Het PSO 30+-certificaat is een aanvullende erkenning voor organisaties die voor PSO trede 3 in aanmerking komen en ook de afzonderlijke 30+-toets halen. Het kan dienen als bewijs bij een voorbehouden aanbesteding of bij de invulling van een SROI-verplichting. Wat je ermee kunt aantonen, hangt af van de vraag die de opdrachtgever stelt.

Wil je weten of jouw organisatie ervoor in aanmerking komt? Begin dan met de juiste berekening. Wil je ermee inschrijven op een opdracht? Controleer dan ook de toelatingsvoorwaarden en het gevraagde bewijs. Hieronder staan beide routes, met een fictief rekenvoorbeeld en een controlelijst voor je inschrijving. Inhoud gecontroleerd op 20 oktober 2026.

Wat is het verschil tussen PSO trede 3 en PSO 30+?

Trede 3 en PSO 30+ beantwoorden verschillende vragen. Trede 3 is een niveau binnen de Prestatieladder Socialer Ondernemen. PSO 30+ is een afzonderlijke erkenning met aanvullende voorwaarden. Een organisatie kan dus trede 3 hebben zonder het 30+-certificaat. Noem PSO 30+ in een offerte geen ‘trede 4’.

Voor de 30+-erkenning wordt een eigen berekening gemaakt. Het percentage uit de gewone PSO-berekening kun je niet zonder meer overnemen. Ook een certificaat van een leverancier maakt jouw eigen organisatie nog geen PSO 30+-organisatie. Houd daarom in de voorbereiding drie stukken uit elkaar: je gewone PSO-resultaat, de aanvullende 30+-beoordeling en de eisen van de opdracht waarop je wilt inschrijven.

PSO-Nederland gebruikt op de publiekswebsite zowel ‘meer dan 30%’ als ‘minimaal 30%’. De formele definitie in handleiding 2.6 noemt minimaal 30%. Die handleiding geldt voor aanvragen en hercertificeringen die vanaf 1 oktober 2026 definitief zijn ingediend. Gebruik voor je voorbereiding de actuele versie via de PSO-documentatie.

Welke medewerkers en uren tellen mee?

De 30+-uitlezing gebruikt uren en fte, met de toepasselijke cao-urennorm. De berekening kent gewichten van 1 of 0; de verschillende wegingsfactoren uit de reguliere directe PSO-bijdrage worden hiervoor niet gebruikt.

De doelgroep sluit aan bij de reguliere PSO-doelgroep, maar bbl’ers, bol’ers en vso/pro-leerlingen met een leerwerkovereenkomst of stage zijn voor deze aanvullende erkenning uitgezonderd. De voorwaarden voor de persoon en de overeenkomst moeten dus allebei kloppen.

Detachering en andere flexovereenkomsten kunnen onder voorwaarden meetellen. De handleiding verlangt hiervoor onder meer een gewerkte periode van minstens zes maanden vóór de peildatum en minimaal twee uur per week. Een korte plaatsing vlak voor de aanvraag biedt daarom niet dezelfde grondslag als duurzame inzet.

Het percentage na controle en eventuele correcties door de auditor bepaalt de erkenning. Een eigen spreadsheet of voorlopige rekentooluitkomst is nog geen certificaat.

Maak bij je eerste inventarisatie per medewerker zichtbaar op welke doelgroepcategorie je de invoer baseert, welke overeenkomst geldt en welke periode je onderbouwt. Zet ontbrekende informatie apart. Een omschrijving als ‘heeft extra begeleiding nodig’ vertelt nog niet welke categorie je mag gebruiken. Neem ook geen lokale SROI-doelgroepindeling over als vervanging van de PSO-voorwaarden.

Fictief voorbeeld: zes van twintig mensen is niet altijd 30%

Stel: een bedrijf heeft twintig medewerkers. Zes behoren aantoonbaar tot de toepasselijke 30+-doelgroep. Wie alleen personen telt, komt op 6 ÷ 20 = 30%. Maar die zes werken ieder twintig uur per week; de overige veertien werken ieder veertig uur.

