Je hebt een geschikte kandidaat voor een baan of leerwerkplek en wilt die inzet gebruiken voor je social-returnafspraak. Dan zijn twee vragen belangrijk: past het werk bij deze persoon, en mag deze persoon volgens jouw contract meetellen? Een uitkering, leeftijd of vermelding in het doelgroepregister geeft op zichzelf nog geen antwoord op die tweede vraag.
De SROI-doelgroep kan bestaan uit mensen met een uitkeringsachtergrond, mensen met een arbeidsbeperking, bepaalde leerlingen en werkzoekenden zonder uitkering. Welke voorwaarden gelden, staat in de stukken van jouw opdrachtgever. Met de kandidaat-toets hieronder leg je de categorie, uitgangssituatie, instroomdatum, meetelperiode en bewijsroute naast elkaar. Inhoud gecontroleerd op 17 oktober 2026.
Welke mensen kunnen onder de SROI-doelgroep vallen?
Begin bij de doelgroepomschrijving die voor jouw opdracht geldt. Bewaar de toepasselijke uitvoeringsvoorwaarden met versiedatum. Zoek niet alleen de naam van een regeling op: lees ook de toelichting, voorwaarden en meetelduur. Een nieuw beleidsdocument op de gemeentelijke website vervangt niet vanzelf de versie die bij jouw contract hoort.
| Mogelijke doelgroep | Wat controleer je bij deze kandidaat? |
|---|---|
| Mensen met een uitkeringsachtergrond, bijvoorbeeld Participatiewet, WW, WIA of Wajong | Welke uitkering wordt toegelaten? Moest de kandidaat die direct vóór de instroom ontvangen? Geldt een minimale voorafgaande duur of moet de uitkering blijven doorlopen? |
| Mensen uit de banenafspraak of met een Wsw- of beschutwerkindicatie | Welke registratie of indicatie vereist de categorie, is die geldig en welke voorwaarden gelden voor de inzet? |
| Leerlingen en studenten | Welke leerweg, welk opleidingsniveau en welke overeenkomst zijn toegestaan? Gaat het om een leerbaan, stage of arbeidstoeleidingsstage? |
| Werkzoekenden zonder uitkering | Hoe omschrijft de regeling een niet-uitkeringsgerechtigde? Zijn inschrijving als werkzoekende, aanvullende kenmerken of een gemeentelijke beoordeling nodig? |
| Andere expliciet genoemde groepen, zoals statushouders | Is dit een zelfstandige doelgroep in jouw contract, een aanvullend kenmerk binnen een andere categorie of alleen een voorwaarde voor extra waardering? |
Dit overzicht helpt je zoeken; het geeft geen algemene toelating. Zo noemt Utrecht mbo-studenten en statushouders in zijn doelgroepoverzicht. De uitvoeringsvoorwaarden van Zuidoost-Brabant 2026 begrenzen de genoemde mbo-leerwerk- en stagecategorie tot niveau 1 of 2. Een student op niveau 3 kun je daarom niet op basis van het woord ‘mbo’ in een andere gemeentelijke lijst voor die categorie opvoeren.
Ook leeftijd vraagt een precieze lezing. Zuidoost-Brabant kent een bonus voor iemand van 55 jaar of ouder die tot de doelgroep behoort. Een verjaardag vervangt daar dus niet de doelgroepvoorwaarde. Hetzelfde geldt voor een algemeen label als ‘afstand tot de arbeidsmarkt’: je moet kunnen aanwijzen op welke contractbepaling de toelating berust.
Komt de kandidaat in meerdere categorieën voor, noteer dan welke categorie je voorstelt en vraag welke wordt toegepast. Trek geen conclusie op basis van de hoogste waarde in een tabel. Eerst bepaal je of en hoe de persoon meetelt; daarna volgt de berekening.
Het doelgroepregister is niet de hele SROI-doelgroep
Het UWV-doelgroepregister hoort bij de banenafspraak. Een registratie kan relevant bewijs zijn als jouw SROI-afspraak die doelgroep toelaat. Maar SROI omvat in verschillende regelingen ook andere categorieën, bijvoorbeeld mensen die vanuit de WW instromen of een toegestane leerwerkplek volgen. Daarvoor kan ander bewijs nodig zijn.
Niet in het register staan betekent dus niet automatisch dat iemand buiten SROI valt. Andersom bewijst een registervermelding niet voor welke opdracht, inzetperiode en werkzaamheden je iemand mag opvoeren. De contractvoorwaarden blijven nodig. Een uitkeringsachtergrond en registratie kunnen bovendien naast elkaar bestaan; het zijn geen elkaar uitsluitende vakjes.
