Een schoonmaakster moest op een locatie in Limburg drie keer per week 2,5 uur schoonmaken. Vaak was ze binnen een uur weer weg, soms al na 17 minuten. Haar werkgever ontsloeg haar op staande voet, en de kantonrechter in Maastricht gaf het bedrijf op 15 oktober gelijk, meldt De Limburger. Ontslag op staande voet is het zwaarste middel dat een werkgever heeft, en het sneuvelt vaak bij de rechter. Deze zaak laat zien wat je nodig hebt om het wel overeind te houden. De volledige uitspraak leest bijna als een draaiboek.
Hoe het aan het licht kwam
De medewerkster werkte sinds december 2024 bij het schoonmaakbedrijf, vijftien uur per week, waarvan 7,5 uur op deze locatie. In het jaargesprek van december 2025 kreeg ze al de tip om beter na te kijken wat ze deed en de tijd te nemen die ze op locatie had. Begin 2026 klaagde de opdrachtgever over de kwaliteit van het werk en uitte twijfels over haar aanwezigheid. De opdrachtgever leverde de gegevens van het toegangssysteem aan, met de tijden waarop haar sleutel het pand in en uit ging.
Over de eerste helft van maart zag dat er zo uit.
| Datum | Ingepland | Aanwezig volgens registratie |
|---|---|---|
| 2 maart | 2,5 uur | 57 minuten |
| 9 maart | 2,5 uur | 17 minuten |
| 11 maart | 2,5 uur | 1 uur en 23 minuten |
| 16 maart | 2,5 uur | niet aanwezig |
Een selectie uit de uitspraak. Over 1 tot en met 16 maart 2026 telde de werkgever een tekort van ruim veertien uur.
Wat de werkgever goed deed
Op 23 maart had de werkgever een gesprek met de medewerkster en legde haar de registratie voor. Zij zei dat het werk niet in zo’n korte tijd kon en dat het systeem dus niet klopte. Daarop deed de werkgever direct nader onderzoek. Hij vroeg de opdrachtgever om de registraties vanaf haar eerste werkdag op deze locatie in oktober 2025, om de tijden van andere medewerkers ter vergelijking en om een verklaring dat de tijden rechtstreeks uit het systeem en van haar sleutel kwamen. Het totale tekort kwam uit op bijna 128 uur. Twee keer was haar sleutel ’s nachts gebruikt, terwijl ze zelf verklaarde toen niet aanwezig te zijn geweest en dat niemand anders haar sleutel of alarmcode had.
Op 25 maart volgde een tweede gesprek en het ontslag, dezelfde dag schriftelijk bevestigd. In de brief stond één reden, urenfraude. De werkgever noemde de klachten over het werk wel als achtergrond, maar maakte er geen ontslaggrond van. Dat bleek verstandig. De advocaat van de medewerkster voerde aan dat disfunctioneren geen dringende reden is, en dat klopt. Maar dat was hier ook niet de reden.
Hoe de rechter het beoordeelde
Een ontslag op staande voet houdt alleen stand als er een dringende reden is, als je onverwijld opzegt en als je de reden direct meedeelt. De rechter liep die drie punten langs.
De dringende reden stond vast. De medewerkster betwistte niet dat de registraties van haar sleutel kwamen. Ze voerde later aan dat de rayonleidster had gezegd dat ze mocht gaan als ze klaar was. De rayonleidster bevestigde op de zitting dat ze dat had gezegd, maar niet bij een werktijd van zeventien minuten. Het jaargesprek, waarin juist was afgesproken dat ze de tijd moest nemen, gaf daarbij de doorslag. Bovendien kreeg ze bij elke loonstrook een urenspecificatie, dus kon ze zien dat ze voor veel meer uren werd betaald dan ze werkte. Stelselmatig minder werken dan je betaald krijgt, is op zichzelf een dringende reden, zeker bij werk dat je alleen en zonder toezicht doet.
Ook het tijdstip hield stand. Dat de werkgever op 23 maart al zei dat ontslag op staande voet kon volgen, betekende niet dat hij die dag had moeten ontslaan. Twee dagen nader onderzoek na een betwisting is volgens de rechter juist voortvarend handelen.
Wat het de werkgever opleverde
De verzoeken van de medewerkster om een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging werden allemaal afgewezen. Omdat het ontslag terecht was, gold haar gedrag ook als ernstig verwijtbaar en vervalt de transitievergoeding. De werkgever kreeg daarnaast zijn tegenverzoek toegewezen, namelijk 2.553,46 euro bruto aan te veel betaalde uren en 1.721,91 euro bruto aan gefixeerde schadevergoeding, deels al verrekend met de eindafrekening. De medewerkster moest ook de proceskosten van 1.009 euro betalen.
Wat je hiervan meeneemt
De les zit niet in het ontslag, maar in de weken ervoor. Een paar punten maakten hier het verschil.
- Er lag objectief bewijs, uit een systeem dat de werkgever niet zelf beheerde, met een verklaring van de opdrachtgever erbij.
- De werkgever hoorde de medewerkster eerst, en onderzocht haar verweer voordat hij besliste.
- Er was een eerder vastgelegd gesprek waarin de verwachting over de tijd op locatie stond.
- De ontslagbrief noemde één heldere reden en geen opeenstapeling van klachten.
Het omgekeerde zie je in zaken waar de werkgever op aannames vertrouwt. Daar eindigt het ontslag op staande voet in een fors bedrag aan vergoedingen. Wie twijfelt, kan beter een dag langer onderzoeken dan een dag te vroeg ontslaan. Hoe een rechter een ontslag bij twijfelachtig verzuim beoordeelt, zie je in de zaak over een werknemer die te moe was voor werk maar wel aan Hyrox deed. En wie in de schoonmaak werkt, kent de andere verplichtingen in deze sector, zoals het aanbieden van een PAGO.