Een SROI-percentage vertelt pas hoeveel je moet realiseren als duidelijk is waarover je het berekent. Vijf procent van een opdrachtsom, vijf procent van de loonsom en vijf procent van de jaarlijkse afroepwaarde kunnen drie verschillende bedragen opleveren. Zoek daarom eerst de grondslag, de periode en de eventuele correcties op.

Hier lees je hoe je een percentage uit een contract omzet in een controleerbare doelwaarde. Er is geen landelijk SROI-percentage dat automatisch op iedere opdracht van toepassing is. Alle rekenvoorbeelden hieronder zijn fictief: bedragen, percentages en contractafspraken zijn gekozen om verschillen zichtbaar te maken. De genoemde lokale beleidsregels zijn afzonderlijk herkenbaar. Inhoud gecontroleerd op 15 oktober 2026.

Lees het percentage samen met de grondslag

De eenvoudige formule is: SROI-doelwaarde = grondslag × percentage ÷ 100. Het lastige deel zit vóór het vermenigvuldigen. Wat bedoelt de opdrachtgever met de grondslag: de inschrijfwaarde, een vastgestelde contractwaarde, de werkelijk gefactureerde omzet uit de opdracht of de loonsom die bij het werk hoort?

Neem de volledige bepaling over, inclusief woorden als ‘exclusief btw’, ‘per contractjaar’ en ‘inclusief verlengingen’. Zoek de definitie van opdrachtsom of opdrachtwaarde in dezelfde stukken. Een omschrijving in de overeenkomst kan preciezer zijn dan de korte vermelding ‘SROI 5%’ op een offerteblad.

PIANOo beschrijft zowel percentages van de opdrachtsom als van de loonsom. Ook een verplichting in arbeidsuren is mogelijk. Het percentage kan bovendien voortkomen uit een eigen toezegging bij de inschrijving. Reken daarom met de bindende afspraak voor jouw opdracht; een minimum uit het beleid hoeft niet de uiteindelijke toezegging te zijn.

Staan in twee documenten verschillende grondslagen of percentages, maak dan geen gemiddelde en kies niet zelfstandig de voordeligste. Controleer de documentrangorde en laat het verschil verduidelijken. Ben je nog aan het inschrijven, gebruik dan de formele vragenroute uit de uitleg over social return in een aanbesteding.

Opdrachtsom en loonsom: hetzelfde percentage, andere uitkomst

Een opdrachtsom kan naast arbeid ook materialen, producten en andere prijsbestanddelen bevatten. Bij een loonsomgrondslag moet juist vaststaan welke arbeidskosten worden meegenomen. Zijn werkgeverslasten inbegrepen? Hoe wordt externe inhuur behandeld? Gaat het om de begrote of de werkelijke loonsom? Vul dat niet zelf in op basis van het woord ‘loon’.

Fictieve vergelijking. Een opdracht heeft een afgesproken waarde van € 600.000 exclusief btw. De voor dit voorbeeld vastgestelde loonsom binnen de opdracht is € 180.000. Onderstaande drie clausules zijn alternatieven, geen bedragen die je bij elkaar optelt.

Verzonnen contractafspraak Berekening Doelwaarde
5% van de volledige opdrachtsom € 600.000 × 0,05 € 30.000
5% van de vastgestelde loonsom € 180.000 × 0,05 € 9.000
10% van de vastgestelde loonsom € 180.000 × 0,10 € 18.000

Het hoogste percentage levert hier niet de hoogste doelwaarde op. Vergelijk twee verplichtingen dus eerst in euro’s over dezelfde periode. Alleen ‘bij de ene opdracht is het 5% en bij de andere 10%’ zegt nog weinig over het verschil.

Een vermelding van de loonsom kan ook een andere functie hebben. In de beleids- en uitvoeringsregels van ’s-Hertogenbosch uit 2025 bepaalt het aandeel arbeid of een opdracht onder de richtlijn voor arbeidsintensieve of arbeidsextensieve opdrachten valt. Bij een loonsom van minstens 30% noemt die regeling als richtlijn 5% van de opdrachtwaarde exclusief btw. Die 30% is dus een grens voor de indeling, niet de grondslag waarover je vervolgens automatisch 5% neemt. De regeling laat afwijkende percentages toe. Dit is een lokaal voorbeeld, geen landelijk rekenvoorschrift.

Hetzelfde onderscheid helpt bij uitbesteed werk. Het feit dat je een bedrag doorbetaalt aan een onderaannemer of externe professional maakt dat bedrag niet vanzelf aftrekbaar van de SROI-grondslag. Controleer de contractdefinitie voordat je met je marge of alleen je eigen personeelskosten gaat rekenen.