Voor dit vereenvoudigde voorbeeld nemen we aan dat iedereen het hele peiljaar hetzelfde aantal uren werkt, bij dezelfde organisatie in dienst is en dezelfde voltijdsnorm van veertig uur geldt. Er zijn geen leerlingen, flexkrachten of andere bijzonderheden. We illustreren alleen het effect van arbeidsduur; hiermee beoordelen we geen PSO trede 3 en voeren we geen formele certificeringsberekening uit.

Groep Personen Uren per week samen Fte bij 40 uur
Toepasselijke 30+-doelgroep 6 6 × 20 = 120 3
Overige medewerkers 14 14 × 40 = 560 14
Totaal 20 680 17

Het aandeel op basis van arbeidsduur is hier 3 ÷ 17 × 100 = 17,6%. De verhouding tussen de aantallen personen gaf dus een ander beeld. De conclusie voor dit bedrijf is dat het de invoer en berekening verder moet uitwerken voordat het een 30+-erkenning als haalbaar presenteert.

Gebruik zo’n inventarisatie voor een realistische planning. Vraag medewerkers niet om ongeschikte extra uren te werken om een percentage te halen. Onderzoek welk duurzaam werk beschikbaar is, welke ondersteuning daarbij hoort en wat dat op termijn betekent voor de personeelsopbouw. Een certificeringsdoel moet passen bij het werk dat je daadwerkelijk kunt bieden.

Wat bewijst PSO 30+ bij een voorbehouden opdracht?

Een aanbestedende dienst kan op grond van artikel 2.82 deelname voorbehouden aan sociale werkplaatsen, ondernemingen met maatschappelijke en professionele integratie van mensen met een beperking of kansarme personen als hoofddoel, of programma’s voor beschermde arbeid. Volgens PIANOo geldt daarbij voor alle drie een grens van minstens 30% werknemers uit de bedoelde groep.

PSO 30+ is bedoeld om het kwantitatieve onderdeel te onderbouwen. Het certificaat bewijst niet zelfstandig dat sociale integratie het hoofddoel van jouw onderneming is. Ook de gewone kwalitatieve PSO-beoordeling neemt die afzonderlijke juridische vraag niet weg.

Voor een onderneming die via het hoofddoelcriterium wil deelnemen, kan de onderbouwing bijvoorbeeld uit statuten of de aard van de activiteiten blijken. Leg daarom naast het certificaat bewijs klaar van dat hoofddoel. Een algemene belofte om maatschappelijk verantwoord te ondernemen maakt nog niet duidelijk welke plaats arbeidsintegratie in je bedrijf inneemt.

Een voorbehouden opdracht blijft openstaan voor concurrentie tussen de toegelaten partijen. Het certificaat bezorgt je dus geen opdracht en schept op zichzelf geen recht op een rechtstreekse gunning. Je moet ook de overige eisen uit de aanbestedingsstukken beantwoorden. Bekijk vóór de inschrijving welke bewijsstukken worden geaccepteerd en stel onduidelijke eisen tijdig aan de orde via de vragenprocedure.

Controleer je bewijs vóór je inschrijft

Gebruik dit overzicht samen met degene die de aanbesteding voorbereidt. Vul per controle het concrete document en de verantwoordelijke collega in. Zo voorkom je dat dezelfde certificaatbijlage wordt gebruikt als antwoord op verschillende vragen die elk eigen bewijs verlangen.

Controle Wat leg je vast?
Doel van het certificaat Gaat het om toelating tot een voorbehouden opdracht, een andere aanbestedingseis of de invulling van SROI? Noteer de betreffende paragraaf.
Juiste organisatie Vergelijk de inschrijvende rechtspersoon met de naam, KvK-gegevens en reikwijdte van het certificaat. Onderzoek verschillen bij een concern of combinatie.
Geldige erkenning Gebruik het afgegeven 30+-certificaat en controleer de begin- en einddatum tegen de momenten die de aanbesteding voorschrijft.
Juridische toelatingsgrond Noteer op welke categorie uit de voorbehouden procedure je een beroep doet en welk aanvullend bewijs daarbij wordt gevraagd.
Hoofddoel, als dat jouw route is Verwijs naar concrete statutaire bepalingen of activiteiten en de gevraagde onderbouwing. Laat de beoordelaar niet zelf zoeken in een algemene brochure.
Overige opdrachtvoorwaarden Controleer onder meer de verlangde dienstverlening, capaciteit, referenties, indieningsstukken en beoordelingscriteria.
Vervolg tijdens het contract Plan controle van geldigheid, wijzigingen en eventuele hercertificering. Leg vast wie de opdrachtgever informeert als relevant bewijs verandert.

