Het nieuwe pensioenstelsel komt in de laatste rechte lijn, en dat merk je aan de vragen die werknemers stellen. Kassa van BNNVARA zette op 18 oktober 2026 voor werknemers op een rij wat er verandert en hoe je jezelf wijzer maakt. Het advies van het Nibud in dat stuk is opvallend concreet. Neem contact op met je werkgever en je pensioenfonds. Voor een mkb-werkgever betekent dat simpelweg dat de vragen bij jou terechtkomen, en dat je ze moet kunnen beantwoorden.
Hoeveel werk dat is, hangt vooral af van één ding. Zit je personeel in een pensioenfonds van je branche, of heb je zelf een regeling lopen bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (ppi)?
Bij een bedrijfstakpensioenfonds regelt de sector het meeste
Valt je bedrijf onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds, zoals in de detailhandel, de bouw of de zorg, dan maken werkgeversorganisaties en vakbonden de keuzes. Zij schrijven het transitieplan waarin staat hoe de nieuwe regeling eruitziet, of de opgebouwde pensioenen worden omgezet (invaren heet dat) en of werknemers die erop achteruitgaan compensatie krijgen. Volgens de Rijksoverheid zijn die transitieplannen bij de pensioenfondsen al ingediend. Het fonds informeert je werknemers zelf over hun nieuwe pensioen, en jij levert de pensioengegevens gewoon aan zoals je dat nu ook doet.
Achterover leunen is het toch niet helemaal. Je werknemers lezen de brieven van het fonds wel, maar ze stellen hun vragen aan jou. Weet daarom wanneer jouw fonds overstapt, waar het fonds de persoonlijke informatie publiceert en welke groep in jouw bedrijf mogelijk compensatie krijgt. Volgens de Rijksoverheid zijn dat vooral werknemers van ongeveer 40 tot 55 jaar. In het nieuwe stelsel betaalt iedereen hetzelfde premiepercentage, en daardoor kan deze groep minder opbouwen dan in het oude systeem was voorzien. Wie in je bedrijf in die leeftijdsgroep zit, heeft er dus meer belang bij dan de twintiger op de werkvloer.
Regeling bij een verzekeraar of ppi, dan ben jij aan zet
Hier zit het echte risico voor het mkb. Bij een verzekerde regeling of een ppi-regeling gebeurt er niets vanzelf. Er is geen sector die voor je onderhandelt en geen fonds dat de omzetting voor alle werkgevers tegelijk regelt. Jij bent als werkgever verantwoordelijk voor het aanpassen van de pensioenovereenkomst, voor het overleg met je personeel en voor de uitleg aan je werknemers.
Volgens Kassa gaat het om ongeveer 1,2 miljoen mensen met een pensioen bij een verzekeraar, van wie veel bij kleine bedrijven werken. Joosje de Lang van FNV zegt in de uitzending dat dit voor zo’n 60 procent nog niet geregeld is. Dat is een schatting van de vakbond, geen officieel cijfer, maar als het ook maar in de buurt komt, zit een flink deel van de kleine werkgevers nog op de startlijn. Het gevolg is niet alleen administratief. Een pensioenregeling die na 1 januari 2028 niet aan de nieuwe wet voldoet, is fiscaal niet meer toegestaan, en dan kan de Belastingdienst de opbouw belasten. Die rekening komt uiteindelijk bij je werknemers, en daarmee ook weer bij jou.
De data die je moet kennen staan bij de Rijksoverheid. Het transitieplan voor een regeling bij een verzekeraar of ppi moet uiterlijk 1 oktober 2027 bij die uitvoerder zijn ingediend. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenen aan de nieuwe regels voldoen. Kassa noemt daarnaast 1 januari 2027 als het moment waarop partijen nu hun regelingen willen hebben aangepast, met 1 januari 2028 als uiterste einddatum. Reken dus terug vanaf oktober 2027 en niet vanaf januari 2028, want verzekeraars krijgen alle late werkgevers tegelijk op hun bureau.
Wat je in deze regeling zelf moet beslissen
Bij een verzekerde regeling liggen de keuzes die bij een fonds in de sector worden gemaakt bij jou. Pensioenadviseurs als Klijn/Zijlmans & Partners zetten ze op een rij, en het zijn er in de kern vier.
- Heb je nu een regeling met een premie die oploopt met de leeftijd, dan moet die voor nieuwe werknemers worden vervangen door een vaste premie die voor iedereen gelijk is.
- Voor je huidige werknemers mag je onder voorwaarden de oude, oplopende premie laten doorlopen. Dat heet eerbiedigende werking, en je moet expliciet vaststellen en vastleggen of je regeling daaronder valt en of je er gebruik van maakt.
- Het partnerpensioen wordt gebaseerd op het salaris, en dat vraagt meestal een aanpassing van de polis en van de pensioenovereenkomst.
- Gaat een groep erop achteruit, dan beslis je of en hoe je die compenseert.
Pensioen is een arbeidsvoorwaarde. Daarom kun je de regeling niet eenzijdig aanpassen. Een wijziging vraagt de instemming van je werknemers, en heb je een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, dan hoort die er ook bij. Leg het daarom vast in het personeelsdossier en neem het mee in een arbeidsvoorwaardengesprek, juist bij werknemers die door de overstap minder gaan opbouwen. Komen werkgever en werknemers er niet uit, dan kan een onafhankelijke transitiecommissie bemiddelen en uiteindelijk beslissen hoe de nieuwe regeling eruitziet.
Wat je je personeel nu vertelt
Je hoeft geen pensioenadviseur te worden. Wat werknemers van jou willen horen, is vooral bij wie hun pensioen loopt, wanneer hun regeling overgaat en of er voor hun leeftijdsgroep iets verandert. De persoonlijke bedragen komen van de uitvoerder. Verwijs werknemers daarvoor naar Mijnpensioenoverzicht.nl, waar ze met DigiD hun AOW en al het pensioen dat ze bij werkgevers hebben opgebouwd bij elkaar zien. De algemene uitleg over de nieuwe regels staat op Pensioenduidelijkheid.nl, de informatiesite van de overheid.
Bij een verzekerde regeling hoort daar nog één eerlijke mededeling bij. Vertel je personeel dat je met de aanpassing bezig bent, of dat je ermee gaat beginnen, en wanneer ze bericht krijgen. Een werknemer die van Kassa of de vakbond hoort dat 60 procent van de kleine werkgevers het nog niet geregeld heeft, gaat zich afvragen of jij daarbij hoort. Dat gesprek kun je beter zelf beginnen.
Neem ten slotte nieuwe mensen mee. Wie je vanaf nu aanneemt, valt bij een verzekerde regeling al onder de nieuwe, vlakke premie, terwijl een collega die al jaren in dienst is misschien onder het overgangsrecht blijft. Zet in je personeelshandboek welke regeling voor wie geldt, zodat je niet bij elke nieuwe medewerker opnieuw hoeft uit te zoeken wat je hebt afgesproken.