Controleer btw en het deel van de opdracht

Bij een grondslag exclusief btw moet je ook een bedrag exclusief btw invoeren. Gebruik bij voorkeur de gespecificeerde contractprijs of factuuradministratie. Trek niet zomaar 21% af van een bedrag inclusief btw: dat is een andere berekening dan de btw eruit halen.

Fictief btw-voorbeeld. De gehele prijs van € 121.000 bevat in dit voorbeeld 21% btw. Het contract vraagt 3% SROI over de waarde exclusief btw. De grondslag is dan € 121.000 ÷ 1,21 = € 100.000. De doelwaarde is € 100.000 × 0,03 = € 3.000. Wie rechtstreeks 3% van € 121.000 neemt, komt € 630 te hoog uit.

Die deling door 1,21 is alleen juist bij de gekozen aanname dat het hele bedrag hetzelfde btw-tarief heeft. Bij verschillende tarieven, vrijgestelde prestaties of andere btw-afspraken gebruik je de uitsplitsing die werkelijk bij de opdracht hoort. En staat in jouw SROI-clausule een andere behandeling van btw, dan moet je die eerst beoordelen; dit voorbeeld verandert de contractafspraak niet.

Baken vervolgens het contractdeel af. Gaat de eis over jouw perceel, één nadere opdracht, de gezamenlijke opdracht van een combinatie of een ruimer geheel? De totale waarde van de aanbesteding is niet zonder meer de waarde waarover iedere leverancier afzonderlijk moet rekenen.

Fictief perceelvoorbeeld. Een aanbesteding omvat in totaal € 420.000 exclusief btw. Jouw afzonderlijke perceel is € 120.000. Als jouw contract uitdrukkelijk 3% over alleen dat perceel verlangt, is de doelwaarde € 3.600. Rekenen over € 420.000 zou € 12.600 opleveren. Het verschil van € 9.000 komt volledig door de gekozen grondslag. Ben je daarentegen partij bij een gezamenlijke overeenkomst, dan moet de verdeling uit die afspraken blijken; je kunt niet alleen je eigen werkpakket nemen omdat dat makkelijker rekent.

Houd contractperiode en omzetperiode gelijk

Schrijf naast elk bedrag de periode waarop het betrekking heeft. Een jaarprijs en een prijs voor de hele looptijd kunnen op verschillende plekken in dezelfde overeenkomst staan. Dat maakt het gemakkelijk om een verplichting onbedoeld meerdere keren te tellen.

Fictief looptijdvoorbeeld. Een contract duurt drie jaar en heeft een totale vaste waarde van € 600.000 exclusief btw. De SROI-eis is 3% over die volledige looptijd. De doelwaarde is één keer € 18.000. Je kunt intern € 6.000 per jaar plannen, maar dat maakt de totale verplichting niet drie keer € 18.000. Omgekeerd: als de grondslag € 200.000 per jaar is en de eis ieder jaar geldt, levert de berekening drie jaarlijkse bedragen van € 6.000 op.

Een interne jaarverdeling verandert ook de contractuele termijn niet. Als de opdrachtgever ieder jaar nakoming vraagt, kun je niet zonder afspraak een achterstand doorschuiven naar het laatste contractjaar.

Bij een raamovereenkomst verdient het verschil tussen raming en werkelijke omzet extra aandacht. De definitie in het beleid Social return 2026 van Zuidoost-Brabant noemt bij raamovereenkomsten de werkelijk gerealiseerde omzet: de totale gefactureerde waarde van nadere overeenkomsten exclusief btw. Dat laat zien waarom een geraamde omvang niet altijd de definitieve grondslag is. Gebruik deze lokale definitie alleen wanneer zij op jouw opdracht van toepassing is.

Fictief raamvoorbeeld. De raming voor jouw opdrachten is € 500.000, maar de meetellende gefactureerde waarde in het afgesproken tijdvak is € 360.000. Als de clausule 2% van die werkelijk gefactureerde waarde voorschrijft, bedraagt het doel € 7.200. De aanvankelijke raming gaf € 10.000. Houd het geraamde en definitieve bedrag uit elkaar en controleer ook eventuele drempels, minimumafspraken en afrekenmomenten.

Met ‘omzet’ wordt in zo’n clausule een afgebakende omzet bedoeld. Tel niet automatisch de omzet van je hele bedrijf, alle gemeentelijke klanten of alle jaren samen. Leg vast welke facturen en correcties binnen het genoemde contract en tijdvak vallen.

