Je kunt een team met uiteenlopende achtergronden hebben waarin sommige medewerkers nauwelijks aan het woord komen. Ook een laag personeelsverloop vertelt je niet vanzelf of mensen zich welkom voelen. Om inclusie te onderzoeken, moet je vragen naar ervaringen op het werk en vervolgens bekijken welke werkwijze die ervaringen kan verklaren.

Bij een kleine werkgever hoeft dat geen groot onderzoek te zijn. Een korte vragenlijst, enkele zorgvuldig georganiseerde gesprekken en een concrete terugkoppeling kunnen een bruikbaar begin vormen. De uitkomst is geen keurmerk. Je verzamelt aanwijzingen om het dagelijkse werk te verbeteren, met openheid over wie niet deelnam en wat je nog niet weet.

Onderzoek ervaringen, niet alleen de samenstelling van je team

Diversiteit gaat over verschillen tussen mensen. Ervaren inclusie gaat onder meer over kunnen meedoen, serieus genomen worden, toegang krijgen tot informatie en kansen, en jezelf onderdeel van het team voelen. Betrokkenheid overlapt daarmee, maar is niet hetzelfde: iemand kan hard werken en loyaal zijn, terwijl diegene zich niet vrij voelt om een afwijkende mening te geven.

Maak je onderzoeksvraag daarom concreter dan ‘hoe inclusief zijn wij?’. Bijvoorbeeld: krijgen alle medewerkers de informatie en ruimte die zij nodig hebben om bij te dragen aan het werk? Kies alleen onderwerpen waarop je na het onderzoek iets kunt veranderen. Voor een breder plan met doelen en verantwoordelijkheden kun je verder met diversiteits- en inclusiebeleid.

Een onderzoek naar ervaringen kan zonder vragen naar afkomst, godsdienst, gezondheid of seksuele gerichtheid. Je kunt dan niet vaststellen of specifieke groepen verschillende ervaringen hebben. Benoem die beperking, maar voeg zulke gegevens niet toe uit nieuwsgierigheid. Daarvoor is een afzonderlijke noodzaak en juridische beoordeling nodig.

Kies een methode die past bij de omvang en het vertrouwen

Methode Bruikbaar voor Waar je rekening mee houdt
Korte vragenlijst voor alle medewerkers binnen de gekozen groep Dezelfde vragen stellen en zicht krijgen op terugkerende ervaringen. Weinig antwoorden geven een kwetsbaar beeld. Zonder namen is een antwoord nog niet automatisch anoniem.
Individuele gesprekken met een zorgvuldig gekozen gespreksvoerder Begrijpen op welk moment iets misloopt en welke verandering zou helpen. De gespreksvoerder kent de deelnemer. Spreek vooraf af wat vertrouwelijk blijft en welke samenvatting de werkgever ontvangt.
Gezamenlijk gesprek over een werkproces Samen onderzoeken hoe bijvoorbeeld informatieoverdracht beter kan. Collega’s horen de inbreng. Dit is geen anonieme manier om uitsluiting of het gedrag van een leidinggevende te bespreken.

Bij een team van enkele personen kan een vragenlijst schijnzekerheid geven. Een onafhankelijk begeleid gesprek kan dan passender zijn, maar ook een externe begeleider kan herkenbaarheid niet altijd wegnemen. Leg eerlijk uit wat wel en niet beschermd kan worden. Is het vertrouwen laag, laat de direct leidinggevende dan niet zelf alle gevoelige gesprekken voeren.

Bekijk daarnaast het werkproces: hoe wordt een wijziging bekendgemaakt, hoe kan iemand een ontwikkelkans aanvragen en wie krijgt toegang tot overleg? Zulke observaties geven context. Gebruik ze niet om te achterhalen wie een kritisch antwoord heeft ingevuld.

