De banenafspraak staat volgens UWV op 94.590 extra banen. Dat cijfer staat in het kwartaalbericht dat UWV deze week publiceerde en gaat over het eerste kwartaal van 2026. Het klinkt als een mijlpaal, maar het doel van 125.000 banen blijft ver weg en het getal zegt op zichzelf weinig over wat er van jou als werkgever wordt gevraagd. Dat wordt pas duidelijk als je het naast de officiële meting en de wetgeving legt die op 1 januari 2027 moet ingaan.

Wat het getal van UWV wel en niet zegt

UWV noemt het zelf indicatieve informatie. Alleen de landelijke banenmonitor, die één keer per jaar verschijnt, geldt als officiële meting. De laatste daarvan staat in de Kamerbrief van 9 september 2026 en komt over heel 2025 uit op 91.812 extra banen. Het verschil met 94.590 kun je dus niet lezen als groei van een paar duizend banen in één kwartaal, omdat de twee metingen niet hetzelfde zijn.

Er speelt nog iets. De doelgroep is sinds 1 januari 2026 groter, want ook mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en toch werken horen erbij, net als mensen met een IVA-uitkering die met loondispensatie werken. Daarnaast laat UWV mensen op een beschutte werkplek onder de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) nu anders zien in het dashboard. Zij horen tot de doelgroep, maar hun dienstverband telt niet mee voor de banen. Dat geeft eenmalig een hoger totaal van 327.898 mensen in de doelgroep, van wie er in het eerste kwartaal 175.774 aan het werk waren. Die grotere doelgroep is dus vooral een andere telling en geen bewijs dat werkgevers meer mensen hebben aangenomen. De cijfers over het tweede kwartaal volgen volgens UWV uiterlijk half november.

Hoe dicht zitten we bij het doel?

Trek je 94.590 af van 125.000, dan blijven er ruim 30.000 banen over. In de officiële meting over 2025 was de achterstand ongeveer 33.000, en dat was het derde jaar op rij dat het doel niet werd gehaald. Minister Aartsen van Werk en Participatie schrijft in dezelfde brief dat hij verwacht dat het ook in 2027 niet lukt.

Interessanter dan het totaal is waar de groei blijft hangen. Marktwerkgevers hadden in 2025 volgens de Kamerbrief 3.851 formele dienstverbanden erbij, maar verloren 3.110 banen via inleenverbanden. Netto bleef er in de marktsector dus maar 741 banen groei over. De minister verklaart de daling bij inleen vooral uit de Wsw. Een deel van die groep gaat met pensioen, een deel keert vanuit begeleid werken of detachering terug naar een interne beschutte werkplek die niet meetelt, en er komt geen nieuwe instroom meer bij. Hij verwacht dat dit de komende jaren doorzet.

Dat is voor een mkb-bedrijf met gedetacheerde sw-medewerkers concreet. Rust jouw bijdrage aan de banenafspraak vooral op die detacheringen, dan kan die kleiner worden zonder dat jij iets verandert. Vraag daarom aan het sw-bedrijf hoe lang de huidige plaatsingen nog doorlopen en kijk of een eigen dienstverband een reële volgende stap is.

Wat het betekent voor de quotumheffing

Het cijfer leidt niet automatisch tot een heffing, en dat blijft na 1 januari 2027 ook zo. De minister wil de rest van de Wet banenafspraak op die datum laten ingaan, zo staat in het ontwerpbesluit dat Salaris Vanmorgen in september besprak. Daarmee vervalt de huidige quotumheffing en komt de mogelijkheid om een nieuwe quotumregeling te activeren, met een zogeheten inclusiviteitsopslag. Ook verdwijnt het onderscheid tussen markt en overheid in de telling. Volgens de Kamerbrief activeert de inwerkingtreding de regeling niet vanzelf. Dat blijft een besluit van de ministerraad, in overleg met sociale partners en gemeenten.

Wat er wel al ligt, is een richtgetal. Quotumplichtig zijn werkgevers met minimaal 25 werknemers. Voor 2027 is bij marktwerkgevers een quotumpercentage van 2,04 procent berekend en bij de overheid 2,49 procent, gemeten in verloonde uren van mensen uit het doelgroepregister. Grof gerekend gaat het bij een bedrijf met 40 voltijdbanen in de marktsector om ongeveer 0,8 voltijdbaan. Dat is een percentage ter indicatie en geen boete die vandaag op de mat valt, maar het laat wel zien waar jouw organisatie ongeveer staat. De minister geeft aan dat via de quotumcalculator iedere werkgever dit voor de eigen organisatie kan uitrekenen.

Bouw geen langetermijnplan op de details van de huidige regeling. De minister werkt aan een nieuwe banenafspraak, met de ondersteuningsbehoefte van mensen als uitgangspunt, en informeert de Kamer daar uiterlijk eind dit jaar verder over.

Wat je nu regelt als je meedoet of wilt meedoen

Heb je 25 werknemers of meer, reken dan het quotum voor je eigen bedrijf door, zodat je weet of je er met één of twee plaatsingen al bent. Onder die grens ben je niet quotumplichtig, maar de voordelen hieronder gelden wel als je iemand uit de doelgroep aanneemt.

De belangrijkste controle zit vóór de aanstelling. Sinds 2026 is geen doelgroepverklaring meer nodig voor het loonkostenvoordeel, schrijft UWV. De werknemer moet in het doelgroepregister staan en dat kijk je zelf na in het werkgeversportaal. Hoe dat werkt en wat het oplevert, lees je in ons stuk over de check van je kandidaat. Ook is de maximale duur van drie jaar voor het loonkostenvoordeel vervallen, zodat het kan doorlopen zolang het dienstverband duurt. Je vraagt het nog steeds aan in de aangifte loonheffingen. Voor scholingsbelemmerden en mensen met een indicatie beschut werk die al vóór 2026 in dienst waren, gelden nog overgangsregels.

Let daarnaast op de bredere doelgroep. Door de nieuwe groepen sinds januari en de wijzigingen in de Wajong kan een kandidaat die vorig jaar buiten beeld viel nu wel meetellen. En er komt een wetsvoorstel om ook mensen uit de WIA en de WW die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen onder de banenafspraak te brengen, inclusief loonkostensubsidie. Dat is nog geen geldend recht, dus reken er voorlopig niet op in je begroting.

Het UWV-cijfer verandert voor jou dus niets aan de regels. Het maakt wel duidelijk dat het doel nog lang niet in zicht is en dat de politieke druk om de afspraak te herzien blijft. Half november volgen de cijfers over het tweede kwartaal, en vóór de jaarwisseling de brief over de nieuwe banenafspraak.