Bereken meerwerk en verlengingen zonder dubbeltelling

Een gewijzigde opdracht kan aanleiding zijn om de SROI-doelwaarde opnieuw te bepalen. Of dat nodig is, hangt af van de grondslag en wijzigingsafspraken. Bij een percentage van de uiteindelijke opdrachtwaarde kan een andere waarde doorwerken. Bij een vast overeengekomen doelbedrag moet je eerst vaststellen wat de wijziging met die afspraak doet.

Fictief voorbeeld met meer- en minderwerk. Neem een clausule die 4% verlangt over de uiteindelijke opdrachtwaarde exclusief btw, waarbij goedgekeurd meer- en minderwerk volgens de verzonnen afspraak wordt meegenomen. De oorspronkelijke waarde is € 250.000. Daar komt € 40.000 bij en gaat € 10.000 af. De nieuwe grondslag is € 280.000 en de doelwaarde € 11.200. Het oorspronkelijke doel was € 10.000; de stijging is dus € 1.200.

Bewaar in je berekening de oude grondslag, de afzonderlijke veranderingen en de nieuwe uitkomst. Zo zie je dat € 11.200 het aangepaste totaal is. Je moet niet € 10.000 én € 11.200 realiseren. Het rekenvoorbeeld zegt overigens niets over de vraag of een contractwijziging juridisch is toegestaan; het veronderstelt dat de veranderingen geldig zijn overeengekomen.

Controleer bij een verlenging of de optie al in de oorspronkelijke grondslag zat. De definitie van opdrachtwaarde in de regels van ’s-Hertogenbosch noemt bijvoorbeeld opties en verlengingen. Dat is een reden om de definitie te lezen, niet om overal pas bij verlenging opnieuw een bedrag op te tellen.

Fictief optievoorbeeld. Een basisperiode van twee jaar heeft een waarde van € 240.000. Een optioneel extra jaar heeft een waarde van € 120.000. Bij een verzonnen afspraak van 2,5% over de totale € 360.000 inclusief die optie is de berekende waarde € 9.000. Als dezelfde optie wordt benut, tel je die € 120.000 niet nóg eens bij dezelfde grondslag op.

Een anders geformuleerde afspraak kan eerst alleen de € 240.000 omvatten: dan is het startbedrag € 6.000 en komt bij het geldig toevoegen van het extra jaar € 3.000 aan doelwaarde erbij. Welke route geldt, moet uit jouw stukken blijken. Vraag ook wat er gebeurt als een al meegerekende optie niet wordt benut. Een optie opnemen in een rekensom is niet hetzelfde als besluiten haar uit te oefenen.

Leg de berekening vast in dit invulrekenblad

Kopieer dit blad naar je eigen document of spreadsheet. Vul per contractdeel en tijdvak een afzonderlijke berekening in als daarvoor verschillende afspraken gelden. Het blad onderbouwt de doelwaarde; de planning van activiteiten en bewijs hoort in je uitvoeringsdossier.

Veld Jouw invoer
Opdracht en afbakening [Contractnummer, opdrachtgever, perceel of nadere opdracht]
Bron van de berekening [Document, versie, artikel/pagina en eventuele schriftelijke verduidelijking]
Percentage […%: overeengekomen eis of bindend aangeboden percentage]
Soort grondslag [Vaste contractwaarde / werkelijke opdrachtomzet / omschreven loonsom / anders]
Btw en prijsbestanddelen [Inclusief of exclusief; welke posten tellen mee?]
Periode [Van … tot …; jaarbedrag of volledige looptijd]
Basisbedrag [€ …; raming of vastgesteld bedrag, met verwijzing naar de onderbouwing]
Wijzigingen die meetellen [€ … erbij / € … eraf; grondslag voor iedere correctie]
Opties en verlengingen [Al opgenomen / later toevoegen volgens bepaling … / nog onduidelijk]
Berekening [(Basisbedrag + meetellende verhogingen − meetellende verlagingen) × percentage ÷ 100 = € …]
Status en eerstvolgende herberekening [Voorlopig / bevestigd / definitief; datum en aanleiding voor volgende controle]

Gebruik de formule alleen als de correcties volgens het contract tot die grondslag behoren. Bij verschillende percentages per deel reken je de delen eerst afzonderlijk uit. Een onduidelijke definitie krijgt de status ‘nog te bevestigen’; een precieze uitkomst op twee decimalen maakt een onzekere aanname niet zeker.