Leg vóór de uitnodiging vast hoe je antwoorden beschermt

Gegevens kunnen ook indirect naar een medewerker verwijzen. Een unieke functie, een beschreven incident of de combinatie van werktijden en dienstjaren kan genoeg zijn. Ook technische gegevens, zoals een persoonlijk uitnodigingslinkje of een geregistreerd IP-adres, kunnen relevant zijn. Controleer dus de instellingen én de gegevensverwerking van je vragenlijstleverancier voordat je ‘anoniem’ belooft.

Leg deze keuzes vast in een kort onderzoeksblad:

  • Doel en deelnemers: welke werkervaring onderzoek je en wie nodig je uit? Denk ook aan deeltijders, verschillende diensten en medewerkers zonder vaste computer. Bepaal bewust of bijvoorbeeld uitzendkrachten bij de onderzochte werkomgeving horen.
  • Gegevens: welke antwoorden zijn nodig? Laat namen, personeelsnummers en achtergrondvragen weg als je doel zonder kan. Beperk open tekst waarin medewerkers zichzelf of anderen kunnen herkennen.
  • Grondslag en rollen: beoordeel vóór de start op welke AVG-grondslag je persoonsgegevens verwerkt, wie waarvoor verantwoordelijk is en welke afspraken met een leverancier nodig zijn. Controleer ook of medezeggenschap bij de onderzoeksregeling betrokken moet worden.
  • Toegang en rapportage: wie mag de ruwe antwoorden lezen en wie krijgt uitsluitend een gecontroleerde samenvatting? Gebruik de antwoorden niet voor individuele beoordelingen of personeelsdossiers.
  • Bewaren: bepaal hoe lang ruwe antwoorden voor dit doel nodig zijn, onderbouw die termijn en plan verwijdering. Voor dit soort gegevens bestaat geen algemene AVG-termijn die je klakkeloos kunt overnemen.
  • Uitleg aan medewerkers: vertel vooraf wat je verzamelt, waarom, wie het ziet, hoe lang je het bewaart en waar medewerkers met privacyvragen terechtkunnen.

Laat deelname vrijwillig en zonder nadelige gevolgen zijn. Dat betekent niet automatisch dat toestemming de geschikte juridische grondslag is: door de verhouding tussen werkgever en werknemer is toestemming niet vanzelf vrij gegeven. Gezondheidsgegevens en andere bijzondere persoonsgegevens vragen bovendien om extra juridische voorwaarden. Deze basisaanpak heeft ze niet nodig.

Een vaste rapportagegrens, zoals ‘we tonen alleen groepen vanaf vijf personen’, is geen garantie tegen herkenning. Een uitsplitsing naar een kleine afdeling kan iemand alsnog aanwijzen, ook door verschillende tabellen te combineren. Laat zulke uitsplitsingen achterwege als bescherming niet overtuigend mogelijk is. Neem open antwoorden niet letterlijk over wanneer woordkeuze of details de schrijver kunnen verraden.

Een korte vragenlijst om zelf aan te passen

Onderstaande vragen zijn eigen voorbeeldvragen, geen gevalideerde inclusieschaal. Ze zijn bedoeld om een gesprek over werkervaringen te ondersteunen. Je kunt er geen wetenschappelijk onderbouwde totaalscore, landelijke norm of vergelijking met een betaald meetinstrument aan verbinden.

Gebruik één terugkijkperiode, bijvoorbeeld de afgelopen drie maanden. Vraag nieuwe medewerkers te antwoorden over de tijd dat zij er werken. Laat twee mensen vooraf controleren of de formuleringen begrijpelijk zijn, zonder hun proefantwoorden als onderzoeksresultaat mee te tellen.

Zet boven de vragen: ‘Denk bij je antwoord aan je ervaringen in de afgelopen drie maanden. Kies per uitspraak: helemaal oneens, oneens, niet eens/niet oneens, eens of helemaal eens. Je kunt ook kiezen voor niet van toepassing, weet ik niet of liever geen antwoord. Je mag een vraag overslaan.’

