Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers is per 1 januari 2026 afgeschaft, maar niet ieder oud dossier is daarmee afgerond. Voor een dienstbetrekking die vóór 1 januari 2024 begon, kan het oorspronkelijke recht nog doorlopen. De maximale looptijd blijft drie jaar. Een geldig restant over 2026 wordt in 2027 uitbetaald.

Controleer daarom per medewerker de oorspronkelijke start, de einddatum en het kalenderjaar waarop de uren betrekking hebben. Een betaling die je in 2026 ontvangt, bewijst geen recht over 2026. Deze gids helpt bestaande dossiers beoordelen, volgens de regels gecontroleerd op 9 oktober 2026.

Welke groep moet je controleren?

Begin van de dienstbetrekking Status over 2026 Wat kan nog worden uitbetaald?
Vóór 1 januari 2024 Een bestaand recht kan doorlopen tot het einde van de oorspronkelijke maximale periode. Het recht kan ook al eerder zijn geëindigd. LKV over 2025 in 2026; een geldig restant over 2026 in 2027.
In 2024 of 2025 Geen LKV oudere werknemer meer over 2026. Het recht eindigde uiterlijk op 31 december 2025. Een geldige aanspraak over 2025 wordt in 2026 afgewikkeld.
Vanaf 1 januari 2026 Geen nieuwe aanspraak op LKV oudere werknemer. Geen LKV oudere werknemer op basis van deze nieuwe indiensttreding.

De grens is de start van de relevante dienstbetrekking, niet de maand waarin de eerste betaling op je rekening verscheen. Ook de datum waarop je overstapte naar andere salarissoftware is geen nieuwe startdatum.

Welke oude voorwaarden blijven voor het dossier van belang?

Het overgangsrecht beschermt een geldig oud recht. Het geeft niet alsnog LKV voor iedereen die vóór 2024 bij je werkte en inmiddels 56 jaar is. Gebruik de historische voorwaarden om het bestaande dossier te controleren:

  • De medewerker was bij aanvang van de relevante dienstbetrekking 56 jaar of ouder.
  • In de kalendermaand vóór die start bestond recht op een uitkering of arbeidsondersteuning die onder de toenmalige regeling viel. Voorbeelden zijn WW, bepaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en bijstand. Alleen eerdere werkloosheid of een laag inkomen volstond niet.
  • De medewerker was in de zes maanden vóór de oorspronkelijke indiensttreding niet bij dezelfde werkgever in dienst geweest.
  • Er was een geldige doelgroepverklaring oudere werknemer. Die moest destijds binnen drie maanden na de start worden aangevraagd. Afhankelijk van de voorafgaande uitkering kwam de verklaring van UWV of de gemeente.
  • De overige voorwaarden bleven gelden, waaronder verzekering voor een of meer werknemersverzekeringen, de AOW-grens en de uitsluiting van een WSW-dienstbetrekking en beschut werk op grond van de Participatiewet.

Zoek hiervoor eerst de bestaande verklaring en vastgelegde startgegevens op. Start geen nieuwe aanvraagprocedure alsof de regeling in 2026 nog voor nieuwe oudere werknemers openstaat. Een ontbrekende kopie in jouw administratie is wel iets anders dan een verklaring die destijds nooit tijdig is aangevraagd. Achterhaal bij een ontbrekend stuk wat er werkelijk is gebeurd voordat je een conclusie trekt.

Een verjaardag tijdens het dienstverband schept geen nieuw recht op LKV oudere werknemer. Was iemand bij de relevante start bijvoorbeeld 55 jaar, dan ontstaat deze oude aanspraak niet doordat diegene later 56 wordt.

Bereken de einddatum vanuit het oorspronkelijke recht

De oude regeling kent maximaal drie aaneengesloten jaren vanaf het begin van de eerste dienstbetrekking waarvoor aan de voorwaarden werd voldaan. Een onderbreking pauzeert die periode niet. Een contractverlenging of overstap naar een vast contract bij dezelfde werkgever begint evenmin automatisch drie nieuwe jaren.