Een bruikbare formulering voor je aanbiedingsbrief is bijvoorbeeld: ‘Bijgevoegd vindt u het PSO 30+-certificaat van [rechtspersoon], geldig van [datum] tot [datum], ter onderbouwing van [de gevraagde eis]. De onderbouwing van ons hoofddoel vindt u in [document en onderdeel].’ Pas dit aan de werkelijke stukken aan. Schrijf pas dat je aan alle toelatingseisen voldoet nadat je die afzonderlijk hebt gecontroleerd.

Wat betekent het certificaat voor SROI?

Bij SROI zijn twee situaties relevant. Je kunt zelf PSO 30+ gecertificeerd zijn, of producten en diensten inkopen bij een PSO 30+-leverancier. Welke waardering daarbij hoort, volgt uit het beleid en contract van jouw opdrachtgever. De werking bij voorbehouden opdrachten geeft daar geen landelijk antwoord op.

Een concreet voorbeeld is het beleid Social return 2026 van Zuidoost-Brabant. Daar wordt bij een opdrachtnemer met PSO 30+ de SROI-verplichting volledig als uitgevoerd beschouwd voor de periode die door de erkenning is afgedekt. Een contractperiode buiten die dekking vraagt nog een andere invulling. Dat is een specifieke beleidsregel, geen algemene vrijstelling voor ieder gecertificeerd bedrijf.

In hetzelfde beleid is sociale inkoop bij een PSO 30+-organisatie een afzonderlijke route, met waardering op basis van 100% van de factuurwaarde exclusief btw. De tabel vraagt het projectnummer van de opdracht op de originele factuur. Een leverancier kan dus bewijs aanleveren voor jouw inkooproute, terwijl jij zelf geen 30+-erkenning hebt.

Stel dat je een gecertificeerde leverancier kiest voor catering. Laat vóór de bestelling bevestigen of jouw opdracht die inkoop accepteert, welk bedrag meetelt en welke bewijsstukken nodig zijn. Doe die controle opnieuw wanneer een andere gemeente opdrachtgever is. De voorbereiding daarvan staat uitgebreider bij sociaal inkopen voor SROI.

Bewaar het toepasselijke beleid, de bevestigde afspraken, het certificaat en het bewijs van de uitvoering bij de opdracht. Richt je SROI-rapportage zo in dat een volgende collega kan terugvinden waarom je een bepaalde waarde hebt opgevoerd. Het logo op een offerte is daarvoor te weinig informatie.

Veelgestelde vragen

Is PSO 30+ hetzelfde als PSO trede 3?

Nee. Trede 3 is een niveau binnen de PSO. De 30+-erkenning komt daar als afzonderlijk certificaat bij wanneer ook aan de aanvullende voorwaarden is voldaan. Een organisatie met trede 3 heeft daarom niet automatisch PSO 30+.

Kan ik PSO 30+ aantonen door medewerkers te tellen?

Een telling van personen is onvoldoende voor de PSO-uitlezing. Arbeidsduur en de toepasselijke voorwaarden zijn relevant. Laat de invoer in de actuele rekentool controleren en gebruik het afgegeven certificaat als bewijs, niet een eigen voorlopige berekening.

Krijg ik met PSO 30+ automatisch een overheidsopdracht?

Nee. Controleer de toelatingseisen, het gevraagde bewijs en de overige voorwaarden van de aanbesteding. Toegelaten organisaties concurreren nog steeds om de opdracht. Onderbouw ook de juridische toelatingsgrond waarop jouw organisatie een beroep doet.

Vervalt mijn SROI-verplichting met een PSO 30+-certificaat?

Dat volgt niet automatisch uit het certificaat. Sommige opdrachtgevers erkennen je eigen certificering als gehele of gedeeltelijke invulling, met voorwaarden voor onder meer de geldigheidsperiode. Inkoop bij een gecertificeerde leverancier is een andere route. Controleer welke regel jouw contract toepast.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 20 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (8)