Voorbeeldstelling Wat je hiermee verkent Mogelijke vervolgvraag in een gesprek
Ik kreeg veranderingen die voor mijn werk belangrijk waren op tijd te horen. Toegang tot informatie. Via welke manier van informeren zou dat beter werken?
Mijn inbreng werd serieus genomen bij beslissingen over mijn werk. Ervaren invloed. Op welk moment in het besluit zou je willen kunnen meedenken?
Ik kon een afwijkende mening geven zonder bang te zijn voor nadelige gevolgen. Ruimte voor tegenspraak. Welke reactie zou het makkelijker maken om iets bespreekbaar te maken?
Ik wist hoe ik mijn belangstelling voor een leer- of ontwikkelkans kon aangeven. Duidelijkheid over toegang tot ontwikkeling. Welke informatie over mogelijkheden of voorwaarden ontbreekt?
Ik werd in de dagelijkse samenwerking met respect behandeld. Ervaren omgang. Welke afspraken over samenwerken zouden helpen?
Ik voelde me onderdeel van het team. Ervaren verbondenheid. Wat maakt het voor jou makkelijker om mee te doen?

Voeg hooguit één open vraag toe: ‘Welke verandering in onze manier van werken zou jou helpen beter mee te doen? Noem geen namen, diagnoses of details waarmee jij of een collega herkenbaar wordt.’ Die instructie voorkomt niet elke herkenbare inzending. Spreek daarom ook af wie dergelijke tekst controleert en wat buiten de rapportage blijft.

Gebruik gesprekken om een antwoord beter te begrijpen, niet om het te weerleggen. Vraag bijvoorbeeld ‘wat zou helpen?’ in plaats van ‘maar je krijgt toch alle informatie?’. Een open onderzoeksformulier is geen vervanging voor een meldroute bij ongewenst gedrag. Noem apart waar iemand terechtkan voor een persoonlijk gesprek of een melding. Wie contact wil, moet dat buiten de antwoorden om kunnen vragen.

Organiseer de afname zonder druk om positief te antwoorden

Vertel vooraf wanneer de vragenlijst sluit en wanneer medewerkers iets terughoren. Geef gelegenheid om tijdens werktijd mee te doen en zorg dat de gekozen vorm bruikbaar is voor mensen met verschillende taal- of digitale vaardigheden. Bied zo nodig een gelijkwaardige andere route, met uitleg over de gevolgen voor vertrouwelijkheid. Vul een antwoord niet namens iemand in.

Een uitnodiging kan als volgt luiden. Vul de onderdelen tussen haken pas in nadat de afspraken daarover vaststaan:

We willen weten of onze informatieoverdracht en samenwerking iedereen helpen om mee te doen. Daarom vragen we naar je ervaringen in de afgelopen drie maanden. Meedoen en elke vraag beantwoorden zijn vrijwillig; niet meedoen heeft geen nadelige gevolgen. [Persoon of organisatie] verwerkt de antwoorden. [Wie] heeft toegang tot de ruwe gegevens; [wie] krijgt alleen [vorm van de samenvatting]. In [privacy-informatie] staat hoe we de gegevens beschermen en bewaren. Je kunt antwoorden tot [datum]. Uiterlijk [datum] delen we de bevindingen en onze vervolgstap. Voor een persoonlijke vraag of melding kun je apart terecht bij [route].

Voeg geen anonimiteitsbelofte toe die je niet kunt onderbouwen. Stuur eventueel één neutrale herinnering aan de hele uitgenodigde groep. Vraag medewerkers niet in het teamoverleg hun hand op te steken als zij hebben ingevuld. Een leidinggevende die achter niet-deelnemers aan gaat, kan de vrijwilligheid onder druk zetten.

