In het eerste halfjaar van 2026 vertrokken er voor het eerst meer Polen uit Limburg dan er binnenkwamen. Dat meldde L1 Nieuws op 25 oktober, op basis van cijfers van het CBS. Voor een provincie waar meer dan de helft van de 82.000 arbeidsmigranten uit Polen komt, is dat geen detail. Werk je in de tuinbouw, het transport of de logistiek, dan merk je het waarschijnlijk al bij je planning. De vraag is dus niet of je gaten krijgt, maar waar je ze straks mee vult.

Wat er precies verandert

Volgens een recent onderzoek van de Provincie Limburg, dat L1 aanhaalt, komt in Limburg meer dan de helft van de arbeidsmigranten uit Polen. Landelijk ligt dat aandeel op 37 procent. Daardoor voelt Limburg een landelijke trend harder dan de rest van Nederland. Eind 2025 lag het kantelpunt al, toen kwamen er evenveel nieuwe Poolse werknemers bij als er vertrokken. In de eerste helft van 2026 sloeg de balans voor het eerst om.

UWV-arbeidsmarktdeskundige Gerald Ahn geeft in het L1-stuk een nuchtere verklaring. Polen heeft een van de sterkst groeiende economieën van Europa, de lonen daar stijgen en het verschil met Nederland wordt kleiner. Hij noemt de tuinbouw in Noord-Limburg als sector die het goed merkt, net als transport en logistiek. Volgens Ahn komen er nu meer arbeidsmigranten uit Roemenië, Bulgarije en opvallend genoeg Spanje, maar of dat het tekort aan Polen compenseert, is nog niet bekend. Die cijfers volgen later.

Het belangrijkste voor jou als werkgever zit in die laatste zin. Niemand weet nog of de nieuwe instroom groot genoeg is. Wie zijn hele bezetting bouwt op één wervingskanaal uit één land, loopt een risico dat hij niet zelf in de hand heeft.

Waarom dit een structureel probleem is en geen seizoensdip

Een tekort in de piek los je meestal op met een extra ronde via het uitzendbureau. Dit is iets anders. De reden dat Polen terugkeren, een sterkere economie en hogere lonen thuis, verdwijnt niet na één seizoen. Het verschil in loon was jarenlang de motor achter de komst van Poolse werknemers naar Noord-Limburg. Wordt dat verschil kleiner, dan wordt Limburg minder vanzelfsprekend.

Dat betekent dat ook de nieuwe groepen geen garantie zijn. Wat nu voor Polen geldt, kan over een aantal jaar voor andere landen gelden. Voor een mkb-bedrijf is het daarom verstandig om twee sporen tegelijk te lopen. Blijf werven in het buitenland waar dat werkt, en bouw tegelijk een vaste ploeg op uit de eigen regio.

Spoor 1: werven in andere EU-landen

Roemenen, Bulgaren en Spanjaarden zijn EU-burgers. Voor hen heb je in de regel geen tewerkstellingsvergunning nodig, maar je stelt wel de nationaliteit vast met een geldig origineel identiteitsdocument en regelt de gewone werkgeverszaken. Hoe je per situatie bepaalt welke route geldt, lees je in onze gids over een werknemer uit het buitenland aannemen.

Werk je via een uitzendbureau of een bureau dat arbeidsmigranten detacheert, kijk dan nu al naar de toelatingsplicht die eraan komt. Vanaf 1 januari 2028 mag je alleen nog inlenen bij uitleners die zijn toegelaten. Wat dat voor jou als inlener betekent en welke data ervoor gelden, staat in ons stuk over de Wtta per 2027. Een bureau dat straks geen toelating heeft, laat ook jou met lege plekken zitten. Bovendien blijf je als inlener zelf verantwoordelijk voor een deel van de afspraken, zoals we beschreven in inlenen via een uitzendbureau.

Ahn noemt ook een andere reactie van producenten. Zij proberen hun productiviteit te verhogen met kunstmatige intelligentie. Dat is voor een kleine kwekerij of transportbedrijf niet altijd haalbaar, maar het loont om per functie te kijken welke taken je kunt automatiseren en welke echt mensenwerk blijven.

Spoor 2: een vaste ploeg uit de eigen regio

Het tweede spoor kost meer tijd, maar maakt je minder afhankelijk van wat er in Warschau of Boekarest gebeurt. In Limburg zijn er mensen die werk zoeken en niet vanzelf bij een tuinder of een distributiecentrum binnenkomen. Denk aan mensen in de bijstand, jongeren zonder startkwalificatie, statushouders of mensen die door een reorganisatie hun baan kwijtraakten. Dat laatste speelt nu ook bij de callcentermedewerkers in Limburg en de Peel die hun werk zien verdwijnen.

Het werk in kas, magazijn of op de vrachtwagen leent zich vaak goed voor mensen die nieuw zijn in een vak. Een deel van de taken kun je afsplitsen tot eenvoudiger functies, zodat iemand met minder ervaring snel kan beginnen. Hoe dat werkt, staat in onze uitleg over jobcarving. Twijfel je of iemand met een UWV-uitkering het werk aankan, dan kun je met een proefplaatsing via UWV eerst een tijd samen kijken terwijl de uitkering doorloopt.

Neem je iemand aan uit het doelgroepregister, dan kunnen er regelingen meelopen zoals loonkostenvoordeel en de no-riskpolis. Of je kandidaat daarin staat en wat dat oplevert, check je met de stappen in staat je kandidaat in het doelgroepregister.

Waar je in Limburg terechtkunt

Voor het tweede spoor hoef je niet zelf te zoeken. In elke Limburgse arbeidsmarktregio werken gemeenten en UWV samen in een werkgeversservicepunt. In Noord-Limburg, waar de tuinbouw het grootst is, is dat het Werkcentrum Noord-Limburg. In Parkstad is het WSP Parkstad. Zij kennen de kandidaten in de regio, kunnen helpen met een proefplaatsing of opleiding en weten welke regelingen er bij de gemeente lopen.

Bel ze niet pas als het seizoen begint. Een kandidaat uit de eigen regio vraagt soms een langere aanloop, met een korte opleiding, een vaste begeleider op de werkvloer of aangepaste uren in de eerste weken. Wie dat in de stille maanden regelt, heeft in het voorjaar mensen die het werk al kennen. Begin daarom met een eenvoudig overzicht. Hoeveel van je vaste en tijdelijke krachten komen uit Polen, hoeveel zijn er dit jaar vertrokken, en welke functies zijn het lastigst te vullen? Met dat overzicht kan het werkgeversservicepunt gericht meedenken.

De Poolse werknemer die blijft, is overigens net zo goed een aandachtspunt. L1 sprak met Dana Szakula, die als teamleider bij een uitvaartservice in Linne werkt en zegt dat ze in Limburg haar plek heeft gevonden. Wie doorgroeit en verantwoordelijkheid krijgt, heeft minder reden om terug te gaan. Een vakopleiding of een stap naar ploegleider kan voor je Poolse vaste krachten dus net zoveel opleveren als een nieuwe wervingsronde.