Het recht kan eerder stoppen, bijvoorbeeld door het einde van de dienstbetrekking of het bereiken van de AOW-leeftijd. Begint of eindigt de wettelijke LKV-periode midden in een aangiftetijdvak, dan geldt een uitbreiding tot het hele betreffende tijdvak. Laat de salarisadministrateur daarom de laatste geldige aangifteperiode bepalen; alleen een losse einddatum in een spreadsheet is niet voldoende.

Heeft het bedrijf personeel overgenomen bij een overgang van onderneming, beoordeel dan het bestaande recht en de overgedragen stukken afzonderlijk. Gebruik de datum waarop de medewerker in jouw salarispakket werd ingevoerd niet zonder meer als nieuwe indiensttreding. Een resterend recht wordt daardoor geen nieuw volledig recht.

Welk tarief hoort bij welk jaar?

Voor dienstbetrekkingen van vóór 1 januari 2024 bleef het tarief € 3,05 per verloond uur, met maximaal € 6.000 per werknemer per kalenderjaar. Dat geldt ook voor een geldig restant over 2026. Gebruik alleen de verloonde uren uit de tijdvakken waarvoor recht bestaat; het jaarmaximum is geen vaste uitkering.

Voor dienstbetrekkingen die in 2024 of 2025 begonnen, bedroeg het tarief over 2025 € 1,35 per verloond uur, met maximaal € 2.600 per kalenderjaar. Over 2026 is het bedrag voor deze route nul. Een bedrag van € 1,35 hoort dus niet meer thuis in een begroting voor hun verloonde uren in 2026.

Vergelijk steeds dezelfde eenheden: kalenderjaar, medewerker, geldige tijdvakken, verloonde uren en het tarief van dat jaar. Gebruik geen bankbetaling zonder onderliggende beschikking als berekeningsbasis. Bij samenloop met een ander LKV wordt niet elk voordeel afzonderlijk bij elkaar opgeteld; de uiteindelijke uitbetaling volgt de samenloopregels.

Drie fictieve dossiers met verschillende uitkomsten

In deze voorbeelden nemen we aan dat de oorspronkelijke voorwaarden zijn vervuld, een geldige verklaring aanwezig is en de medewerker niet tussentijds uit dienst gaat of de AOW-leeftijd bereikt. Er is geen samenloop met een ander LKV. Het bedrijf doet maandaangifte; alle startdata liggen op de eerste van een maand.

Dossier Oorspronkelijke start en einde Uren en bedrag in dit voorbeeld Actie in oktober 2026
A: geldig restant in 2026 Start 1 oktober 2023. Driejaarsperiode eindigt 30 september 2026. 800 verloonde uren in geldige tijdvakken van 2026 × € 3,05 = € 2.440, onder het jaarmaximum. Controleer januari tot en met september. Stop de aanvraag voor deze route vanaf oktober. Bewaak de afwikkeling over 2026 in 2027.
B: instroom in 2024 Start 1 februari 2024. Ouderenrecht eindigt uiterlijk 31 december 2025. 1.200 geldige verloonde uren over 2025 × € 1,35 = € 1.620, onder het jaarmaximum. Geen ouderenaanspraak over 2026. Vergelijk de betaling in 2026 met de beschikking over 2025. Controleer dat de ouderenindicatie in aangiften over 2026 niet doorloopt.
C: oud recht al uitgeput Start 1 april 2022. Driejaarsperiode eindigde 31 maart 2025. Voor deze route tellen geen uren over 2026 mee. Eventuele afwikkeling over 2025 betreft alleen de toen geldige periode. Controleer de laatste afwikkeling en sluit het actieve LKV-signaal af. Het startjaar vóór 2024 geeft geen extra jaar.

Dossier A laat zien waarom je niet alle ouderenrechten per januari 2026 mocht uitzetten. Dossier B laat zien waarom een betaling in 2026 geen reden is om het vinkje te laten staan. Dossier C voorkomt de omgekeerde fout: ieder dienstverband van vóór 2024 als nog lopend recht behandelen.

Maak één controleblad voor de overgebleven dossiers

Laat de salarisadministrateur een overzicht maken van medewerkers voor wie LKV oudere werknemer is aangevraagd of nog als actief staat ingesteld. Selecteer op die administratieve geschiedenis, niet alleen op de huidige leeftijd. Vul per medewerker onderstaande velden in en wijs een eigenaar toe aan ieder open punt.