Gebruik voor een relevante registercontrole de UWV-pagina Staat mijn werknemer in het doelgroepregister?. UWV vermeldt daar welke gegevens nodig zijn voor een werknemer, sollicitant, uitzendkracht of gedetacheerde werknemer. De gegevens worden regelmatig bijgewerkt. Noteer daarom wanneer je hebt gecontroleerd en vraag welke bevestiging jouw opdrachtgever voor de bedoelde periode accepteert.
Maak ook onderscheid tussen een SROI-beoordeling en ondersteuning voor werkgevers. Toelating tot een SROI-categorie is geen automatische toekenning van subsidie, loonkostenvoordeel of een andere regeling. Beoordeel die mogelijkheden afzonderlijk; een document voor de ene regeling is niet zonder meer het vereiste bewijs voor de andere.
Stel de uitgangssituatie vast vóór je een periode invult
Bij sommige categorieën gaat het om de situatie vlak vóór iemand bij de werkgever begon. Dat is iets anders dan de situatie op de dag waarop je de medewerker registreert voor een opdracht. Zoek daarom drie dingen uit: welke situatie telt, op welke datum die moet bestaan en hoe je die situatie onderbouwt.
In de Bossche uitvoeringsregels 2025 telt iemand onder de WW-categorie bijvoorbeeld pas mee na minimaal een halfjaar WW vóór instroom. De daaropvolgende meeteltermijn is twee jaar na instroom bij de opdrachtnemer, zolang de persoon daar werkzaam is. Die twee voorwaarden kun je niet omwisselen: een halfjaar in dienst zijn maakt een te kort WW-verleden niet alsnog lang genoeg.
Die regels bevatten ook een bepaling voor herleving van een WW-uitkering na een korte werkperiode. Neem bij zo’n onderbreking niet alleen de laatste uitkeringsspecificatie over. Laat beoordelen welke eerdere en latere perioden samen mogen meetellen en welk document dat aantoont. Een cv geeft daarvoor doorgaans niet de benodigde uitkeringsinformatie.
Bij een niet-uitkeringsgerechtigde is ‘ontvangt geen uitkering’ eveneens te weinig. De definitie kan meer eisen. In Zuidoost-Brabant gaat het om een aantoonbaar grote afstand tot de arbeidsmarkt, met aanvullende criteria en een gemeentelijke bewijsroute. Laat de verantwoordelijke contactpersoon die beoordeling begeleiden; leid haar niet af uit een gesprek over iemands privésituatie.
Onderbrekingen, een overstap tussen werkgevers, een overgang van uitzendwerk naar een eigen dienstverband of een opleiding die verandert, kunnen de beoordeling ingewikkelder maken. Leg dan de feitelijke tijdlijn voor. Ga niet zelf uit van een nieuwe volledige meeteltermijn bij iedere nieuwe overeenkomst.
Hoe lang mag een kandidaat meetellen?
Er lopen meestal meerdere perioden naast elkaar: de duur van de SROI-opdracht, de periode waarin iemand werkt of stage loopt en de maximale meeteltermijn van de doelgroep. Soms hangt toelating daarnaast af van een geldige indicatie, registratie of doorlopende uitkering. Een lang arbeidscontract maakt de SROI-periode niet automatisch even lang.
Leg eerst de begindatum van de kandidaatgebonden termijn vast. Begrens vervolgens de inzet tot de periode die jouw opdracht toestaat en waarin de kandidaat daadwerkelijk volgens afspraak wordt ingezet. Vraag bij een onduidelijke einddatum hoe de opdrachtgever die bepaalt. Gebruik geen willekeurige datum die precies genoeg waarde oplevert.
Fictief voorbeeld met een lokale regel. Een medewerker is op 1 januari 2025 in dienst gekomen, na minimaal zes maanden WW. De nieuwe opdracht loopt van 1 oktober 2026 tot en met 30 september 2027. Voor dit voorbeeld heeft de opdrachtgever bevestigd dat de Bossche WW-regel van twee jaar na instroom van toepassing is en dat de inzet op deze opdracht aan de overige voorwaarden voldoet.
De twee jaren na instroom lopen van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Voor de nieuwe opdracht blijft dan de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2026 over: drie maanden. De opdracht start geen nieuwe termijn van twee jaar. Blijft de medewerker daarna in dienst, dan loopt de baan door, terwijl deze SROI-meeteltermijn is afgelopen.
Deze datums en contractbevestiging zijn verzonnen om de toets uit te leggen. De tweejaarstermijn komt uit de genoemde lokale WW-regel; het is geen landelijke termijn voor alle kandidaten.
