Nederland laat veel werk liggen bij mensen met een chronische aandoening. De Telegraaf kopte deze week dat 400.000 zieke Nederlanders meer uren zouden kunnen werken als we vaker kijken naar wat mensen nog wel kunnen. Het bericht gaat terug op een artikel van vier deskundigen in het economenblad ESB. Wie het origineel leest, ziet een paar dingen die in de kop verdwijnen. Het gaat om voltijdbanen en niet om personen, het is een voorstel en geen kabinetsplan, en een deel van de oplossing ligt nadrukkelijk bij werkgevers.

Waar het getal vandaan komt

De auteurs zijn Anthony Stigter van VNO-NCW en MKB-Nederland, Lidewij Renaud van TNO, huisarts Iris de Vries en hoogleraar Ton Wilthagen van Tilburg University. Ze baseren zich op een becijfering van TNO uit 2025. Die zet het maximale onbenutte arbeidspotentieel bij mensen met chronische gezondheidsproblemen op 415.000 fte, dus 415.000 volledige banen. Dat getal bestaat uit vier groepen die weinig met elkaar te maken hebben.

Groep Onbenut potentieel
Extra ziekteverzuim van werkenden met een chronische aandoening 142.000 fte
Werkenden van 45 jaar en ouder die eerder stoppen 73.000 fte
Een iets kortere werkweek 17.000 fte
Niet-werkenden die niet of licht belemmerd zijn (60.000 en 123.000 fte) 183.000 fte

De auteurs schrijven er zelf bij dat niet iedereen met een chronische aandoening kan werken, en dat het om een maximum gaat. Ter vergelijking noemen ze CBS-cijfers uit 2022. Van de mensen met een chronische beperking of langdurige psychische aandoening heeft 60 procent betaald werk, tegen 82 procent van de mensen zonder zo’n diagnose.

Voor een werkgever is de tabel interessanter dan het totaal. Meer dan de helft van het potentieel zit bij mensen die al werken. Ze verzuimen meer, stoppen eerder of werken minder uren. Dat is geen vraag over nieuwe kandidaten, maar over je eigen mensen.

Wat de deskundigen voorstellen

Het artikel kijkt naar Duitsland en de Scandinavische landen. Daar ligt het aandeel werkenden met een langdurig gezondheidsprobleem hoger dan in Nederland, en daar ligt het financiële risico van ziekte minder bij de individuele werkgever. In Nederland betaalt de werkgever twee jaar loon door, wat de auteurs internationaal uitzonderlijk lang noemen. Ze wijzen erop dat de Commissie Regulering van Werk in 2020 al adviseerde die periode naar één jaar te verkorten.

Hun redenering is niet dat werkgeversprikkels slecht werken. Onderzoek laat volgens hen zien dat financiële prikkels de instroom in arbeidsongeschiktheid beperken. Maar sterke prikkels kunnen ook leiden tot meer selectie bij aanname, en ze vergroten het faillissementsrisico van kleine werkgevers. Wie twijfelt om iemand met een chronische aandoening aan te nemen, doet dat in die redenering niet uit onwil maar uit angst voor twee jaar loondoorbetaling.

Daarnaast willen de auteurs dat re-integratie eerder begint en dat zorg en werk beter op elkaar aansluiten. Nu komt werk vaak pas bij de bedrijfsarts ter sprake, als iemand al langer uitvalt. Ze pleiten ervoor dat huisartsen en specialisten vanaf het begin vragen naar werk, en dat er sneller wordt gekeken naar werkplekaanpassingen.

Wat er voor jou verandert

Voorlopig niets. Het is een bijdrage aan het debat, geen wetsvoorstel. De loondoorbetaling bij ziekte blijft twee jaar, en een kortere periode vraagt een wetswijziging die er nu niet ligt. Wie op basis van de kop verwacht dat de regels binnenkort soepeler worden, moet dus geduld hebben.

Wel kun je nu al doen wat de deskundigen bepleiten, want de instrumenten bestaan. Voor mensen met een arbeidsbeperking geldt in veel gevallen een no-riskpolis, die het risico van ziekte grotendeels bij UWV legt. Werkplekaanpassingen kunnen vergoed worden, en een jobcoach kan de eerste jaren begeleiden. Het verschil met de Scandinavische aanpak zit vooral in de volgorde. Daar begint het gesprek bij wat iemand kan, hier vaak bij wat hij niet kan.

Kijken naar wat iemand kan

Voor je eigen mensen met een chronische aandoening betekent dat praten over het werk en niet over de ziekte. Welke taken lukken goed, welke kosten veel energie, welke werktijden passen? Een aangepast rooster of een andere verdeling van taken voorkomt soms dat iemand uitvalt. In werk organiseren rond een chronische aandoening staan praktische afspraken die je kunt maken, en arbeidsvermogen legt uit hoe UWV naar mogelijkheden kijkt.

Voor nieuwe kandidaten loont het om je eigen drempel te bekijken. Vraag je in een vacature om een fulltimer omdat het zo gegroeid is, of omdat het werk het echt vraagt? Een functie van 24 uur die goed is ingericht, kan voor iemand met een chronische aandoening het verschil maken tussen een uitkering en werk. Hoe je zo’n plaatsing aanpakt, lees je in een medewerker met een arbeidsbeperking aannemen. Het debat over twee jaar loondoorbetaling is nog lang niet beslecht. De werkplek inrichten op wat iemand kan, kan morgen al.