN: loonwaardebepaling, gelezen ter vergelijking