Een kandidaat kan ook eerder stoppen, van opleiding wisselen of een relevante registratie verliezen. Spreek af wie zulke wijzigingen meldt en wanneer de meetelperiode opnieuw wordt beoordeeld. Houd de personeelsbeslissing en de SROI-administratie uit elkaar: het einde van een meeteltermijn is op zichzelf geen einde van het dienstverband.
Bestaande medewerkers en ingeleende krachten: afzonderlijk toetsen
Kan iemand die al in dienst is nog meetellen?
Dat kan onder voorwaarden. Sommige regels kijken naar de oorspronkelijke instroom en een resterende meeteltermijn. Andere afspraken begrenzen hoe lang vóór de opdracht iemand aangenomen mag zijn. De conclusie ‘bestaand personeel telt nooit mee’ is daardoor te stellig.
Utrecht vermeldt bijvoorbeeld dat een medewerker uit de doelgroep die maximaal zes maanden vóór het verkrijgen van de opdracht is aangenomen, maximaal twaalf maanden kan meetellen. Neem die termijnen niet over voor een andere opdrachtgever. Controleer voor jouw medewerker de oorspronkelijke doelgroep, de datum van indiensttreding en de toepasselijke bepaling over bestaande inzet.
Is de medewerker eerder bij een SROI-opdracht opgevoerd, voeg dan die eerdere periode aan je tijdlijn toe. Een nieuw projectnummer wist de voorgeschiedenis niet. Leg ook vast hoe inzet wordt verdeeld wanneer meerdere opdrachten tegelijk lopen; dezelfde inzet volledig bij meerdere verplichtingen opvoeren is geen verdeling.
Kan een uitzendkracht of gedetacheerde meetellen?
Onder de Bossche regels is inlening mogelijk met doelgroepbewijs en facturen van de inlening. Het bureau moet dus meer kunnen onderbouwen dan de mededeling dat het ‘SROI-personeel’ levert. Vraag om de toepasselijke categorie, de onderbouwde instroomgegevens, de inzetperiode en de afgesproken bewijsroute.
Laat bij twijfel vaststellen welk instroommoment voor deze constructie geldt: de start bij de uitlener, de start van de inlening of een ander contractueel bepaald moment. Spreek af wie de stukken aanlevert en welk deel van de inzet aan jouw opdracht wordt toegerekend. Kies een kandidaat niet definitief in je SROI-plan als deze essentiële gegevens nog ontbreken.
Moet je nog beslissen of je zelf iemand in dienst neemt, inleent of een andere route gebruikt, bekijk dan de mogelijkheden om je SROI-verplichting in te vullen. De persoonstoets hier blijft nodig zodra je voor personele inzet kiest.
Welk bewijs heb je nodig?
Het bewijs moet aansluiten op wat je beweert. Een arbeidsovereenkomst laat bijvoorbeeld de start en arbeidsafspraken zien, maar bewijst niet vanzelf dat iemand vóór die start een bepaalde uitkering ontving. Een doelgroepbevestiging bewijst op haar beurt nog geen gewerkte uren op jouw opdracht.
De Bossche uitvoeringsregels noemen bij een dienstverband een geldige arbeidsovereenkomst plus een doelgroepverklaring, uitkeringsbewijs of registerregistratie. Bij inlening worden doelgroepbewijs en inleenfacturen genoemd; bij een stage of leerwerktraject de bijbehorende overeenkomst. De coördinator bepaalt welke informatie nodig is en hoe je die aanlevert. Gebruik dit als voorbeeld van het onderscheid tussen bewijssoorten, niet als complete landelijke documentenlijst.
- Bewijs van de doelgroep. Vraag welk document de relevante uitgangssituatie bevestigt en welke datum of periode erop moet staan.
- Bewijs van de inzet. Bepaal welke overeenkomst en registratie de werk- of stageperiode en omvang onderbouwen.
- Bevestiging van de toepassing. Bewaar de reactie op twijfelgevallen, inclusief categorie, begin- en einddatum, eventuele voorwaarden en de betrokken opdracht.
Ontbreekt een oud document, bespreek dan welke vervangende bevestiging wordt geaccepteerd. Ga niet zelf een verklaring opstellen alsof je de uitkeringsinstantie bent. Neem ook niet aan dat ieder document met ‘doelgroepverklaring’ in de naam voor iedere kandidaat beschikbaar of geschikt is.
Regel tegelijk zorgvuldig hoe je persoonsgegevens verwerkt. Informeer de kandidaat over de benodigde gegevens en het doel van delen, beperk de toegang en gebruik de afgesproken beveiligde aanleverroute. De uitvoeringsvoorwaarden van Zuidoost-Brabant verlangen dat alleen strikt noodzakelijke gegevens en documentatie voor de monitoring worden opgevraagd. Vraag welke onderdelen van een document zichtbaar moeten blijven en welke mogen worden afgeschermd. Verzamel geen medische voorgeschiedenis om zelf een SROI-categorie te beoordelen.
