Asielzoekers en statushouders die nog in de opvang wonen, kunnen al aan het werk voordat ze een huis in een gemeente krijgen. Dat werkt, en werkgevers met personeelstekorten hebben er baat bij. Dat blijkt uit onderzoek van de VNG naar 22 regionale pilots en samenwerkingsverbanden, waarover Divosa op 22 oktober schreef. Voor een werkgever die mensen zoekt, roept dat een praktische vraag op. Hoe kom je in contact met deze kandidaten, en waar loop je tegenaan?

Wat het onderzoek laat zien

Werk helpt nieuwkomers bij de taal, bij meedoen in de samenleving, bij integratie en bij economische zelfstandigheid. Dat is de belangrijkste uitkomst. Divosa wijst erop dat het vaak jaren duurt voordat iemand door de asielprocedure is en een woning krijgt. Wie in die tijd niet actief is geweest, komt daarna moeilijker op gang.

De pilots laten ook zien wat ervoor nodig is. Een zorgvuldige intake en persoonlijke begeleiding, een sterke werkgeversbenadering en goede samenwerking tussen gemeenten, COA, UWV, werkgevers en maatschappelijke organisaties. De gemeente heeft daarin een verbindende rol. Ze legt de lijn tussen de opvang en de regionale arbeidsmarkt.

Het kabinet wil de komende vier jaar 75.000 nieuwkomers aan het werk helpen. Divosa maakt zich zorgen dat dit zonder extra geld van het Rijk ten koste gaat van andere mensen die zonder hulp de stap naar werk niet zetten.

Wat het jou als werkgever oplevert

Het eerste voordeel is het moment. Wie een asielzoeker of statushouder al tijdens het verblijf in de opvang leert kennen, heeft een kandidaat die gemotiveerd is en die nog niet jaren stil heeft gezeten. Je kunt iemand inwerken en de taal op de werkvloer laten oefenen voordat hij verhuist.

Het tweede voordeel is de begeleiding. In de pilots die werkten, stond de werkgever er niet alleen voor. Er was een intake en iemand die het traject volgde. Dat maakt het verschil tussen een plaatsing die na een maand stopt en een die blijft. Welke ondersteuning er voor jou is als je een statushouder aanneemt, staat in ondersteuning voor werkgevers die statushouders aannemen.

Waar je tegenaan loopt

Het onderzoek is eerlijk over de knelpunten, en die raken jou ook. Voor een asielzoeker heb je een tewerkstellingsvergunning nodig, en de uitvoering daarvan noemen gemeenten complex. Een statushouder met een verblijfsvergunning mag wel vrij werken, maar zolang hij in de opvang woont, gelden andere regels voor zijn inkomen. Via de Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers betaalt wie in de opvang woont en werkt een deel van zijn loon terug aan het COA. Dat drukt wat iemand netto overhoudt.

Het grootste knelpunt is verhuizing. Krijgt de kandidaat een woning in een andere gemeente, dan is de afstand naar je bedrijf misschien ineens te groot. Huisvesting en verhuizing staan niet voor niets op het lijstje van de onderzoekers. Bespreek dat vooraf met de gemeente, want soms is er ruimte om bij de woningtoewijzing rekening te houden met een baan.

Hoe je meedoet

Het onderzoek pleit niet voor nieuwe loketten. De kennis moet een plek krijgen in de bestaande werkgeversdienstverlening, de regionale werkcentra en de samenwerking die er al is. Voor jou betekent dat dat je gewoon bij het werkgeversservicepunt of het werkcentrum in je regio aanklopt. Zeg daar dat je openstaat voor kandidaten uit de opvang. Ligt er een COA-locatie in de buurt, vraag dan of de gemeente daar al een aanpak heeft.

Een werkgever die dat doet, helpt een nieuwkomer op het moment dat het hem het meeste oplevert. En hij vult een vacature met iemand die er anders pas jaren later had gestaan.