Lees aantallen, ontbrekende antwoorden en verschillen samen

Tel eerst hoeveel mensen zijn uitgenodigd en hoeveel vragenlijsten terugkwamen. Tel daarna per vraag hoeveel inhoudelijke antwoorden beschikbaar zijn. ‘Niet van toepassing’, ‘weet ik niet’, ‘liever geen antwoord’ en een leeg antwoord betekenen verschillende dingen. Bewaar dat onderscheid bij de analyse; zet ze niet om in een neutraal of positief antwoord.

Fictief rekenvoorbeeld: een bedrijf nodigt twaalf medewerkers uit en ontvangt negen vragenlijsten. De respons is 9 van 12, dus 75%. Hieronder staat een vereenvoudigde telling voor twee vragen. ‘Positief’ bundelt eens en helemaal eens; ‘negatief’ bundelt oneens en helemaal oneens. In dit voorbeeld is er één overgeslagen vraag en zijn er geen andere antwoordcategorieën gekozen.

Vraag Positief Neutraal Negatief Overgeslagen Inhoudelijke antwoorden
Ik kreeg belangrijke veranderingen op tijd te horen. 6 1 1 1 8
Ik voelde me onderdeel van het team. 5 2 2 0 9

Bij de eerste vraag zijn zes van de acht inhoudelijke antwoorden positief: 75%. Dat is niet hetzelfde als ‘75% van alle twaalf medewerkers vindt onze informatieoverdracht goed’. Drie medewerkers deden niet mee en één deelnemer sloeg deze vraag over. Hun ervaring is onbekend.

Dit is een rekenvoorbeeld, geen aanbeveling om in een echt klein team alle kleine aantallen te publiceren. Controleer vóór de terugkoppeling of een tabel of toelichting iemand herkenbaar maakt. Als dat risico te groot is, deel dan een voorzichtige samenvatting van verbeterpunten zonder uitsplitsingen of citaten.

  • Verklaar niet-deelname niet zelf. Drukte, wantrouwen, afwezigheid of geen behoefte kunnen meespelen. Zonder nader onderzoek weet je het niet. Een hoge respons bewijst evenmin dat alle antwoorden vrijuit zijn gegeven.
  • Laat een meerderheid een signaal niet wegdrukken. Positieve antwoorden sluiten een probleem bij anderen niet uit. Een melding van ongewenst gedrag vraagt om een passende afzonderlijke behandeling; die hoeft geen meerderheid te hebben.
  • Maak geen ranglijst van kleine teams. Eén antwoord heeft bij kleine aantallen veel invloed. Verschillen kunnen ook samenhangen met wie meedeed of welke werkzaamheden mensen hebben.
  • Maak geen totaalcijfer dat verschillen verbergt. Goede informatievoorziening kan samengaan met weinig ruimte voor tegenspraak. Bespreek de onderwerpen afzonderlijk.

Gebruik een vervolggesprek om de werkwijze te begrijpen: ‘Hoe kan een wijziging alle diensten op tijd bereiken?’ Vraag niet wie vermoedelijk negatief antwoordde. Het onderzoek moet tot een betere aanpak leiden, niet tot een zoektocht naar de schrijver.

Koppel terug wat je weet, wat je niet weet en wat je verandert

Spreek vóór de afname een haalbare terugkoppeldatum af. Wacht niet op een perfect rapport. Een bruikbare terugkoppeling bevat de onderzoeksperiode, deelname, beperkingen, belangrijkste onderwerpen en een besluit over de vervolgstap. Deel dezelfde uitleg ook met medewerkers die niet bij een overleg aanwezig zijn.

Bij het fictieve bedrijf kan de terugkoppeling bijvoorbeeld zo klinken:

Negen van de twaalf medewerkers hebben meegedaan. We weten niet hoe de niet-deelnemers de samenwerking ervaren. De antwoorden geven aanleiding om onze informatieoverdracht te verbeteren. Vanaf maandag zet de planner wijzigingen in één afgesproken overzicht. Voor een wijziging ingaat, controleert de dienstverantwoordelijke of de betrokken collega’s de informatie hebben kunnen ontvangen. Over zes weken bespreken we of dit werkt. De eigenaar bewaakt de afspraak. Over verbondenheid willen we verder praten met een onafhankelijke gespreksvoerder; deelname daaraan is vrijwillig.