Kandidaatbeslisblad: van vermoeden naar een onderbouwde keuze
Gebruik dit blad per kandidaat in je eigen beveiligde administratie. Een intern kenmerk is voor het voorbereidende overzicht voldoende; zet er geen BSN, diagnose of complete uitkeringsstukken in. Het blad vervangt het voorgeschreven registratiesysteem niet.
| Veld | Vul in of laat bevestigen |
|---|---|
| Kandidaat en opdracht | Intern kandidaatkenmerk, opdrachtgever en contractnummer. |
| Toepasselijke regel | Document, versie en exacte bepaling voor de doelgroep. |
| Voorgestelde categorie | De categorie en alle aanvullende toelatingsvoorwaarden. |
| Uitgangssituatie | De vereiste situatie vóór of bij instroom, met de relevante datums. |
| Instroom en voorgeschiedenis | Start bij de werkgever of uitlener, eerdere meetelperioden en relevante onderbrekingen. |
| Voorgestelde meetelperiode | Begin, einde en de reden voor iedere begrenzing; ook de inzetperiode op deze opdracht. |
| Bewijsroute | Benodigde bevestiging of documenten, aanleveraar, controledatum en beveiligde opslaglocatie. |
| Besluit en vervolg | Bevestigde toepassing of open vraag, beoordelaar, datum en moment van hercontrole. |
Geef de uitkomst een duidelijke status. Onderbouwd betekent dat categorie, voorwaarden, periode en bewijs op elkaar aansluiten en een vereiste beoordeling is afgerond. Voorleggen betekent dat een concrete vraag openstaat. Niet passend betekent dat de kandidaat niet voldoet aan de onderzochte categorie. Die laatste uitkomst zegt iets over de SROI-afspraak, niet over de geschiktheid van de persoon voor het werk.
Stel een twijfelvraag zo precies mogelijk: ‘Voor kandidaat [intern kenmerk] onderzoeken wij categorie [bepaling]. De instroomdatum is [datum]; de relevante voorafgaande situatie is [situatie en periode]. Wij willen de inzet van [datum] tot [datum] aan opdracht [nummer] toerekenen. Klopt deze toepassing en welk bewijs accepteert u?’ Stuur persoonsgegevens en bijlagen alleen via de daarvoor afgesproken route.
Is de persoonstoets afgerond, reken dan de geaccepteerde periode en omvang door met de bouwblokkenmethode voor social return. Zo blijft zichtbaar welke kandidaat kan meetellen, en welke waarde de daadwerkelijk toegestane inzet vervolgens oplevert.
Veelgestelde vragen
Moet een kandidaat nog een uitkering ontvangen tijdens het werk?
Dat hangt af van de doelgroepregel. Sommige categorieën gebruiken de uitkeringssituatie vóór instroom en een vaste meeteltermijn daarna. Andere koppelen het meetellen aan een doorlopende uitkering of geldige indicatie. Controleer de eigen categorie; het einde van een uitkering beëindigt niet in alle gevallen de SROI-meetelperiode.
Is 55 jaar of ouder zijn voldoende om voor SROI mee te tellen?
Niet automatisch. Leeftijd kan onderdeel zijn van een doelgroepvoorwaarde of recht geven op extra waardering voor iemand die al tot de doelgroep behoort. In Zuidoost-Brabant geldt de bonus vanaf 55 jaar bijvoorbeeld voor kandidaten die tot de doelgroep behoren. Lees de doelgroepregel en bonusvoorwaarde afzonderlijk.
Wie beslist als het uitzendbureau zegt dat iemand voor SROI meetelt?
De toepassing moet volgen uit de afspraken en beoordeling van jouw opdrachtgever. Vraag het bureau om doelgroepbewijs, instroomgegevens en de voorgestelde inzetperiode. Leg ontbrekende of onduidelijke voorwaarden voor aan de afgesproken SROI-contactpersoon. Een commerciële toezegging van het bureau vervangt die toets niet.
Bronnen en controle
Inhoud gecontroleerd op 17 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.
Bekijk de bronnen (7)
- UWV: doelgroepregister en banenafspraak
- UWV: werknemer of sollicitant opzoeken in het doelgroepregister
- Beleids- en uitvoeringsregels social return gemeente ’s-Hertogenbosch 2025
- Beleid Social return 2026, arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant
- Gemeente Utrecht: doelgroepen en voorwaarden social return
- Geraadpleegde vakpublicatie: SROI Specialist, doelgroep social return
- Geraadpleegde vakpublicatie: Social Return Register, doelgroepen