Controleer in een spreadsheet ook de invoer van het percentage. Staat in een cel al 3%, dan is die waarde 0,03 en vermenigvuldig je het basisbedrag daarmee. Staat er het getal 3, dan moet je nog door 100 delen. Beide werkwijzen zijn mogelijk, maar door ze te combineren maak je de uitkomst honderd keer te klein.

De doelwaarde is iets anders dan waardering en kosten

Met de berekening weet je welke waarde volgens de procentuele afspraak moet worden gerealiseerd. Je weet daarmee nog niet welke activiteiten worden geaccepteerd of wat die jouw bedrijf kosten. Houd drie bedragen apart:

  • Doelwaarde: de uitkomst van het contractpercentage en de juiste grondslag.
  • Meetellende waarde: de bijdrage die volgens de toepasselijke bouwblokken of andere waarderingsregels wordt toegerekend aan de uitvoering.
  • Werkelijke kosten: wat jouw bedrijf uitgeeft of aan tijd inzet voor onder meer loon, begeleiding, opleiding en administratie.

PIANOo beschrijft verschillende waarderingsmethoden, waaronder bouwblokken, werkelijke kosten en vaste uurtarieven. Bij een bouwblok is de toegerekende waarde niet vanzelf gelijk aan het betaalde salaris. Een doelwaarde van € 9.000 betekent daarom ook niet automatisch € 9.000 extra uitgaven, een betaling aan de gemeente of een subsidie van € 9.000.

Werk de invulling pas uit met de waarderingsregels die bij jouw opdracht horen. Voor het organiseren, aantonen en bewaken daarvan kun je verder met je SROI-verplichting uitvoeren. De bredere uitleg over mogelijke bijdragen staat in social return voor ondernemers. Je rekenblad levert daarvoor één duidelijk vertrekpunt: welk doelbedrag hoort bij welk contractdeel en welke periode?

Veelgestelde vragen

Is 5% het verplichte SROI-percentage voor iedere opdracht?

Nee. Er is geen landelijk percentage dat automatisch voor iedere opdracht geldt. Gebruik de toepasselijke contractafspraak, inclusief een eventuele hogere toezegging uit je eigen inschrijving. Een beleidspercentage is zonder de bijbehorende grondslag en voorwaarden onvoldoende om de doelwaarde te berekenen.

Is 10% van de loonsom altijd meer dan 5% van de opdrachtsom?

Nee. Het hangt af van de bedragen waarover je rekent. Bij een fictieve opdrachtsom van € 600.000 en een vastgestelde loonsom van € 180.000 is 10% van de loonsom € 18.000. Vijf procent van de opdrachtsom is € 30.000. Vergelijk de uitkomsten over dezelfde periode.

Moet ik voor SROI altijd rekenen exclusief btw?

Lees daarvoor de definitie in jouw contract en toepasselijke voorwaarden. Verschillende lokale regels noemen een grondslag exclusief btw, maar neem dat niet zonder controle over. Gebruik een gespecificeerd bedrag. Een bedrag inclusief 21% btw deel je door 1,21 om dat tarief eruit te halen; bij verschillende tarieven heb je de uitsplitsing nodig.

Moet ik bij een raamovereenkomst rekenen met de maximale waarde of met mijn werkelijke omzet?

Dat volgt uit de berekeningsafspraak. Controleer of de eis is gekoppeld aan een raming, een vast bedrag, nadere opdrachten of de gerealiseerde omzet in een bepaald tijdvak. Gebruik de definitie, eventuele drempel en afrekenregels uit jouw stukken. Een raming en de definitieve grondslag hoeven niet gelijk te zijn.

Moet ik bij een verlenging het SROI-bedrag nogmaals optellen?

Controleer eerst of de verlengoptie al in de oorspronkelijke grondslag was opgenomen. Als dat zo is, mag je dezelfde waarde niet dubbel tellen. Was alleen de basisperiode meegenomen, dan kan de verlenging een aanvullende doelwaarde opleveren. Laat ook vaststellen wat er met de berekening gebeurt wanneer een meegerekende optie niet wordt benut.

Moet ik het berekende SROI-bedrag volledig als extra kosten begroten?

Niet zonder meer. De doelwaarde is de contractuele opgave. De meetellende waarde van activiteiten volgt uit de toepasselijke waarderingsregels, terwijl je werkelijke uitgaven en tijdsinzet een eigen begroting vragen. Vooral bij bouwblokken kunnen die bedragen verschillen. De doelwaarde is evenmin automatisch een subsidie of een afkoopsom.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 15 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (6)