  • Referentie en werkjaar: interne personeelsreferentie, relevante werkgever en het kalenderjaar waarover je controleert.
  • Oorspronkelijke start: datum en document waaruit die blijkt; vermeld een eventuele overgang van onderneming of onderbreking.
  • Verklaring: vindplaats, soort, afgevende instantie en de periode waarop het stuk betrekking heeft. Noteer ontbrekende stukken als open actie.
  • Laatste geldige periode: berekende einddatum, laatste aangiftetijdvak en eventuele eerdere beëindiging. Laat deze controle expliciet aftekenen.
  • Uren en aanvraag: verloonde uren per geldig tijdvak, toepasselijk jaartarief en controle van de LKV-indicatie in de aangiften.
  • Afwikkeling: voorlopige berekening, beschikking, betaling of verrekening, gevonden verschil en gekozen vervolgactie met verantwoordelijke en datum.

Gebruik bijvoorbeeld de statussen nog aanvragen over geldige tijdvakken, alleen afwikkeling vorig jaar, recht geëindigd en bewijs of datum uitzoeken. Daarmee ziet de financiële administratie welk bedrag nog wordt onderzocht en welk bedrag werkelijk is vastgesteld.

Wat doe je met een verschil of fout?

Vind je ten onrechte doorlopende ouderenaanvragen in aangiften over 2026, laat die corrigeren. Is een geldig restant juist niet aangevraagd, laat de ontbrekende tijdvakken controleren en zo nodig corrigeren. Voor LKV over 2026 moeten de relevante aanvragen en correcties uiterlijk op 1 mei 2027 zijn gedaan om in de definitieve berekening mee te tellen.

Voor LKV over 2025 liep die gewone correctietermijn af op 1 mei 2026. Die is op de controledatum van deze gids dus verstreken. Een latere aangiftecorrectie kan nog nodig zijn voor de juistheid van je loonadministratie, maar levert niet automatisch een nieuwe of hogere LKV-uitbetaling op. Controleer bij een geschil de beschikking en een eventueel nog openstaande bezwaar- of beroepsmogelijkheid.

Klopt de aangifte wel maar de berekening niet, neem dan met het dossier contact op met UWV. Een vraag over de definitieve beschikking leg je bij de Belastingdienst neer. De gids over LKV verwerken in de administratie helpt bij de algemene procedure.

Sluit na de laatste afwikkeling de actieve aanvraag en de verwachte opbrengst af, maar bewaar de onderliggende stukken bij de loonadministratie. Blijft de medewerker in dienst, dan ontstaat niet automatisch een vervangend voordeel. Een andere LKV-route vraagt een zelfstandige toets aan de eigen voorwaarden.

Veelgestelde vragen

Is het LKV oudere werknemer helemaal verdwenen in 2026?

Voor nieuwe aanspraken wel, maar een geldig oud recht voor een dienstbetrekking die vóór 1 januari 2024 begon kan nog doorlopen. De oorspronkelijke maximale looptijd van drie jaar blijft gelden. Is die al verstreken, dan ontstaat geen extra recht door het overgangsrecht.

Kan ik in 2027 nog een betaling voor een oudere werknemer krijgen?

Ja. Een geldige aanspraak op LKV oudere werknemer over 2026 wordt in 2027 afgewikkeld. Dat kan nog voorkomen bij oude rechten van vóór 2024. De betaling in 2027 hoort dan bij verloonde uren uit 2026, niet bij een nieuw recht over 2027.

Mijn werknemer begon in 2024. Heb ik drie volle jaren recht?

Nee. Voor deze groep eindigde het LKV oudere werknemer uiterlijk op 31 december 2025. Over 2025 gold het verlaagde tarief van € 1,35 per verloond uur met maximaal € 2.600 per kalenderjaar, mits aan de voorwaarden werd voldaan. Over 2026 bestaat geen recht op deze route.

Begint een nieuw LKV als een tijdelijk contract vast wordt?

Een contractverlenging of omzetting naar een vast contract bij dezelfde werkgever begint niet automatisch een nieuwe periode. Controleer de oorspronkelijke start en het resterende recht. Ook een tijdelijke onderbreking pauzeert de maximale looptijd niet.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (9)