Deze termijnen en rollen zijn voorbeeldkeuzes, geen voorgeschreven aanpak. Kies een verandering die past bij de bevindingen en de beschikbare capaciteit. Leg per actie vast wie verantwoordelijk is, wanneer de eerste stap klaar is en waaraan medewerkers kunnen zien dat er iets verandert. Licht ook toe welke suggestie je niet uitvoert en waarom. Voor het dagelijkse gesprek en de reactie op kritiek biedt inclusief leiderschap verdere handvatten.

Onderzoek later opnieuw, met dezelfde beperkingen in beeld

Herhaal relevante vragen wanneer medewerkers voldoende gelegenheid hebben gehad om de verandering te ervaren. Gebruik zo veel mogelijk dezelfde formulering, antwoordopties en terugkijkperiode. Vermeld veranderingen in teamomvang, deelnemersgroep of afnamemethode. Dan is beter te begrijpen wat je wel en niet kunt vergelijken.

Een gunstiger uitkomst bewijst niet dat jouw maatregel de oorzaak is. Andere deelnemers, werkdruk of gebeurtenissen kunnen meespelen. Kijk daarom ook of de afgesproken werkwijze daadwerkelijk wordt gebruikt en vraag wat daarin helpt. Het doel is zicht krijgen op de ervaringen die aandacht vragen en daar aantoonbaar iets mee doen, niet steeds een mooier percentage produceren.

Veelgestelde vragen

Kun je inclusie meten met een medewerkerstevredenheidsonderzoek?

Dat kan een ingang zijn als je gericht naar inclusie-ervaringen vraagt. Een algemene tevredenheidsvraag vertelt weinig over toegang tot informatie, invloed of ruimte voor tegenspraak. Gebruik zulke onderwerpen afzonderlijk en leg uit wat het onderzoek niet meet.

Is een vragenlijst zonder naam automatisch anoniem?

Nee. Antwoorden kunnen herkenbaar zijn door functie, gebeurtenissen, woordkeuze of technische gegevens. Controleer de hele verwerking, inclusief de leverancier en rapportage. Beloof geen anonimiteit als je die niet kunt waarmaken.

Welk responspercentage is voldoende?

Er is voor deze kleinschalige aanpak geen universele grens die betrouwbare conclusies garandeert. Vermeld hoeveel mensen zijn uitgenodigd, hoeveel deelnamen en hoeveel de afzonderlijke vragen beantwoordden. De ervaringen van niet-deelnemers blijven onbekend; ook een hoge respons sluit vertekening niet uit.

Moet je achtergrondgegevens verzamelen om inclusie te onderzoeken?

Niet voor een eerste onderzoek naar werkervaringen. Je kunt vragen naar respect, informatie en meedoen zonder bijzondere persoonsgegevens te verzamelen. Zonder achtergrondgegevens kun je geen verschillen tussen zulke groepen vaststellen. Als dat later noodzakelijk lijkt, vraagt dit om een aparte onderzoeks- en privacybeoordeling.

Hoe vaak moet je de vragen herhalen?

Kies een moment waarop medewerkers de afgesproken verandering hebben kunnen ervaren. Er is geen vaste frequentie voor deze aanpak. Houd vragen en afname zo veel mogelijk gelijk en vermeld wijzigingen in de deelnemersgroep of omstandigheden.

Bronnen en controle

Inhoud gecontroleerd op 9 oktober 2026 aan de hand van onderstaande bronnen. Regels en informatie kunnen veranderen.

Bekijk de bronnen (10)